Twee onderwerpen domineren iedere discussie over Leopolds Congo. Hoeveel slachtoffers vielen er en hoeveel duiten stak de koning in zijn zak?

Onderbouwde gok

Het antwoord op de eerste vraag is gemakkelijk. We weten het niet zeker en we zullen het nooit zeker weten. Dit stuk is een onderbouwde gok. Wanneer Stanley Congo exploreert voor koning Leopold II, telt hij 42 miljoen inwoners. Hij telt gewoon het aantal mensen dat hij bij een van zijn haltes aan de Congostroom ziet en dat getal vermenigvuldigt hij met het aantal vierkante kilometers van Congo, een oppervlakte die hij hoger inschat dan ze is. Nonsens natuurlijk, want van heinde en ver stromen mensen naar de Congostroom om die rare snuiter te zien. Daarenboven wonen langs een rivier altijd meer mensen dan in het binnenland. Het aantal Congolezen wordt later bijgesteld naar 27 miljoen, maar nog altijd overschat om het land interessant te maken voor investeerders. Hoeveel mensen wonen er dan werkelijk? Dat hangt deels van het huidige standpunt af. De deugdmensen overdrijven graag het aantal bewoners, want dan kunnen ze het aantal slachtoffers ook talrijker maken. Een bekend voorbeeld is dat van de Amerikaan Adam Hochschild. Je moet in de VS niet aankomen met een paar miljoen slachtoffers, want overal wordt het aantal Joodse slachtoffers van de Shoah erin gehamerd, 6 miljoen. Er zijn meer doden nodig om indruk te maken op de Amerikanen, en vandaar de bekende tien miljoen slachtoffers van Leopolds hebzucht.

Vijf miljoen ontbrekende inwoners

Hoeveel inwoners Congo in 1885 telt, is onbekend. Terwijl Leopold Congo laat veroveren, tonen de Britten zich bereid de kedive van Egypte te ‘helpen’ met zijn financies. Naast iedere Egyptische minister of hoge ambtenaar zit een Brit die het laatste woord heeft. De Britten zijn de eersten die de bevolking van Egypte tellen. Het land heeft twee grote steden: Caïro (500.000 inwoners) en Alexandrië (400.000 inwoners). De Britten komen niet verder dan drie miljoen inwoners. Congo had veel nederzettingen, maar geen enkele stad en zou niettemin een negenmaal grotere bevolking gehad hebben? Dat lijkt me onwaarschijnlijk. In tegenstelling tot Egypte is Congo volledig onderontwikkeld en de Congolezen lijden aan tropische ziektes. De beruchte slaapziekte verspreidt zich vanaf 1860 zeer vlug. Die roeit al veel mensen uit voor de conquistadores van Leopold arriveren. In het oosten en het zuiden komen veel Congolezen in aanraking met de gearabiseerde Swahili-slavenhandelaars uit het oosten van Afrika, die hen de griep, difterie, de mazelen en roodvonk plus venerische ziektes bezorgen, waartegen hun immuniteitssysteem niet bestand is. In het westen, langs de evenaar en in Kasai verschijnen ten slotte Leopolds Europeanen met dezelfde ziektes onder de leden. Ook de legerkolonnes laten overal een spoor van misère achter, wegens geweldpleging, ziektes van West-Afrikaanse immune soldaten, inbeslagnames van voedsel, enzovoort. Verder is er het geweld van de dienaars van de koning en de grote concessionarissen om rubber, ivoor en andere verkoopbare zaken te vergaren. Maar die ambtenaren, dat zijn nauwelijks een paar duizend Europeanen. Die kunnen geen miljoenen mensen vermoorden in een land zonder wegen, waar iedereen hen soms al op grote afstand hoort naderen, zodat men – zoals nog altijd gebeurt – wegvlucht in het oerwoud. We weten dat bij de aanleg van de spoorweg tussen Matadi en Leopoldstad tien keer meer Europeanen (in verhouding tot hun aantal) sterven dan Congolezen. In het boek bij mijn toenmalige televisiereeks “Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant” noem ik in 1986 het getal van vier à vijf miljoen; achteraf gezien een vrij goede gok, al zat ik fout met de stelling dat dit allemaal slachtoffers van Leopold waren. Tijdens de grote tentoonstelling in het Afrikamuseum in 2005 raamt Jean-Luc Velutte, de belangrijkste koloniale historicus, het aantal slachtoffers op 20 procent van de bevolking. Onder het gekrijs van de correcten trekt hij dat cijfer later terug. Eerst in 1924 is de Congolese bevolking geteld: ongeveer 10 miljoen mensen. Sommige dienaren van Leopold hebben vroeger verklaard dat in hun streek de bevolking met de helft is gedaald, dus stellen nogal wat ‘specialisten’ dat er dan in totaal ook 10 miljoen slachtoffers geweest zijn. De bekende historicus en antropoloog Jan Vansina gebruikt lang dat cijfer, maar na research bij één Congolees volk besluit hij dat het aantal inwoners juist stijgt tijdens de leopoldiaanse tijd, tot ziektes vanaf 1900 het inwonersaantal met 25 procent reduceren. Recent gaan historici als Pierre-Luc Plasman uit van een bevolking van vijftien miljoen mensen bij het begin van Leopolds kolonisatie. Op dat ogenblik daalt in Congo, evenals in de rest van Afrika, de bevolking al een kwarteeuw. In 1924 ontbreken dus vijf miljoen mensen door een veelvoud van factoren: inheemse ziektes, grotere onvruchtbaarheid van de vrouwen, slavernij en het geweld door de uitbuiting van Europese en Oost-Afrikaanse veroveraars. Niemand kan met enige zekerheid een onderling percentage vaststellen, maar die vijf miljoen ontbrekende inwoners werden dus niet allemaal letterlijk vermoord.

