“Als je niet aan het baren bent, heb je een leeg gevoel van binnen”

Tatiana en Bouchra trokken jaren geleden naar het beloofde land in het Kalifaat, gooiden hun Belgische identiteitskaart in de vuilbak en beleefden ‘the great salafist dream’. Helaas verliep één en ander niet geheel volgens plan. Vandaag willen ze terug naar dat andere beloofde land van frietjes, mededogen, deradicaliseringsprojectjes en uitkeringen voor alleenstaande moeders die lijden aan een radicaal islamitische fetisj. “De enige plaats waar wij een erkende ziekte zijn,” juicht Bouchra. Wij hadden een praatje met de dames.

Het Koerdisch opvangkamp voor de voormalige burgers van het Kalifaat ligt er wat stofferig bij. De meisjes leven in tenten met hun kroost en krijgen nauwelijks twee warme maaltijden per dag. “Dat zijn er twee meer dan in het kalifaat,” merkt Tatiana vrolijk op. En toch willen de dames terug naar het land van hun geboorte. “Syrië is leuk hoor, maar als ik er over nadenk zou ik toch liever een Kalifaat dichter bij huis hebben. Ik mis mijn mama. Die kan dan wat op de kindjes letten.”

Maar beginnen bij het begin. Wat bezielt een Vlaams en nieuw-Vlaams meisje om alles achter te laten en te gaan strijden voor Allah met het mes tussen de tanden?

Dames, wat is de aantrekking van de grote salafistische droom?

Tatiana: “Dat is een roeping meneer. Van Allah zelf. En het is ook geen slecht leven hoor. Regelmatige uren, werken dicht bij huis. Zo dicht zelfs dat ik de keuken niet uitkwam. Bidden, klappen krijgen omdat ik onrein ben en vooral baren hé. Baren, baren, baren! Allah heeft soldaten nodig en wij zetten die op de wereld. De mooiste taak ter wereld. Alleen slecht voor uw figuur wel. Maar dat zie je niet door onze aangepaste kledij. Het Kalifaat denkt aan alles.”

Bouchra: “Het is ook een afwisselend leven hoor. Ik bedoel tussen het baren door, he. Het Kalifaat is één grote verrassing. Je weet ’s morgens van wie je een muilpeer krijgt, maar nooit wie je ’s avonds zal bezwangeren. Iedere keer een man naar het paradijs is vertrokken met 70 maagden, krijg je er een nieuwe. Younes kwam en ging. Mohamed, Ibrahim, Hassan… Nee, eerst Hassan, dan Mohamed. Ik zou dat toch eens moeten opschrijven. Dat is ook belangrijk voor de kinderen, hé? En allemaal hadden ze hun eigen techniek. Hassan, dat was recht voor de raap op je neus. Overal bloed. Ibrahim sloeg meer vanuit de heup. Heel afwisselend.”

Tatiana, u zette zelfs een machinegeweer op het geboortekaartje van uw zoon. Dat zorgde in Vlaanderen voor wat ophef.

Tatiana: “Ik begrijp echt niet waarom mensen daar moeilijk over doen. Dat is het liefste symbooltje dat we hier hebben. Machinegeweer, afgehakt-hoofd-van-ongelovige of exploderende baby met bommengordel. Meer keuze heb je hier niet in de winkel. Dat is hier de Turnhoutsebaan niet. In het Kalifaat houden wij niet zo van beertjes en ooievaars. Allemaal afgoderij van de kuffar. Dood aan de kuffar!”

En toch? Zou u het opnieuw doen?

Tatiana: “Nooit. Echt niet. Dat zweer ik op de hoofden van mijn kinderen. Ze pesten hem er mee op school. Alle coole kleuters hadden een afgehakt hoofd. Hij wordt gepest en ze noemen hem mietje. Ik zou het niet opnieuw doen. Je probeert dat dan wat goed te maken met een afgehakt hoofd op zijn verjaardag, maar het is toch niet hetzelfde. Zoiets moet je van bij de geboorte meehebben.”

Bouchra: “Ja, ik ga het toch een beetje missen allemaal als we terug in België zijn. Als je daar trouwt, hang je er echt wel voor een tijdje aan vast. En het zijn allemaal watjes die ontbijt op bed brengen en niet respecteren hoe onrein wij wel zijn.”

Als jullie in België raken, zullen jullie toch een tijdlang de cel in moeten wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie?

Tatiana: “Ik heb daar al een brief over geschreven naar Unia. Die gaan mij volop steunen in mijn bewering dat het de schuld is van de maatschappij en dat de maatschappij dus moet opgesloten worden.”

Bouchra: “Ik heb dat nagekeken. Je mag je voortplanten in de Belgische gevangenissen. Daar zal vast wel een Abou met losje handjes te vinden zijn, zeker? Ik heb er dus geen probleem mee dat ik moet boeten. Want je moet daar eerlijk in zijn. Als ik geen soldaten van Allah aan het baren bent, voel ik me toch een beetje leeg van binnen.”

Jullie hebben de Belgische overheid, politie en burgers met de dood bedreigd. Begrijpen jullie dat sommige mensen het moeilijk hebben met jullie terugkeer?

Bouchra: “Ik begrijp het niet, maar ik schrik er ook niet van. We weten allemaal dat de Vlaming racistisch is van nature. Genetisch zelfs. Dat stond onlangs nog in de Knack. Het enige Vlaamse weekblad dat halal is verklaard in het kalifaat.”

Tatiana: “Ik vind het ook best een beetje ondankbaar. Wij willen het kalifaat dichter bij de mensen brengen. Het is zoals Els Keytsman altijd zegt: ‘Meisjes, onbekend maakt onbemind.’ Maar we moeten het ze laten kennen. Dat is onze opdracht van Allah.”

Bouchra: “En anders vraagt u het maar aan onze zoontjes. Die leren dat allemaal op school.”