“Ah, nog Belgen? Kom binnen. Muntthee?” De Koerdische gevangenisdirecteur van het Europees IS-gevangenenkamp ziet ons graag komen voor een reportage over de Belgische gedetineerden en de leefomstandigheden. “We hebben de Waalse jihadi wel van de Vlaamse moeten scheiden,” zegt hij wat bezorgd. “Dat komt door de verkiezingen. Pas op, wij hebben dat hier ook. Maar probeer toch een beetje overeen te komen, mannen.”

We mogen het kamp vrijelijk bezoeken. De IS-strijders hebben het hier relatief goed. Alleen ontbreekt het hen aan sportmogelijkheden in het kamp. De ruimte is er wel, maar de sadistische Koerdische kampbewakers weigeren basisbenodigdheden als een bal te voorzien. Dat kwam aan het licht na een onderzoek van Knack, dat meteen besloot dat er een duidelijke link was tussen onschuldige jongeren die radicaliseren en het gebrek aan ballen op de pleintjes van Molenbeek.

Antwerpenaars hebben dikke nekken

Deze jongeren maken er echter het beste van in moeilijke omstandigheden. Abou Kentoe staat ons graag te woord over hoe je met creativiteit kan overleven in de meest onmogelijke omstandigheden. Hij laat ons trots het afgesneden hoofd zien van ene Ahmed. “Een kuffar. Zo bleek,” legt Abou Kentoe uit. “Dat is schrikken hoor. Jaren hebben we samen gevochten. Lief en leed gedeeld. En dan blijkt je beste vriend een vuile ongelovige hond. Dat ging als volgt, meneer Pallieter. We waren met de vrienden wat aan het roepen dat Allah groot is. Heel gezellig allemaal. Tot Ahmed zich plots afvroeg hoe groot Allah nu precies is. Ja, dan hadden we natuurlijk geen keuze. We hebben onmiddellijk ingegrepen voor die gedachte zich kon verspreiden. En ik kan u verzekeren, dat is niet makkelijk in deze omstandigheden. Heeft u al eens iemand zijn hoofd afgesneden met een lepel? Dat is geen sinecure. En Ahmed was van Antwerpen. Die hebben serieuze nekken hoor.”

De vraag of het niet wat drastisch is om iemand te vermoorden omwille van een onschuldige vraag, doet Abou Kentoe even in het haar krabben. “Nee, onze imam en tevens kapitein van onze voetbalploeg heeft het uitgelegd. Wie zich afvraagt hoe groot Allah wel is, maakt daar dus eigenlijk een voorstelling van. En wie zich een voorstelling maakt van Allah, maakt eigenlijk een afbeelding in zijn hoofd. En dat mag niet! (brult) Kuffar, dood aan de kuffar!! (schalks) Bovendien hebben we nu wel een bal. Kuffar-ballen zijn de beste.”

Met een welgemikte trap verdwijnt het hoofd van de onfortuinlijke Ahmed in de richting van een groepje enthousiaste jongeren. “Maar vraagt u zich dan niet af hoe groot Allah wel is?” probeer ik nog, geprikkeld als ik ben door het fascinerend theologisch vraagstuk. “Nooit,” zegt Abou Kentoe beslist, “maar onder de 3 meter 60 kom je er zeker niet.” Het trekt de aandacht van enkele jongens langs de zijlijn die Abou Kentoe vastgrijpen. “Jongens, hier nog een bal. Haal de lepel!” Ik laat ze ongestoord verder ravotten en trek dieper het kamp in.

Wafels of pannenkoeken

Even verderop werkt de ‘Wouter Beke Groep’ aan de re-integratie van Belgische jongeren. Ze leren er over de normen en waarden van de Westerse samenleving en hoe ze te omzeilen. “Vrouwen slaan doe je best met telefoonboeken en op het lichaam,” legt de bezielster van de PS uit, “je kan er de ribben mee kneuzen en alle zin om buiten te gaan ontnemen, en je ziet er niks van.” De tip wordt met grote ijver overgepend. “Mag dat ook een koran zijn, mevrouw?” wil een student weten. “Dat kan, maar dan wel zonder harde kaft. En niet vergeten jongens: dreigen om de kindjes door het raam te gooien is…? Samen antwoorden graag.” “De beste garantie om haar vrijwillig een boerka te laten dragen,” klinkt het als uit één keel. “Dit worden prima CD&V’ers. Ze kunnen zo terug,” lacht de begeleidster.

In het lokaaltje om de hoek worden lessen ‘Westers meningsverschil’ gegeven. Jongeren leren er debatteren zonder hoofden of ledematen van hun gesprekspartners af te hakken. Ook bommengordels zijn uit den boze. Dat klinkt makkelijker dan het is. Het gaat er behoorlijk geagiteerd aan toe. Topic van deze voormiddag: ‘Wafels of pannenkoeken? Wat is lekkerder?’ Er wordt gevochten, gevloekt en getierd. “Brusselse of Luikse wafels,” wil iemand weten, terwijl hij de leerkracht de strot toe nijpt. Iemand anders beweert schuimbekkend dat pannenkoeken haram zijn omdat je bij het bakken ongewild de beeltenis van Mohamed kan doen verschijnen in het deeg.

Nadat de leerkracht zich heeft losgewrongen uit de wurggreep, maakt hij even tijd voor ons. Hij is tevreden over de evolutie van de groep. “Let wel, dit is ons eerste debat. Het is normaal dat de emoties hoog oplaaien,” stelt de man, terwijl hij een paar tanden opraapt. “We bouwen de onderwerpen stelselmatig op naar meer gevoelige thema’s. Ik geloof in de methode, maar het vraagt wel tijd. Misschien moet u als kuffar een vraagje stellen? Dat zal de tolerantie bevorderen. Wat dacht u van: ‘Olijfolie in flessen. Draaidop of kurk?’”

Een prima plan. Maar misschien een kleine aanpassing… “Hoe groot is Allah nu precies?”, gooi ik in de groep. U kent ons ondertussen. Altijd bereid om de medemens te helpen.