Maggie de Block maakt het zich niet gemakkelijk. Met haar gezondheidsbeleid wil ze mensen dicteren hoelang ze ziek mogen zijn. Haar geneesmiddelenbeleid jaagt de belastingbetalers op kosten en doet de bezitters van farma-aandelen de champagne ontkurken. Haar laatste poging om een verkrachtende en geradicaliseerde drugdealer uit te wijzen, eindigde op een sisser. Die man is op vrije voeten. Hoog tijd voor een goed gesprek. “Trek het u niet aan, ik heb daar iets voor.”

Ondanks het geblunder op het kabinet-De Block heerst daar een uitgesproken prettige sfeer. De kabinetsleden vallen mekaar van vreugde in de armen en feliciteren mekaar om zoveel inzet en resultaatgerichtheid. Een medewerkster staart en wijst naar het plafond terwijl ze voortdurend de woorden “mooi, zo mooi” herhaalt. Maggie komt uitermate fluks haar bureau uitgestormd, met een puffer voor astmalijders in de hand. “Kom snel binnen”, maant ze me aan tussen twee pufjes door, “er zijn weer roze olifanten gesignaleerd in onze kantine.”

“Mag ik u iets aanbieden?”, vraagt de minister beleefd. We opteren voor iets gezond. “Een watertje graag, plat.” Maggie lacht haar tanden bloot: “Dat is standaard, wij serveren bij alles water. Maar wat wilt u erbij?” Het lijkt me nog wat vroeg op de dag voor iets sterker en het staat ook niet professioneel. “Gewoon een watertje, graag”, dring ik aan. “Mag daar dan een Maaloxje in? Dat is een weldaad voor de maag. Of een laxeermiddeltje misschien, voor straks?”

Het is net daarover dat we het even willen hebben, mevrouw de minister. Uw beleid staat ter discussie. U zou de farma-industrie geschenken geven op kosten van de belastingbetalers.

Maggie de Block: “Leugens! Daar klopt niets van. Pas op, ik begrijp waar het vandaan komt, hoor. U doelt natuurlijk op de kabinetsmedewerker die hier contracten afsloot met de farmaceutische sector en daar nu op het einde van de legislatuur een topjob kreeg. U vindt dat verdacht?”

Toch enigszins. U moet toegeven dat zoiets niet vanzelfsprekend is. Enerzijds de kosten voor de belastingbetalers moeten drukken, daar faliekant in mislukken, en dan een goedbetaalde functie krijgen.

“Dus u vindt dat verdacht? Op die manier… Alsof daar een complot achter zou kunnen zitten waarbij ik betrokken ben. Ligt u daar wakker van?”

Dat is mijn taak als journalist. Ik hoop dat u het kan weerleggen.

“Absoluut. Absoluut. Ik kan u verzekeren dat er niets aan de hand is. Alles verloopt prima en zoals het hoort, volgens het boekje. Hoelang zit u al met dit soort vragen? U bent hier niet eerder geweest, zover ik weet…”

De artikelenreeks in Het Laatste Nieuws van vorige week sprak boekdelen.

“Vorige week, zegt u? Niet eerder? Meneer Pallieter, u legt verbanden tussen zaken die niets met elkaar te maken hebben. U ziet spoken. Wat zegt uw vrouw daarvan?”

Mevrouw De Block, mijn privéleven heeft hier niets mee te maken. Ik ben best bereid om toe te geven dat ik spoken zie als u de beschuldigingen inhoudelijk kan weerleggen.

“Ik ben blij dat u dat toegeeft. Dat maakt de zaken al een stuk gemakkelijker en is een belangrijke eerste stap. Misschien moet u uw vrouw eens meenemen om dit eens goed door te nemen?”

Mijn vrouw meenemen naar een interview? Mevrouw De Block, dat is hoogst ongebruikelijk. Ik heb de indruk dat u mijn vragen ontwijkt. Kan u mij uitleggen waarom een gevaarlijke, geradicaliseerde seksdelinquent is vrijgelaten, in plaats van teruggestuurd naar Marokko? Een simpel “Marokko zag dat niet zitten”, dat kunnen de mensen niet aanvaarden.

“U spreekt namens het volk. Daar moeten we toch eens mee oppassen. Let wel, meneer Pallieter, maak u geen zorgen. Ik heb dezelfde bezorgdheden voorgelegd aan mijn partij. Zoals u weet zijn wij bij Open Vld zeer begaan met belastinggeld en hoe het besteed wordt. Ik zal uw verzuchtingen op dezelfde manier beantwoorden.”

Dank u, mevrouw De Block. Dan wil ik graag terugkomen op mijn eerste vraag…

“Geen vragen meer, meneer Pallieter. Wat u nodig heeft, is heel eenvoudig. Ik neem het allemaal zelf. Voor de slapeloosheid schrijf ik u Loprazolam voor. Een valiumpje zal helpen bij de gespannenheid en de boosheid – ik zag het daarnet even -, een Orapje voor de paranoia en wat Haldol voor de hallucinaties.”

Hallucinaties?

“Meneer Pallieter, er zit een gigantische roze olifant naast u. U heeft hem niet eens opgemerkt. Ik kan dat alleen wijten aan hallucinaties. Gelukkig krijgen wij op het kabinet nogal wat staaltjes. Zomaar! Omdat we zo’n fijne mensen zijn. Blijft u rustig zitten, dan haal ik even mijn handtas, om u al een maandje op gang te helpen. En als u daarna nog steeds met vragen zit, komt u gewoon maar eens terug. Willen we dat afspreken?”