In de volgende Vlaamse regeerperiode wil N-VA-voorzitter Bart de Wever als minister-president het zwaartepunt naar Vlaanderen verschuiven. Beleidsmatig zal dat niet eenvoudig zijn. Zeker niet op sociaaleconomisch vlak. Dat beleid blijft in belangrijke mate unitair en is niet alleen het gevolg van de nog nationale sociale zekerheid. Het arbeidsmarktbeleid is nog steeds sterk nationaal bepaald. Met fiscaliteit is het, ondanks veel staatshervormingen, niet anders.

“In dit land is iedereen voor alles bevoegd, maar nooit helemaal.” In een gesprek met De Tijd vatte grondwetspecialist Stefaan Sottiaux (KU Leuven) het kaduke Belgische federalisme goed samen. Tal van bevoegdheden overlappen elkaar, zoals de gezondheidszorg en het verkeersbeleid. En in normale federale staten zijn justitie, burgerlijk recht en strafrecht regionale bevoegdheden. Sottiaux gaf verder mee dat de federale overheid “nog altijd de belangrijkste sociaaleconomische hefbomen in handen heeft”. Waarmee de vraag rijst wat N-VA-voorzitter Bart de Wever wil zeggen wanneer hij het over een verschuiving van het zwaartepunt naar de deelstaten heeft. Als de volgende Vlaamse minister-president kan hij die perceptie wel creëren, maar de realiteit is anders.

Bewegingsruimte

Op sociaaleconomisch vlak, een cruciaal onderdeel van elk beleid, is de Vlaamse bewegingsruimte eerder beperkt. Om te beginnen ligt in de begroting veel dood gewicht. 55 procent van de uitgaven betreft lonen en weddes, vooral van het onderwijzend personeel. Daar kun je weinig aan veranderen. Wel is het zo dat Vlaanderen bevoegd is voor innovatie en steun aan ondernemingen. De Vlaamse regering mag dan ook een pluim op haar hoed steken voor de aangekondigde miljardeninvestering in Antwerpen van de Britse chemiereus Ineos.

Maar bepaalde ‘snoepjes’ om zo’n grote bedrijven aan te trekken, worden nog altijd door de federale overheid uitgedeeld. Zoals de gigantische fiscale kortingen voor het onderzoekspersoneel dat in de chemische sector actief is. Of zoals de notionele intrestaftrek, een verlaging van de vennootschapsbelasting die weliswaar met de jaren minder aantrekkelijk is geworden, maar nog altijd voldoende oplevert om België als aantrekkelijk investeringsland te zien. Ook dat komt uit de koker van de federale regering.

Deze twee voorbeelden geven aan dat zowel het arbeidsmarktbeleid als het fiscaal beleid in belangrijke mate federaal zijn, en dat daar niets zal aan veranderen wanneer Bart de Wever in het Vlaams Parlement peroreert over de verschuiving van het politieke en economische zwaartepunt naar Vlaanderen.

Loonnorm

Akkoord, betreffende het arbeidsmarktbeleid kan Vlaanderen het zogenaamde doelgroepenbeleid voeren. Vlaanderen kan financiële kortingen geven aan bedrijven die mensen uit moeilijk te plaatsen groepen aan een baan helpen, zoals 55-plussers en gehandicapten. En de VDAB houdt zich niet alleen bezig met de begeleiding van werklozen, maar nu ook met de sanctionering.

Het systeem van werkloosheidsuitkeringen blijft federaal, net als het loonbeleid. Het is zelfs unitair te noemen. Momenteel buigen de sociale partners zich over de mate waarin de lonen in 2019 en 2020 mogen stijgen. De ‘loonnorm’ die dan straks wordt afgesproken, geldt voor heel België. Terwijl de productiviteit – een belangrijke factor in de loonvorming en de bepaling van de loonkosten – in Vlaanderen hoger ligt dan in Wallonië. Een echt regionaal arbeidsmarktbeleid is nog veraf.

Het is niet anders met de fiscaliteit. Ja, Vlaanderen heft eigen belastingen (verkeersbelasting, registratierechten, successierechten,…), maar het sluitstuk, de personenbelasting, blijft in belangrijke mate federaal. Sinds de zesde staatshervorming heeft Vlaanderen extra fiscale autonomie en kan het meer kortingen toekennen, maar de Vlaamse regering doet dat niet.

Het echt gebruiken van de fiscale autonomie in de personenbelasting is een zeldzaamheid. De regering-Peeters I deed het in 2008-2009 met de jobkorting, die per jaar elke Vlaming 250 tot 300 euro opleverde. Daarna werd die afgeschaft. De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka pleit voor de herinvoering ervan (100 euro extra voor wie 2.500 euro per maand verdient), maar de huidige Vlaamse regering wil deze fiscale autonomie niet gebruiken. Dus ook de regeringspartij N-VA niet. Begrijpe wie kan.