De televisiereeks “Kinderen van de kolonie” komt uit dezelfde koker als “Kinderen van de collaboratie”. Dan weet u het wel. Over die collaboratiekinderen nog een woordje. In die programma’s voerden o.a. tussen 1956 en 1990 geboren mensen het woord die iets van horen zeggen vertelden. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling, want onze hoofdredacteur kreeg indertijd de vraag van een VRT-jongen of hij in ’t Pallieterke een oproep voor getuigen mocht doen.

Karl van Camp ging akkoord, maar eiste dat die VRT’er contact met mij zou opnemen, zodat ik (historicus en dan nog uit een witte familie) kon nagaan of de objectiviteit een beetje gerespecteerd zou worden. Van Camp wilde niet dat de VRT naïeve lezers zou gebruiken om hen als harde Hitleraanhangers en regelrechte criminelen voor te stellen. Dat was natuurlijk wel de bedoeling, dus kreeg ik nooit een telefoontje en verscheen er bijgevolg geen oproep in uw weekblad.

Hetzelfde team tekent nu voor die “Kinderen van de kolonie”. De programma’s eindigen zonder eindleader, zodat de kijker geen namen van de verantwoordelijken te lezen krijgt. ‘Toevallig’ gaf diezelfde VRT-jongen wel een interview… aan het blaadje van de goelagpartij PVDA. Volgens hem was zo’n reeks “niet mogelijk voor 2010”. Klopt honderd procent.

Geschiedenis vervalsen als bewijs van deugd

In 1986 schreef, presenteerde en produceerde ik “Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant”. Negen televisieprogramma’s op één over de kolonisatie. Het boek bij de reeks ging ongeveer tienduizend keer over de toonbank. Na mij maakte collega Bert Govaerts het ene na het andere programma over de koloniale en postkoloniale Congolese geschiedenis voor “Boulevard” en “Histories”. Onze programma’s vertelden de kijkers over dat koloniale project: met zijn uitbating en uitbuiting, met maatregelen (gezondheidszorg, onderwijs) die soms, maar niet uitsluitend, op winst maken gericht waren. We vertelden zonder bijbedoelingen “wie es gewesen ist”, zoals de grote historicus Leopold von Ranke zei. Geschiedenis vervalsen om ze te misbruiken op het hedendaagse politiek correcte slagveld, was toen niet de gewoonte, maar sinds 2010 is het een verplichting bij de VRT.

“Kinderen van de kolonie” moet ten eerste bewijzen dat de huidige makers moreel superieure mensen zijn, die de ordewoorden van ‘la pensée unique’ strikt volgen. Ze hebben geen examens afgelegd, zijn niet vastbenoemd en ze kunnen van vandaag op morgen uit het VRT-paradijs gezet worden bij afwijkende meningen.

Ten tweede moet de reeks de kijkers een schuldcomplex aanpraten. Een geïnterviewde zwarte zwendelaar zegt hierover: “De kolonisatie is geïnterioriseerd.” Alle Vlamingen (en zelfs de Walen) zijn vandaag door een ‘geraffineerde propaganda’ genetische racisten die neerzien op ieder onschuldig zwart schaap.

Derde doel: Congolese asielbedriegers reikhalzend ontvangen, want in deel 4 wordt verwijtend gesteld dat “België al decennialang de deur sluit voor migratie uit Congo”. Opzettelijk worden hier migratie en politiek asiel op één hoopje gegooid. Nooit is een Congolese vervolgde politiek asiel geweigerd.

Vierde en laatste doel: de kijkers overtuigen dat 59 jaar na de onafhankelijkheid de ellende van Congo niet de schuld is van corrupte, onbekwame en gewelddadige Congolezen, maar van een uitgestorven handvol kolonialen (1.200 gewestambtenaren, evenveel personeelsleden bij grote maatschappijen en een paar duizend religieuzen). Zij en hun kinderen en hun kleinkinderen zijn er verantwoordelijk voor dat de levensstandaard van de Congolezen nog slechts een vierde bedraagt van wat die in 1960 was. Een paar voorbeelden van het bedrog in woord en beeld bij “Kinderen van de kolonie”.

