De klimaatobsessie van het gros van onze politici maakt dat de Belgische kernuitstap een dure grap dreigt te worden. Er groeit een consensus om gascentrales te bouwen ter vervanging van de kerncentrales en in afwachting van een koolstofvrije energievoorziening. Alleen, zo’n centrales zullen zwaar gesubsidieerd moeten worden, en het zullen de Vlamingen zijn die de factuur mogen ophoesten.

Tegen 2025 moeten alle kerncentrales sluiten. Dat is toch de bedoeling van de meeste politieke partijen die in deze tijden van klimaatgekkigheid niet voor elkaar willen onderdoen. Om dat mogelijk te maken, zijn zeven tot negen nieuwe gascentrales nodig. Ze komen er naast de opwekkers van hernieuwbare energie, zoals windmolens en zonnepanelen, want er is nu eenmaal niet elke dag wind en ook de zon schijnt hier niet elke dag.

Nochtans, de factuur van die nieuwe gascentrales blijft geheim. Volgens N-VA-voorzitter Bart de Wever zou dat 9 miljard euro kosten. Federaal minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR) wil zich niet op een bedrag vastpinnen, maar gaat ervan uit dat de factuur in de miljarden loopt. En ze zou wel eens hoger kunnen uitvallen dan verwacht.

Black-out

Nieuwe gascentrales bouwen in de overgang naar een totaal koolstofvrije economie is nodig om een black-out te vermijden, wordt gezegd. Maar zo’n gascentrales zullen er alleen komen wanneer ze zwaar gesubsidieerd worden. Vandaar de factuur van minstens 9 miljard euro. En het is zoals zo vaak, het zijn de Vlamingen die de factuur zullen betalen. Want het gros van de welvaart wordt door Vlamingen genereerd en dus betalen de Vlamingen de meeste belastingen. Ook zij zullen via taksen de subsidies betalen.

Wat eigenlijk absurd is, want via de financieel ondersteunde gascentrales wordt de CO₂-uitstoot gesubsidieerd. Terwijl kernenergie die logische stap is richting een energievoorziening zonder fossiele brandstoffen.

Ondertussen blijven de Franstalige partijen hameren op een klimaatwet die door een tweederdemeerderheid van de parlementsleden moet worden goedgekeurd. Wat volgens Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters terecht neerkomt op een herfederalisering. Bovendien zouden er zeven nieuwe klimaatinstellingen worden opgericht. Wie mag dat allemaal financieren? Wie dreigt via de federale grendels een funest klimaatbeleid opgelegd te krijgen? Inderdaad, Vlaanderen.

Steen- en bruinkool

Meer algemeen ziet het ernaar uit dat België dezelfde absurde weg op gaat als Duitsland. Na de kernramp in Fukushima besloot de regering-Merkel de kerncentrales tegen 2022 te sluiten. Ondertussen zijn acht van de zestien centrales dicht. Kernenergie is bij de oosterburen nog goed voor 13 procent van de energievoorziening. Hernieuwbare energie was de toekomst. En ja, in Duitsland is er veel plaats voor zonnepanelen en windmolens. Alleen, die investeringen leverden minder op dan gedacht. Uit pure noodzaak besloot de regering dan maar opnieuw steenkool- en bruinkoolcentrales te openen. Die zijn nu goed voor 38 procent van de energievoorziening. Tamelijk absurd in tijden dat iedereen op de achterste poten gaat staan wanneer men het over vervuilende energie-opwekking heeft.

Het probleem met de klimaatobsessie is dat kernenergie hier het effect heeft van een rode lap op een stier. In West-Europa denkt men nog altijd het economische hart van de wereldeconomie uit te maken, en dat voorbeelden uit het buitenland overal toepasselijk zijn.

Wereldwijde omslag?

Het mondiale energiesysteem bestaat nog altijd voor 85 procent uit fossiele brandstoffen. Als men dat wil verminderen, moet gekeken worden naar landen als China, meer nog dan naar het Westen. Daar kan het verschil worden gemaakt via een zogenaamde “groene omslag”. Intussen horen we niemand spreken over het Afrikaanse continent, waar de economie sterk aan het groeien is en waar emissievrije energie-opwekking geen onderdeel van het economische debat is.

Sommige experts verwijzen naar Noorwegen waar elektriciteit voor honderd procent groen wordt opgewekt. Zij het wel grotendeels via waterdammen en watervallen. Die mogelijkheden hebben we hier bij ons niet echt in overvloed.