Het ging Almaci echt niet af. In de studio van Terzake ging ze donderdag in debat met Bart De Wever over de aanpak van de klimaatproblematiek. De N-VA-voorzitter is een geducht redetwister, maar ik had toch verwacht dat Almaci op haar eigen terrein beter voor de dag zou komen. Het werd een afgang voor de voorzitster van Groen, die enkel vage slogans bleef afratelen. Ze werd herhaaldelijk in het nauw gedreven en bleef het antwoord op concrete vragen schuldig.

Groenen zijn het ook niet gewoon in de diepte te worden aangevallen. In debatten worden ze meestal geconfronteerd met politici die graag prat gaan op hun milieubewustzijn en die niet verder raken dan achterhoedegevechten over de kostprijs en het tijdschema voor de uitvoering van het groene eisenpakket.

Keuze voor welvaart en innovatie

De Wever is een tacticus en ging dus niet zover de klimaatverandering of de menselijke oorzaak ervan in twijfel te trekken (hoewel daar heel wat redenen voor zijn). Maar hij hekelde wel het doemdenken en drukte zijn geloof in economische en technologische vooruitgang uit als alternatief voor draconische en onrealistische klimaatplannen.

Dat is een moedige en veel te weinig gehoorde stelling. Daar moet bijgezegd dat, zoals vaak, er nogal wat verschil bestaat tussen de intellectuele ideetjes die De Wever opgooit en de praktijk van zijn partij. De partij Groen had het in juli moeilijk om kritiek te verzinnen op de resem extreme maatregelen rond klimaat en milieu (waaronder een verbod op stookolieketels) die door de Vlaamse regering werden aangekondigd.

De piste van De Wever is die van de Deense wetenschapper Björn Lomborg: ook als je onvoorwaardelijk gelooft in antropogene klimaatopwarming, zijn de klimaatplannen waanzinnig duur in verhouding tot het minuscule effect dat ze zelfs in de allerbeste scenario’s kunnen voortbrengen.

Deze week was de Nederlandse klimaateconoom Richard Tol een zeldzame stem van redelijkheid in de klimaathysterie die media en politiek van dit land in de ban heeft sinds Sint-Anuna en haar kindmilitanten liever door de straten van Brussel lopen dan in de les te zitten. (de kindjes uit de lagere school doen nu ook al mee; peuters en kleuters zijn voorlopig nog niet gemobiliseerd). Tol wijst erop dat te paniekerige maatregelen tegen CO2 de wereldeconomie kunnen doen instorten en voegt eraan toe: “Het idee dat België – of Nederland – iets aan de klimaatopwarming kan doen door ambitieuze doelen te stellen of snel om te schakelen naar CO2-neutrale energie, is gewoon belachelijk.”

Het centrale idee bij Lomborg, De Wever en Tol is dat het ruïneren van de economie het klimaat niet kan redden. Integendeel, economische en technologische groei zijn nodig om álle milieu-, energie- en klimaatuitdagingen aan te pakken. De groei is niet het probleem, maar de oplossing.

De Groenen zien het fundamenteel anders. En met hen heel wat commentatoren en academici die nog steeds in de ban zijn van het doemdenken van de Club van Rome. Deze noodlottige sociëteit, met haar fundamenteel wantrouwen betreffende groei en welvaart, vierde enkele maanden geleden haar vijftigste verjaardag.

1972: “Ramp bedreigt de wereld”

De Club van Rome was een beetje het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) van zijn tijd. De instelling werd in 1968 opgericht door een internationale groep van wetenschappers en industriëlen. Zij waren bezorgd over de explosieve economische groei in de naoorlogse periode. Meer bepaald vreesden zij dat de grondstoffen van onze planeet zo snel zouden opraken dat de economie uiteindelijk zou stilvallen en zelfs instorten. Wetenschappers van het prestigieuze MIT werden ingeschakeld om met computermodellen te voorspellen wanneer het allemaal zou fout lopen. Het komt bekend voor.

In 1972 bracht de Club van Rome het rapport “Limieten aan de groei” uit. Het boek werd een enorm succes: twaalf miljoen exemplaren werden verkocht. Journalisten, wetenschappers en beleidsmensen waren enorm onder de indruk van de duidelijke doemsvoorspellingen. “Ramp bedreigt de wereld” was de kop van het NRC, de krant die als eerste het rapport in handen kreeg.

Koningin Beatrix werd zelfs lid van de club. Ook de zakenwereld deed zijn reputatie voor nuchterheid weinig eer aan. De eerste voorzitter van de Club van Rome was de baas van Fiat en Olivetti. Dichter bij ons kreeg het initiatief steun van Agfa-Gevaert, Phillips en Shell. Bijna iedereen was het erover eens: we waren de aarde aan het opgebruiken. Binnen afzienbare tijd zou de economie instorten en zouden donkere tijden vol ontbering en ellende aanbreken.

Er mag niet onderschat worden in welke mate de geest van de Club van Rome ons denken over economische groei en het omgaan met de planeet heeft beïnvloed. Het klimaatdenken van vandaag zit helemaal op dezelfde lijn: met het beeld van de mens als materialistische plunderaar, die de natuur vernietigt, die broze evenwichten verstoort en wiens kortzichtigheid ons op het pad naar de volledige ondergang zet.

