Karikatuur van zichzelf

Mijnheer de aftochtblazer,

Er was een tijd dat gij Unizo-topman waart en nadien zelfs Vlaams minister-president. Het waren schone tijden, want zowat iedereen respecteerde u en gij behoorde tot een nieuwe generatie van topklaspolitici. Dat gij zelfs niet eens verkozen werdt in 2004, maar toch meteen als Vlaams minister gevraagd werdt, vond niemand erg, want gij waart ‘buiten categorie’ en een man met een brede en vernieuwde kijk op de dingen. Op Vlaams niveau hadt gij de boel snel in de hand en gij werdt zelfs twee keer minister-president. Gij waart de machtigste en meest gerespecteerde politicus in Vlaanderen. Met een glimlach, ongekunstelde wijsheid en groot gemak bespeelde gij de media en gingt gij met iedereen het debat aan. Tot uw partij en gijzelf in 2014 uw hand overspeelden en de afgang begon.

Op 25 mei 2014 werd de N-VA de grootste partij in Vlaanderen, maar ook in België. Uw partij was haar historisch leiderschap in Vlaanderen kwijt en ook in België was het alle hens aan dek om de meubelen te redden. Dus verkaste gij naar het federale niveau, waar gij – gelet op uw ervaring en uw prestige – openlijk kandideerde om premier te worden. Maar… de koek moest verdeeld worden en omdat de actieradius van CD&V erg gekrompen was en N-VA u liever niet als de meest prominente Vlaamse politicus in België wilde zien, moest uw partij kiezen voor u of de aanduiding van een eurocommissaris. Het werd dat laatste en uw gesjeesde partijvoorzitter Marianne Thyssen werd beloond voor bewezen diensten met een riante uitgroeibaan om ‘u’ tegen te zeggen. U restte het vicepremierschap onder Michel en de post van minister van Werk.

Vanaf dag één bleek dat die rol u niet paste en niet goed zat. Gij moest de tweede viool spelen en dat ging u gewoon niet goed af. Bovendien moest gij uw boezemvijanden van de N-VA trotseren, wat u deed terugplooien in de rol van afremmer en lastigaard in de Belgische regering en daarbuiten. De ene aanvaring met N-VA na de andere volgden elkaar op. Gij raakte verzuurd en chagrijnig en gij gingt schieten op al wat bewoog. De vrolijke Frans werd de saaie Piet…

En dan kwamen de gemeenteraadsverkiezingen. Gij antwoordde meteen op de wenk van uw nationaal opperhoofd om u te gaan meten met uw ex-kartelvriend De Wever. Gij wierpt u op als kandidaat-burgemeester, maar in alle stilte was de hoop groot om ‘Johnny Walker’ Van Peel te gaan opvolgen als schepen van de haven. Gij verhuisde pro forma van Puurs naar de Koekenstad, waar gij om te tonen dat gij er ook echt woonde, in uw kostuum de vuilbakken gingt buitenzetten. De Wever noemde u ‘de passant’ en de ‘transmigrant’. Gij werdt uitgelachen waar gij bijstondt en gij schoot de ene kemel na de andere bij de lijstvorming. De perceptie van uw neerstrijken in Antwerpen was bij heel de bevolking negatief en gij voelde dat zeer goed aan. Het was u aan te zien dat gij nog voor de verkiezingen wist dat het kalf verdronken was. Niet alleen tuimelde uw partij daarna in oktober van vijf naar drie zetels, ze werd bovendien na decennia uit de meerderheid gebonjourd. Daar stondt gij dan met lege handen en uitgeblust te grienen.

Ondertussen had Wouter Beke al een reddingsboei toegeworpen: gij moogt de Europese lijst trekken in mei. Een mooie en lucratieve exit, want een federaal of Vlaams ministerschap zit er niet meer in. In dat perspectief wierpt gij dezer dagen ook nog de Antwerpse handdoek definitief in de ring met de mededeling dat gij niet gaat zetelen in de gemeenteraad, maar dat gij alles in handen van de jeugd legt. Dat klinkt ontroerend goed, maar zoudt gij een mooi schepenambt ook overgedragen hebben aan jongeren? Ik denk het niet. En uw Europese zetel zeker ook niet, ook al zou er na de Ivo Beletten en de Marianne Thyssens van deze wereld best wat jong bloed in de plaats komen. Heel uw ‘verjongingsstrategie’ is dan ook een leugen en gezichtsbedrog. Het is het rookgordijn waarachter gij uw weinig roemrijke aftocht probeert te camoufleren. Er is deze keer wel een voordeel: gij moet niet verhuizen, want gij woont al in Europa… En dus moogt ge de vuilbakken aan uw appartement in ’t stad blijven buitenzetten. Of in Puurs. Of in allebei.

Van minister-president tot wegvluchtend gemeenteraadslid. Van politieke klasbak tot ongeloofwaardige en bespotte neuzelaar. In enkele jaren tijd zijt gij er op een unieke wijze in geslaagd een karikatuur te worden van uzelf, mede dank zij de briljante inzichten en zetten van uw partijstrateeg en brandjesblusser-pyromaan Beke uit Leopoldsburg. Het kan verkeren…