Mehdi Nemmouche werd in 1985 in Tourcoing geboren. De moeder was een Algerijnse, de vader was onbekend. Volgens officiële bronnen was zijn moeder niet in staat om voor hem te zorgen. Hij werd in een katholiek opvanggezin geplaatst. Zijn leven had daar een andere wending kunnen nemen, maar toen hij acht jaar was, vroegen en kregen zijn islamitische grootouders van moederskant het recht hem één weekend per maand bij zich in huis te nemen.

Dat was genoeg om een helse cyclus in gang te zetten. Tussen het katholieke opvanggezin en de grootouders begon een verbeten strijd, bijna letterlijk, ‘om de ziel van het kind’. De toezichthoudende overheid bemoeide zich er zelfs mee en verbood de jongen zijn pleegouders nog papa en mama te noemen. Zij kregen ook het verbod het kind vragen te stellen over wat er gebeurde tijdens die weekends in het islamitische milieu. Volgens getuigenissen van de pleegmoeder hield de jongen wel van zijn grootouders, maar wilde hij niet meer bij hen gaan logeren omwille van “hun gebruiken en gewoonten”.

Van moslim tot crimineel

Eén keer was hij bij zijn terugkeer zo woedend dat hij zichzelf hoofdwonden toebracht. Op elfjarige leeftijd kwam hij na zo’n weekend in shock terug naar zijn pleegouders; hij was besneden. Hij begon niet nader bepaalde ‘stommiteiten’ uit te halen, waarvan de ergste was dat hij zich als moslim ging beschouwen. De autoriteiten haalden hem weg uit zijn pleeggezin en plaatsten hem in een weeshuis. Hij mocht alleen nog in de weekends naar zijn pleegouders. Later werd hij overgeplaatst naar een ‘foyer’ van de DDASS, ongeveer ons OCMW. Daar kreeg hij een opleiding in elektromechanica, maar hij maakte die nooit af.

(Lees verder onder de tweet)

Als zestienjarige bedreigde hij twee bejaarden met een namaakpistool en hij werd vijftien dagen in preventieve hechtenis genomen. De sociaal assistente die hem begeleidde verbood hem terug te gaan naar zijn onthaalfamilie en stuurde hem naar zijn islamitische grootouders. Een nefaste beslissing. Nemmouche werd nog twee keer veroordeeld wegens diefstallen met geweld en in groep.

Later trok hij naar Zuid-Frankrijk, pleegde daar nog meer misdaden, belandde in de gevangenis en radicaliseerde. Daar leerde hij Nacer Bendrer kennen, die nu terechtstaat als zijn medeplichtige. Nemmouche werd door het gevangenispersoneel beschouwd als een onruststoker die een nefaste invloed had op andere gevangenen.

Nadat hij op 4 december 2012 vrijkwam, trok hij opnieuw voor korte tijd in bij zijn grootouders, en van daaruit vertrok hij naar Syrië, waar hij bij IS in dienst ging. In februari 2014 verliet hij Syrië en begon een rondreis door verschillende Aziatische landen, ongetwijfeld niet om aan toerisme te doen. Op 18 maart 2014 stapte hij zonder problemen in Frankfurt uit het vliegtuig. Hij bezocht nog even zijn grootouders in Tourcoing en huurde, gewoon onder zijn eigen naam, een kamer in Molenbeek. Daar begon hij aan de voorbereiding op de aanslag in het Joods Museum.

Lessen

Denk aan die islamitische grootouders die de eerste stap hebben gezet in het ombouwen van een kind tot een islamitische moordmachine. Denk vooral aan hen als u in de kranten de sentimentele verhalen leest over islamitische grootmoeders-met-hoofddoek die toch zó gelukkig zijn dat hun IS-kleinkinderen weer terug zijn uit Syrië en nu samen met hen naar Bumba kijken. Denk aan de sociaal assistente die Nemmouche terugstuurde naar dat islamitische milieu. Denk aan de politici – Duitse, Franse, Belgische en Europese – die er verantwoordelijk voor zijn dat een IS-terrorist als Nemmouche ongehinderd naar Europa kon terugkomen en daarna ongehinderd van Duitsland naar Frankrijk en België kon reizen, en na de aanslag weer terug naar Frankrijk, dwars door dat land, tot in Marseille.

Denk aan de opeenvolgende burgemeesters van Molenbeek, die sommige buurten in hun gemeente hebben laten verworden tot bolwerken van terroristen. Denk aan de Belgische justitie, die beweert dat wij op twee oren kunnen slapen, omdat teruggekeerde Syriëstrijders voortdurend ‘geobserveerd’ worden. En denk vooral aan minister van Justitie Geens, die intussen nog meer kleine Nemmouches uit Syrië laat halen.