De politieke wereld reageerde verontwaardigd op de openlijke antisemitische beledigingen aan het adres van de Franse filosoof Alain Finkielkraut tijdens een betoging van de gele hesjes. Die nieuwe Jodenhaat komt zo goed als uitsluitend uit linkse en islamitische hoek.

“Bol het af, stontzionist!”, “Vuil ras”, “Palestina”, “Keer terug naar Tel Aviv”, “Frankrijk is van ons” en andere beledigingen kreeg de filosoof en lid van de Académie Française Alain Finkielkraut naar het hoofd geslingerd toen hij in Parijs een aantal deelnemers aan een betoging van de gele hesjes tegen het lijf liep. Het voorval werd gefilmd en er volgde een golf van verontwaardiging. Ook in de politieke wereld.

Wat Finkielkraut, zoon van Joodse immigranten uit Polen, is overkomen, is geen alleenstaand geval. Het voorbije jaar nam het aantal antisemitische incidenten in Frankrijk met zo’n 80 procent toe. Beledigingen, bedreigingen, geweld, vernielingen op joodse kerkhoven zoals vorige week in Quatzenheim bij Straatsburg,… En dan is er nog de nazigraffiti die recent werd aangebracht op een portret van de vorig jaar overleden Simon Veil, ex-minister en overlevende van de Holocaust. De lijst wordt steeds langer.

Niet de schaduw van Dreyfus, Maurras en Vichy

Wanneer het antisemitisme de kop opsteekt, worden snel historische vergelijkingen gemaakt. Ook en vooral in Frankrijk met een sterke traditie van Jodenhaat. Denk maar aan de Dreyfus-affaire, de aversie van Charles Maurras en de Action française tegen de Joden, het collaborerende Vichy-regime, de uitspraken van Jean-Marie Le Pen over de Holocaust als “detail” in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog… De neiging is op zo’n moment groot op het over de jaren dertig te hebben. Ook politici laten er zich toe verleiden. Marlène Schiappa, staatssecretaris voor gelijkheid van man en vrouw, legde een link tussen de huidige Jodenhaat en de rechts-katholieke verankering van dit antisemitisme. Het Finkielkraut-incident met de gele hesjes was volgens haar hetzelfde als de ‘Manif pour tous’ van een paar jaar geleden, de katholieke beweging die zich verzette tegen het homohuwelijk. Schiappa moest haar woorden terugnemen, maar het toont aan hoe politici proberen om het huidige antisemitisme te linken aan radicaal-rechts. Wat niet klopt. Die Jodenhaat is niet een uitvloeisel van de zaak-Dreyfus, Charles Maurras en Vichy. Finkielkraut zei zelf in een tv-interview: “De jaren dertig zijn niet terug. Dit is een islamitisch en extreemlinks antisemitisme dat religieus geïnspireerd is en refereert naar het conflict tussen Israël en Palestina.”

Dat is ook de mening van de Franse schrijver van Joodse origine Gilles-William Goldnadel, die zei: “Sinds de bevrijding in 1944 is de oorzaak van elke druppel joods bloed die in Frankrijk vergoten is afkomstig van de radicale islam.” Hij verwees onder andere naar aanslagen op scholen, naar de moorden op Joden als Ilan Halimi (2006), Sarah Halimi (2017) en Mireille Knoll (2018).

Overigens werd al snel duidelijk dat de man die Finkielkraut beledigd had een radicale moslim was die zich in salafistische kringen bewoog.

Een vergeten linkse traditie

In Frankrijk heeft men het over het islamo-gauchisme met een sterk antisemitische inslag. De radicale linkerzijde praat het islamitische electoraat naar de mond en springt in haar aversie tegen de staat Israël mee op de kar van het antisemitisme. Voor extreemlinks zijn Joden bovendien de ultieme bourgeois en kapitalisten, en dus een bedreiging voor het proletariaat.

Leden van de extreemlinkse partij La France Insoumise hebben de anti-Joodse aanvallen met lange tanden veroordeeld. Thomas Guenolé, de ideoloog van La France Insoumise, stak in een Twitterbericht de schuld zelfs voor een deel op Finkielkraut: “Het is al jaren zo dat Finkielkraut haat verspreidt. Tegen de jongeren in de banlieues. Tegen moslims. Hem beledigen is te veroordelen. Maar hij valt zeker niet te beklagen.”

Dit linkse Franse antisemitisme heeft diepe wortels. De socialist Léon Blum kreeg in de jaren dertig niet alleen de wind van voren van de Action française maar ook van de Parti Communiste français (PCF) en dat enkel omwille van zijn Joodse origine. Toen minister van Binnenlandse Zaken Jules Moch in 1947 besloot een staking te breken, stelde de PCF dat dit enkel gebeurde omdat “Moch een Israëliet” was. Toen Stalin aan het einde van zijn leven in 1953 een anti-Joodse campagne begon in de Sovjet-Unie, probeerden de Franse communisten dat na te bootsen en werd via de eigen kranten een antisemitische campagne gevoerd. Daniel Cohn-Bendit, leider van de mei ’68-protesten in Frankrijk, werd door toenmalig PCF-voorzitter Georges Marchais steevast de “Duitse Jood” genoemd.

Dat linkse antisemitisme werd vanaf de jaren zestig vooral een antizionisme als protest tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. De Palestijnen zijn sinsdien voor links de nieuwe ‘verworpenen der aarde’ en Israël zit zowaar vol nieuwe ‘racisten’ en ‘nazi’s’.