300 miljoen euro! Dat mag de belastingbetaler lammeren voor het nieuwe VRT-paleis. Wie het breed heeft, laat het immers breed hangen, en Vlaanderen heeft geld te veel.

Flagey

Voor mij liggen de vierkleurenbrochures die de VRT-personeelsleden krijgen van de dienst Inspirerende Werkomgeving (dat staat er echt) van Atelier VRT. Pagina’s lang gebakken lucht. We zijn nog met weinigen die jarenlang gewerkt hebben in het eerste omroepgebouw aan het Flageyplein 18 in Elsene. Dat gebouw uit de jaren dertig had de vorm van een pakketboot en was een architectonisch pronkstuk van la Belgique de papa, want de omroep was toen nog volledig unitair. Het eerste wat opviel (buiten de rode lopers), was de open centrale hal, die een perfecte schouw zou geweest zijn bij een brand (zoals het geval was bij de Inno in 1967). Dus werd veel asbest gebruikt, vooral in de radiostudio’s.

Het gebouw was binnenin sober en heel overzichtelijk. De glorie was de grote, gelukkig helemaal gerestaureerde, Studio 4, waar openbare concerten, radioshows en cabaretavonden georganiseerd werden. De akoestiek was perfect, zoals ik me herinner van de vele opera- en belcantoconcerten van mijn te vroeg overleden collega Etienne van Neste. Extra was de mooie omgeving. Bij warm weer kon je tijdens de middag rond de vijvers van Elsene of naar de abdij Ter Kameren wandelen. Alle slagers en bakkers aan de Steenweg op Elsene waren nog Vlamingen, evenals de marktkramers op het plein. Het ‘F(ront)D(es)F(ascistes)’ (nu Défi) verspreidde al wel haar racistisch gif, en in de cafés en zelfs in het Delhaize-filiaal botste ik geregeld keihard omdat ik weigerde Frans te begrijpen.

De pakketboot kreeg in de jaren vijftig een uitbreiding, maar het hielp weinig, want met de komst van de televisie werd het gebouw veel te klein. Televisie werd opgenomen in een belachelijk klein studiootje, terwijl de feitelijke televisiekantoren aan de Boendaalsesteenweg stonden. De omroep besteedde dus fortuinen aan de huur van kantoren en opslagruimtes in de omgeving. Begin de jaren zestig viel de beslissing te verhuizen en een moloch te bouwen op de vrijgekomen site van de nationale schietbaan van het leger in Schaarbeek.

Reyers 1

Inmiddels was de unitaire structuur ontmanteld, maar het nieuwe gebouw bleef gezamenlijke eigendom. Alles werd exact in tweevoud opgetrokken, met een grote centrale gang. “Je loopt niet langer in de Vlaamse beschaving, maar je stapt al een meter in de Waalse barbarij”, deelde ik Nederlandse bezoekers hulpvaardig mee. In 1971 was ik een van de eersten die naar Reyers trok. Het gebouw was groot, maar geen doolhof zoals sommige nieuwelingen dachten. Reyers was comfortabel, met een behoorlijke parking. Ten tijde van Flagey kwamen nog veel personeelsleden die in het Brusselse woonden te voet of met de tram, nu nog nauwelijks één. Al die ‘progressieven’ arriveren met de auto, want die onregelmatige uren, nietwaar?

Voor televisiemensen was Reyers een droom: twee grote en één reusachtige studio. Geschikt om Thuis op te nemen, maar ik herinner me ook hoe Toots Thielemans en één presentatrice er bijna in verdronken voor een cursus “Noten en Tonen”. Kinderziektes waren er ook. Van dubbele beglazing had men nog niet gehoord en toevallig was het op mijn verdieping – bekend als de gang van de mess – in de zomer tot stikkens toe warm wegens de slechte dakisolatie. Reyers bezit een prachtige enorme tuin, waar ooit een sportcentrum gebouwd werd onder een ballon. Mark Uytterhoeven bewees tegen onze minivoetbalploeg dat hij niet alleen een voetbalcommentator, maar ook een uitstekende voetballer was. Een storm maakte een einde aan onze ballon.

Op één punt is Reyers een drama vergeleken met Flagey. De afrit van de E40, de gruwelijk drukke Reyerslaan, het doodsgevaarlijke Meiserplein en de overal aanwezige hoogbouw nodigen niet uit de omgeving te verkennen. Maar ik heb nooit iemand horen vragen de gebouwen te slopen en er een nieuw paleis te bouwen.

Reyers 2

“Toon me je bouwplannen en ik zal zeggen wie je bent.” Onze hoofdredacteur-architect zal dit niet tegenspreken. Op pagina 2 van het interne VRT-document komt de eerste van vele pseudolinkse apen uit de mouw. “Waar zal je stoel staan?” Antwoord: “Als medewerker heb je niet meer één vaste plek. Je zal je vrij door het gebouw bewegen en werkplekken met je collega’s delen.” Een bekend ‘progressief’ en achterlijk idee, dat vervloekt wordt door iedereen die het meemaakt. Men kan onmiddellijk merken wie je ziet, spreekt of niet wil zien, en de interne haat, nijd, roddels en achterklap zullen nog meer tot het dagelijkse alaam behoren.

Leuk is dat de omroep “groene alternatieven voor koning auto” zal aanmoedigen en in het nieuwe gebouw een flinke fietsparking voorziet voor de vele zelfmoordenaars die vanuit Vlaanderen met de fiets zullen komen. De omroep kent zijn prioriteiten, want zal erover waken dat de vossen in het bos achteraan tijdens de werken niet gestoord worden “tijdens de paartijd”.

Leuke details, maar erger is dat de bouw past in de bekende Brusselse megalomanie. Positief is dat VRT en RTBF afzonderlijke gebouwen verder naar achteren neerpoten, want de huidige aaneengeklonken constructie gaat volledig tegen de grond. Op die plaats komen echter “leuke winkeltjes, cafeetjes, restaurants en woningen”. Dit nonsensverhaal is al honderden keren elders ontkracht. Binnen de kortste tijd zal in de steenwoestijn van Reyers een no-go-area ontstaan met gesloten winkels, veel criminaliteit en druggebruik. Natuurlijk komt er in het nieuwe gebouw “een publieke bistro”. Ongetwijfeld zullen Vlamingen daarvoor massaal naar Brussel trekken.

De zeven verdiepingen van de nieuwbouw worden “als schillen” opgetrokken “van hectisch naar rustig”. Op de bovenste verdieping komen zelfs “stiltewerkplekken”. Het gebouw krijgt “een barista pop-up” en een “eventruimte,” zeg maar de nieuwe Studio 4. De bedenkers hopen in mei 2019 te starten en tegen eind 2022 “moet iedereen verhuisd zijn”. Doe daar dus een paar jaar bij. En hoe ziet het gebouw eruit? Ongeveer zoals de vele beruchte konijnenhokken in Nederland.