Fout over de hele lijn

Hoe correct waren de onheilstijdingen van de Club van Rome? Het antwoord is dat ze er moeilijk verder naast konden zitten. Alle concrete voorspellingen bleken fout. De aardolie zou al opgeraken in 1990, en aardgas niet veel later. Volgens de computermodellen zouden vandaag ook alle voorraden van zilver, goud, koper, zink, aluminium, tin en wolfraam uitgeput zijn. In werkelijkheid zijn van elk van die grondstoffen nog zeer grote voorraden over. In sommige gevallen (zoals aardolie) zijn de reserves zelfs toegenomen. Technologische innovatie zorgde voor steeds nieuwe ontginbare bronnen en efficiënter gebruik. Er is nog steeds aan geen enkele grondstof enig tekort dat op betekenisvolle wijze de groei kan afremmen. De toenemende beschikbaarheid heeft zelfs tot een grote prijsdaling geleid sinds de jaren zeventig.

Innovatie zorgt niet alleen voor betere ontginning en rendabeler gebruik, maar ook voor betere alternatieven. Indien er enkele eeuwen geleden al ecologisten hadden bestaan, zouden die zich waarschijnlijk zorgen hebben gemaakt over het opraken van turf, tot de 19de eeuw de belangrijkste brandstof in de Lage Landen. Maar toen kwam er steenkool. En daarna olie, aardgas en uranium. Het volgende wordt thorium.

Turf, steenkool, aardolie, aardgas en uranium zijn nooit uitgeput geraakt. Thorium is een vrijwel oneindige energiebron. Vorige week was ik nog voorzichtig toen ik 2050 als startdatum van het thoriumtijdperk zag. Deze week verscheen in De Morgen een vrije tribune van onderzoekers die denken dat kleine thoriumreactoren al vanaf 2030-2035 haalbaar zijn. De aarde wordt helemaal niet leeggeplunderd, maar mythes zijn hardnekkig.

De onbeschadigde onheilsprofeten

Het probleem met onheilsprofeten is dat ze nooit ter verantwoording worden geroepen wanneer de dreiging wegdeemstert en uit het geheugen verdwijnt. De Wever herinnerde terecht aan het alarmisme in de jaren tachtig over “zure regen”. Tja, hoe zit het daar nu mee?

Ook in de gloriejaren van de Club van Rome waren er sceptici, maar ze waren niet talrijk, en ze waren niet populair. Op een dag in oktober 1990 vond de tegendraadse econoom Julian Simon een omslag in zijn bus, met daarin 576 dollar. Er zat verder geen briefje bij, maar Simon wist onmiddellijk dat het geld afkomstig was van professor Paul Ehrlich, een van de voornaamste doemprofeten van de schaarste.

Tien jaar voorheen had Simon hem uitgedaagd tot een weddenschap. Ehrlich mocht een korf van vijf grondstoffen uitkiezen, ter waarde van duizend dollar. Indien de prijs daarvan zou stijgen, door toenemende schaarste, zoals Ehrlich verwachtte, zou hij het prijsverschil krijgen. indien de prijs zou dalen, door toenemende beschikbaarheid, zou Simon de winst krijgen. Tien jaar later bleek de prijs met meer dan vijftig procent gedaald. Ehrlich was dan wel een wetenschappelijke charlatan, hij betaalde zijn verloren weddenschap. Eén van Ehrlichs voorspellingen was zijn aankondiging dat het grootste deel van de Engelse bevoking tegen het jaar 2000 door hongersnood zou omkomen. Dat gekken en fanatici het einde van de wereld steeds weer zien aankomen, is van alle tijden. Vreemder is dat we die mensen blijven geloven. Ehrlich wordt nog regelmatig in onze media opgevoerd als wetenschappelijke autoriteit, laatst nog met zijn kritiekloos overgenomen voorspelling dat we naar een grote uitstervingsgolf van vele diersoorten gaan (waaronder de mens). Klimaat, energie en milieu leveren heel wat voorbeelden waarom de traditionele media niet te veel moeten kankeren over het “nepnieuws” op sociale media.

Welvaart en milieu

Ook naar de Club van Rome wordt vandaag nog met eerbied verwezen, wanneer in algemene zin wordt gesproken over de limieten aan de groei. Om het fundamentele uitgangspunt te redden – dat economische groei, gekoppeld aan bevolkingsaangroei, aan banden moet gelegd worden – worden de vele vergissingen genadig vergeten. En er worden nieuwe problemen bijgehaald (zoals klimaat) die helemaal niet door de auteurs van het rapport van 1972 waren voorzien.

Meestal wordt het milieu als reddingsboei uitgegooid: “Oké, de grondstoffen zijn helemaal niet op, maar het milieu wordt steeds meer belast.” Het klinkt goed, maar het is onjuist. Er zijn nog steeds problemen, maar water en lucht zijn zuiverder dan in de jaren zeventig. En het meest opvallende, het milieu is vooral in veel betere staat in de westerse landen, waar de welvaart het grootst is.

Als kind werd mij verteld dat wie in de Dender viel, best onmiddellijk naar het ziekenhuis werd gevoerd, om alle chemische stoffen te verwijderen. Vandaag zwemmen er vissen in de rivier. Ondanks de geforceerde media-aandacht voor de dubieuze “curieuzeneuzen”, is de luchtkwaliteit in onze steden beter dan ooit. Wereldwijd is de bebossing in 35 jaar tijd met meer dan zeven procent toegenomen. De meest milieuonvriendelijke staten uit de geschiedenis waren de collectivistische, dirigistische staten achter het IJzeren Gordijn, waar bouwmeesters van het type Leo van Broeck geweldig aan hun trekken kwamen. Het is welvaart die de surplussen creëert die naar milieuzorg kunnen gaan. Het zijn vrije en welvarende burgers die geen genoegen nemen met ongezonde leefomgevingen, lawaaierige straten en een tekort aan recreatiemogelijkheden in de natuur. Welvaart en vrijheid zijn goed voor het milieu.

PS.: in het nummer van 10 mei 2017 verscheen een interview in ’t Pallieterke met ir. Jan Honinckx en advocaat Werner Niemegeers over de mogelijkheden van thorium.