Het katholiek onderwijs heeft jarenlang zijn eigen wortels doorgezaagd en van zijn eigen scholennetwerk een religieuze woestijn gemaakt. Wie daarvoor waarschuwde, werd als oubollig en conservatief versleten. Na decennia van zelfontkenning en zelfnegatie, lijken de bisschoppen en een aantal van hun medewerkers ontnuchterd te ontwaken en wordt in de nieuwe leerplannen teruggegrepen naar Bijbelverhalen en kennis van de christelijke tradities en symbolen. Men lijkt plots vast te stellen dat het al veel later is dan vijf voor twaalf…

Failliet van het aggiornamento

We trappen open deuren in als we zeggen dat leerlingen die er twaalf jaar katholieke school hebben opzitten, niet weten wat de tien geboden zijn, of wat een eucharistieviering is. Ze kennen het Weesgegroet en het Onzevader niet, weten niet wat sacramenten zijn en kennen zelfs de meest eenvoudige en meest vertelde Bijbelverhalen niet. De schoolkapel is allang gesloopt of herbestemd, en tal van godsdienstleraars zijn niet meer pratikerend of staan zelfs vijandig tegenover het instituut Kerk.

Geloofsoverdracht lijkt iets uit een ver verleden, uit de tijd van de catechismus, donderpreken, geboden, verboden en een overvloed aan gewijde kerkdienaren in parochies, scholen en kloosters. De secularisering in Vlaanderen is ruim vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie quasi totaal. De openheid en bijstelling (het aggiornamento) naar de wereld werd een catastrofale mislukking, een quasi zelfopheffing. Katholieke scholen zijn dat vandaag nog in naam, maar daar houdt het zo goed als overal mee op. Het geloof zonder de werken is dood, zoals een oud adagium stelt. De katholieke aarde bleef verschroeid achter, in de as gelegd door verradende klerken.

Van praten weer naar leren?

Wie vandaag uit het katholiek onderwijs komt, staat mijlenver van de Rooms-Katholieke Kerk. Het is een van de redenen waarom in het afnemend aantal zondagsmissen nauwelijks nog een jongere aanwezig is. Men moest in de godsdienstlessen praten en nog maar eens praten over alle mogelijke maatschappelijke verschijnselen, gaande van seksuele voorlichting over derdewereldproblemen tot klimaatverandering. Om maar die thema’s te noemen. Men moet respect opbrengen voor en kennismaken met andere religies. Men moet solidariteitsacties met de hele wereld ondersteunen. Maar kennis opdoen over de eigen godsdienst? Ho maar! “We mogen niets opdringen, mijnheer en mevrouw. De kinderen moeten het zelf ontdekken”, werd altijd gesteld. De vraag hoe men iets kan ontdekken als men geen referentiekader heeft, bleef echter open en onbeantwoord.

Bisschop Bonny geeft nu de indruk dat in te zien, als hij stelt: “Je moet eerst jezelf kennen om in dialoog te kunnen gaan.” En daartoe komt er in de leerplannen een nieuw curriculum. De Vlaamse bisschoppen maakten een ‘canon’ van 349 katholieke begrippen en symbolen tot kern van het leerplan, die moeten ‘gekend’ zijn. Want, zegt Bonny: “Godsdienst is een leervak en geen praatuurtje.” Lang geleden dat we dat gehoord hebben. Komt er dan alsnog een voorzichtige kentering? Voorzichtig, jawel, want Bonny haast zich om zijn geseculariseerde leerkrachten niet op de kast te jagen en komt met de mededeling dat men “niet van plan is Vlaanderen opnieuw te gaan bekeren”.

Voor alle leerlingen?!

De nieuwe ‘canon’ lijkt ook een antwoord te zijn op de storm aan kritiek die het concept dialoogschool (dialoog met andere religies en vooral de islam) ontketende, waarmee Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, twee jaar geleden onhandig en provocerend uitpakte. Monseigneur Johan Bonny erkent dat de slinger te veel naar de andere kant is doorgeslagen en dat hij minstens terug naar het midden moet gebracht worden. Hij vindt ook dat de dialoog van twee kanten moet komen, dus ook voor degenen die als niet- of andersgelovige in het katholiek onderwijs op school zitten: “De verhalen riskeren te gemakkelijk vervangen te worden door andere die niet noodzakelijk meer inhoud of diepgang hebben. Een leerling moet zo’n verhaal gewoon kennen om het christendom te begrijpen. Dus ook een islamitische leerling in een katholieke school. Die moet begrijpen wat het christendom is. Hij mag daarover denken wat hij wil. Maar je moet hem een instrument aanreiken om er over te kunnen praten.”

Zo zullen de leerlingen opnieuw de Bijbel moeten bestuderen én minder rond een eigentijdse benadering van de Bijbelse fundamenten werken. Hoewel één zwaluw de lente niet maakt, moet deze zachte ommekeer een kans krijgen. Het is beter dan niets. Maar dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan… Er liggen immers heel wat wolfijzers en schietgeweren in de weg.

De zwaarste opdracht: leerkrachten overtuigen

Bij heel die operatie om het leerplan bij te stellen, rijst echter een fundamenteel probleem, waarover we al zijdelings spraken: de godsdienstleraars. We kunnen in die groep minstens twee categorieën onderscheiden. Ten eerste zijn er de welwillende positief-kritische leerkrachten die wellicht blij zijn dat hun vlag opnieuw wat meer de lading gaat dekken en die bereid zijn zichzelf goed bij te scholen om tegemoet te komen aan de wens van de bisschoppen. En die het beste van zichzelf willen geven. Ten tweede is er de groep wereldverbeteraars, die zo al niet vijandig dan toch negatief en kritisch staat tegenover de Kerk. In tal van gevallen willen die wereldverbeteraars zich er zelfs niet mee vereenzelvigd zien. Vaak stellen velen uit die groep dat ze niet meer gelovig zijn en – in het beste geval – een humanistisch waardenpatroon aanhangen waarin niet langer ‘een god’, maar wel de mens centraal staat.

Daardoor wordt de opdracht van de bisschoppen loodzwaar. Er zal naast de aankondiging van een nieuw leerplan op zijn minst ook een signaal uitgestuurd moeten worden dat een godsdienstleraar in het katholiek onderwijs op zijn minst loyaal moet zijn om erin thuis te blijven horen. Anders kan er geen volwaardige en gedegen godsdienstoverdracht gebeuren die leerlingen een meerwaarde biedt. In geen enkele godsdienst wordt getolereerd dat zij die het magisterium (meesterschap) dienen te bewaken en over te brengen het zelf niet dragen. Het valt te hopen dat Johan Bonny en zijn ploeg hieraan meer dan gewone aandacht schenken. Want daarmee zal alles slagen, of helemaal niet… Een beetje haar op de tanden kweken, en onversaagd doorzetten, zal een minimumvereiste zijn, vrezen we.