Het verzet van de N-VA tegen het Marrakeshverdrag is lovenswaardig, ongeacht of de partij uit overtuiging handelt of uit angst voor een nieuw succes van het Vlaams Belang. Maar Bart de Wever en consorten hebben met hun houding ook de deur dichtgeslagen voor deelname aan een volgende federale coalitie. Aan Franstalige kant heeft de partij geen bondgenoot meer. Vijf jaar oppositie lonkt, maar ook vijf jaar waarin de Vlamingen elke keer het gelag zullen betalen.

Op het moment dat deze regels geschreven worden – dinsdagvoormiddag – is de regering-Michel nog altijd niet gevallen over het Marrakeshverdrag. N-VA houdt langer dan verwacht het been stijf en wil niet dat premier Charles Michel (MR) naar Marokko vertrekt. De zaak is van cruciaal belang voor de Vlaams-nationalisten. Binden ze in, dan toont de N-VA zich meer dan ooit een establishmentpartij, en bekrachtigen ze een globaal migratiebeleid dat in de feiten overeenkomt met ‘open grenzen’. Het Vlaams Belang kan dan chargeren tegen het ‘verraad’ van de N-VA en is op weg naar een schitterende verkiezingsoverwinning.

Een N-VA die het been stijf houdt en haar slag thuishaalt, zal nog altijd het imago hebben van een rebelse partij, en dat hebben veel Vlamingen graag. In een verkiezingscampagne die rond migratie draait kan de partij in elk geval de electorale schade beperken. Het is duidelijk dat we niet voor 26 mei 2019 gaan stemmen, wat de uitkomst van de crisis uiteindelijk ook is.

Enkel Didier Reynders is een reddingsboei

De Marrakeshsaga betekent wel dat de N-VA de komende vijf jaar federaal in de oppositie terechtkomt. Op Vlaams niveau zal het zeer moeilijk zijn tegen N-VA te regeren, dus kunnen kopstukken als Jan Jambon als minister-president en Theo Francken als minister van Onderwijs eventueel naar dat niveau verkassen.

In de Wetstraat zal een anti-N-VA-coalitie worden gevormd. Het zal niet per se nodig zijn dat alle partijen, afgezien van het Vlaams Belang, het Fransdolle Défi en de extreemlinkse PTB/PVDA, samenspannen. Neen, aangezien er de vorige twee federale regeringen geen meerderheid was in één van de twee taalgroepen, is er geen enkele reden om te denken dat dit nu plots anders zou zijn. Een coalitie MR-PS of MR-cdH-Ecolo kan in elk geval een meerderheid aan Franstalige kant leveren. De mogelijke deelnemers aan Vlaamse kant? Dat wordt of een tripartite met CD&V, Open Vld en sp.a, of met CD&V, Open Vld en Groen. Wellicht geen meerderheid in de taalgroep, maar met de Franstaligen een riante meerderheid in de Kamer.

Dit is geen politiek-electoraal giswerk. Vijf en een halve maand – de periode tot de verkiezingen – zijn een eeuwigheid in de politiek. Er kan nog veel gebeuren. Het is echter duidelijk dat diepe wonden geslagen zijn tussen N-VA en MR. Charles Michel en de zijnen hadden het verzet van de N-VA niet zien aankomen. Weinig bekend is dat vorige week een vergadering tussen Bart de Wever en Charles Michel heeft plaatsgevonden, die in een “zeer slechte sfeer” is verlopen, zo wordt gezegd.

Kortom, de N-VA is zijn enige politieke bondgenoot aan de overkant van de taalgrens kwijt. En Charles Michel is snel rancuneus. De aversie voor de oude kartelpartner Défi (het vroegere FDF) van Olivier Maingain is bekend. En ook wanneer PS-voorzitter Elio Di Rupo ter sprake komt, vertrekt het gezicht van Charles Michel.

Daar ligt een waterkans voor de N-VA om na de verkiezingen van 2019 federaal toch aan boord te worden meegenomen. Dat Charles Michel de PS meer haat dan de Vlaams-nationalisten. Maar eigenlijk moeten ze bij de N-VA daar niet te veel op rekenen. Als er voor hen aan Franstalige kant nog één bondgenoot is, dan is het minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR). Die is zo machiavellistisch dat hij de recente crisis snel kan vergeten. Alleen, Reynders en zijn clan zijn niet de bazen van de MR, dus zullen zij niet beslissen over de coalitiepartner. Tenzij de MR op 26 mei een zware nederlaag lijdt en Reynders de fakkel overneemt van Michel.

Geen staatshervorming en hogere belastingen

Voor alle partijen is vijf jaar oppositie pijnlijk, en vooral voor machtspartijen als CD&V en PS. Misschien is dat minder het geval voor N-VA, die nog altijd voor een deel een anti-establishmentpartij is. Ze kan zich dan weer profileren als de echte Vlaamse oppositiepartij. En ze moet geen compromissen meer sluiten. Bovendien zullen de kopstukken niet aan de achterban hoeven uit te leggen waarom de partij in een regering stapt zonder een nieuwe staatshervorming of zonder extra Vlaamse bevoegdheden. Vanuit de oppositie kan men de communautaire trom roeren. Een nieuwe staatshervorming na 2019 is sowieso weinig plausibel, ook met de N-VA in een federale ploeg. Om dat via de geijkte kanalen te bereiken, is het nodig dat de Kamer voor haar ontbinding een aantal artikels van de grondwet ter herziening vatbaar verklaart. Naar verluidt zouden daarover bij de regeringsformatie van 2014 geheime afspraken zijn gemaakt tussen N-VA en MR. Die afspraken vervallen nu zeker.

De N-VA in de oppositie betekent ook dat een einde wordt gemaakt aan het matige economische herstelbeleid dat de regering de voorbije jaren heeft gevoerd. Dat herstelbeleid is er wel degelijk geweest, blijkt uit een onderzoek van de Leuvense econoom André Decoster, zeker geen N-VA-vriend. Voor de werkenden en de laagste pensioenen is de koopkracht de voorbije jaren gestegen. Dat is een feit. De verlagingen in de personenbelastingen blijven hoger dan de stijging van de btw op elektriciteit of de hogere accijnzen. Ook hebben de bedrijven meer ademruimte gekregen om aan te werven. De begroting blijft problematisch, maar de overheidsuitgaven stijgen alvast minder snel dan vroeger. Maar aan dat verhaal komt straks een einde. De volgende regering zal de uitgaven doen stijgen en de belastingen sterk verhogen. En opnieuw zullen de Vlamingen de prijs betalen.