Veel verdiend, en toch minder dan verwacht

Wat heeft Leopold aan zijn Congo verdiend? Veel, maar toch veel minder dan men zou verwachten. Natuurlijk blijft het wat koffiedik kijken, want Leopold mengt opzettelijk alle informatie over zijn dotatie, zijn leningen, zijn belastinginkomsten in Congo en zijn loterijen door elkaar. In zijn recent verschenen boek “Léopold II, potentat congolais” poneert Pierre-Luc Plasman dat de koning ongeveer 25 miljoen frank van zijn persoonlijk fortuin in Congo-Vrijstaat heeft gestopt. Omgerekend is dat vandaag ongeveer 150 miljoen euro. Dat lijkt weinig volgens onze begrippen, maar in die tijd is dat een enorm bedrag, want de koning heeft nauwelijks 1.200 onderbetaalde Europeanen in dienst om de Vrijstaat te veroveren en te beheren. Leopold bezuinigt jarenlang op zijn kleding, op zijn maaltijden, op zijn meubelen om de Congolese put te vullen. Hij wil op zeker ogenblik zelfs een restaurant openen, in het park van Laken. Met de rubberoogsten arriveert het fortuin. Volgens Plasman strijkt de koning uiteindelijk ongeveer 90 miljoen frank op, 500 miljoen euro nu. Een groot deel van dat geld gaat naar de bouwwerken die vandaag als een molensteen rond de nek van de federale staat hangen: het Justitiepaleis in Brussel, de koninklijke serres, het Afrikamuseum, het stulpje in Laken, de gaanderijen in Oostende, het Chinees en het Japans paviljoen, de triomfboog in het Jubelpark… Met zijn inkomsten speculeert Leopold ook in Chinese aandelen, en koppig probeert hij en met veel verlies toch een stuk van Zuid-Soedan aan te hechten. Natuurlijk verwent hij zichzelf tijdens zijn beruchte uitstapjes naar Londen en Parijs. Zijn 48 jaar jongere minnares Blanche Delacroix en haar twee kinderen krijgen miljoenen. Vlak voor zijn dood in 1908 heeft Leopold nog een vuiligheidje in petto. Hij heeft een fortuin van ongeveer 250 miljoen euro in een Duitse stichting verborgen om zowel de staat als zijn drie dochters te onterven. De staat, die Congo inmiddels heeft overgenomen, stelt dat dat geld afkomstig is uit de kolonie, en slaagt erin de som binnen te rijven.