(Lees verder onder de tweet)

Geen religieuzen als getuigen

Heel de tijd wordt de 52-jarige koloniale periode (plus – soms – de drieëntwintig jaar van de Vrijstaat) op één hoop gegooid, hoewel er grote verschillen waren. De makers hebben niet de minste moeite gedaan om mensen te vinden die dat verhaal kunnen vertellen, hoewel bejaarde religieuzen daar nog herinneringen aan hebben. Religieuzen mogen niet getuigen, want al in 1956 wordt een Congolese bisschop gewijd, en dat past niet in de teneur van de reeks.

Alleen een paar Vlaamse en Waalse mensen die uitsluitend de laatste jaren van de kolonisatie hebben meegemaakt, mogen hun verhaal doen. Ze worden in de programma’s ondergesneeuwd door de getuigenis van iemand die naar eigen zeggen als kleuter uit Congo vertrok, maar die wijsheden debiteert over economische en politieke problemen die hij nooit gekend heeft. Verder geeft een getinte twintiger uitgebreid haar mening over haar lessen een paar jaar geleden in een Vlaamse school over… de VN. Een paar oudere Congolese dames hebben wel koloniale ervaringen, maar zeggen weinig of kunnen niets zeggen, want ze spreken geen Frans.

Natuurlijk poneren de programma’s de stelling die we in de media tegenwoordig ook uit de mond van de onnozele pastoor van Zeebrugge te horen krijgen: “Wij (in realiteit het hof en de hoge Franstalige en franskiljonse burgerij tussen 1910 en 1960) hebben Congo geplunderd en nu komen de migranten alles terughalen.” De commentaarstem zegt dat 40 procent van de winsten van alle bedrijven in de jaren vijftig uit Congo komen.

In deel 6 oreert VUB’er Vanthemsche oeverloos over de kolonisatie. Hij is de historicus die uitrekende dat 2 procent van alle baantjes in dit land in 1956 met de kolonisatie te maken hadden. Hem wordt niets gevraagd over die 2 procent, en nog minder hoe dat minieme percentage te rijmen valt met die 40 procent winsten. Nooit wordt gezegd dat de levensstandaard in dit land pas stijgt tussen 1962 en 1975.

Elf jaar na de dekolonisatie deden mijn ouders de eerste afbetaling voor de aankoop van hun arbeiderswoning. Dertien jaar na de Congolese onafhankelijkheid maakten ze hun eerste buitenlandse reis.

(Lees verder onder de tweet)

Congolezen zijn onnozele halzen

Het hoogtepunt van desinformatie in de programma’s is de relatie tussen Congo en het vroegere moederland na de onafhankelijkheid, met bijzondere aandacht voor de Katangese afscheuring van Tshombe tussen 1960 en 1963. Al de Congolese hoofdrolspelers (Kasa Vubu, Mobutu, Tshombe) zijn stuk voor stuk een “vazal”, ”pion”, ”stroman”, “marionet” of “creatuur” van dit land en van “het Westen”. Woorden die schoolvoorbeelden zijn van de racistische vooroordelen van de makers. Volgens hen zijn die Congolese politici allemaal kinderlijke snullen die niet in staat zijn zelfstandig te denken en te handelen.

Vooral de Katangees Tshombe wordt voorgesteld als een idioot die onder de knoet van Belgische officieren zit. In werkelijkheid is hij een sluwe machtspoliticus die Brussel tegen Parijs uitspeelt, die Lumumba laat executeren tegen het advies van zijn Belgische raadgevers. Het programma toont een foto van Tshombe met Belgische politici tijdens zijn zogenaamde afscheuring in juli 1960. De foto met eerste minister Harmel, buitenlandminister Spaak en financiënminister Eyskens dateert in werkelijkheid uit 1965, als Tshombe de legitieme eerste minister en overwinnaar in de verkiezingen is van een herenigd Congo. Schaamteloos VRT-bedrog.

De enige waardige Congolees in het verhaal is natuurlijk ‘Saint-Lumumba’, de slager van de Baluba in 1960. Die man heeft dankzij die moordpartijen in zijn opdracht recent in Brussel een pleintje met zijn naam gekregen. “Honderden slachtoffers”, moet zelfs “Kinderen van de kolonie” toegeven. Duizenden slachtoffers is dichter bij de waarheid. De secretaris-generaal van de VN noemde het indertijd een “beginnende genocide”.