Wat kan je in deze dagen van klimaathysterie nog geloven over de toekomst van onze planeet? In mijn vorige bijdrage had ik het over de religieuze geestdrift die zich heeft meester gemaakt van het klimaatdebat. Tussen de enthousiaste berichtgeving over klimaatspijbelaars, het opbod van doemberichten over de toekomst van de aarde, de alomtegenwoordige advertenties van “Sign for my future” (wie betaalt deze megacampagne eigenlijk?) en de klimaatbetogen van BV’s aller slag, is het voor u en mij niet eenvoudig om feiten van fictie te scheiden.

Dat betekent niet dat je een gespecialiseerd wetenschapper moet zijn om door te hebben dat wat door journalisten, “experten” en BV’s wordt uitgekraamd vaak weinig verband houdt met de werkelijkheid. Het gezond verstand vermag al veel tegen de onzin over het klimaat waaraan we dagelijks worden blootgesteld. We lijsten voor u zeven signalen op die uw flauwekul-alarm mogen doen afgaan.

  1. Het is (voortdurend) vijf voor twaalf

In 2006 voorspelden Al Gore en James Hansen (de peetvader van het klimaatalarmisme) dat we nog 10 jaar hadden om het klimaat te redden. Daarna zou een catastrofe onafwendbaar zijn. Voor Rajendra Pachaurin, hoofd van het VN-klimaatpanel, stond het vast dat het noodlottige kantelpunt zelfs al in 2012 zou bereikt zijn. 2012 en 2016 zijn gekomen en gegaan en we zijn er nog steeds. Is het dan niet al lang vijf ná twaalf? Heeft het nog wel zin om zeer drastische acties te ondernemen? Geen nood. Net als bij getuigen van Jehovah wordt het onafwendbare einde van de wereld telkens wat opgeschoven.

Eén van de BV’s die nu aan klimaatmonologen doet, is de komiek Bert Gabriëls. Hij vertelde onlangs in een filmpje dat we nog precies 12 jaar hebben voor een complete klimaatrevolutie. Twaalf jaar. Zo niet moeten we zelfs geen kinderen meer maken, zegt hij. We moeten ook de moeite niet meer doen om kinderen op te voeden, “want dan houdt het op.” Ik dacht even dat Gabriëls een geniale persiflage van een klimaatalarmist deed. De gekwelde man meent het echter, wordt mij verteld.

Het is begrijpelijk dat klimaatongerustheid – terecht of onterecht – bij sommigen tot een gevoel van hoogdringendheid leidt. Maar alle theorieën over definitieve kantelpunten zijn uiterst speculatief. En in geen enkel gekend scenario zal “alles ophouden.” Wie u oproept tot slecht overwogen revoluties omwille van een ingebeeld tijdstip van eeuwige verdoemenis, is een charlatan.

  1. “Anders gaan leven”

Richard Tol, de Nederlandse klimaateconoom, had er vorige maand nog op gewezen: het idee dat België of Nederland het klimaat kunnen redden is belachelijk. Vorige week ging de Britse klimaatwetenschapper Nic Lewis (nochtans geen klimaatscepticus) nog een stapje verder. “In feite doet de Europese uitstoot er niet toe.” Alles hangt volgens hem af van de ontwikkelingen in de landen als China, India, Indonesië, Brazilië en Nigeria. Niet alleen wonen daar veel meer mensen. Hun CO2-uitstoot blijft ook spectaculair stijgen. Hoewel China nauwelijks het niveau van ontwikkelingsland overstijgt, heeft de CO2-uitstoot per persoon reeds het peil van België bereikt. En terwijl wij maniakaal onze CO2-productie afbouwen, gaat China nog tot 2030 steenkoolcentrales bijbouwen.

Wie ongerust is over het klimaat – echte ongerustheid, niet de ecologische aanstellerij die we zo vaak moeten aanhoren – die gaat elke donderdag betogen aan de ambassade van China. Uiteraard is het logisch dat wij zelf ook ons deel doen, al was het maar symbolisch. Wie echter systematisch het westers schuldgevoel bespeelt en ons laat verstaan dat wij door radicale boetedoening een ramp kunnen vermijden, die is niet écht ongerust over de toekomst van de planeet. Als je de belangrijkste bronnen van CO2-uitstoot buiten beschouwing laat, dan ben je alleen een beoefenaar van de groene anti-welvaartsfilosofie. Dan ben je niet bezig met het redden van de planeet, maar wil je vooral de westerse mens een andere levenswijze opleggen, in overeenstemming met de normen van de eco-religie. Agalev, dus.

  1. Liever groen dan gered

En daarmee zijn we ook bij het volgende waarschuwingsbord voor klimaatonzin beland: de aanwezigheid van een algemene, groene agenda bij de boodschapper. Is het niet toevallig dat de oplossingen voor klimaatverandering zo vaak te vinden zijn in maatregelen die sowieso al aanwezig waren in de ecologistische agenda, zoals alternatieve energie, meer bossen en minder vleesconsumptie?

Die vaststelling mag gerust tot scepticisme aanzetten. Ik wees er in mijn vorig artikel reeds op dat bossen geen antwoord zijn op CO2. Minder vlees eten is dat evenmin, maar dezelfde vegetarische agenda die er twee jaar geleden in slaagde om vlees te degraderen op de Vlaamse voedingsdriehoek, laat zich ook gelden in studies die het klimaatonvriendelijke karakter van onze carnivore gewoontes benadrukken.

Begin dit jaar bleek trouwens uit een studie dat ook onze huisdieren een belangrijk aandeel hebben in de CO2-uitstoot. De klimaatalarmisten hebben ons voorlopig wel nog niet gevraagd om Blacky en Minou te euthanaseren.

Het meeste opmerkelijke voorbeeld van de verstikkende greep van de ecologisten op het klimaatdebat is het verzet tegen kernenregie, dat professor De Grauwe vergeleek met “religieus fanatisme.” Degenen die u voorlichten over de beste manieren om de CO2-uitstoot te verlagen, maar kernenenergie, de meest klimaatvriendelijke vorm van energieopwekking, niet vermelden of zelfs helemaal afwijzen, mogen er van verdacht worden in een ideologisch keurslijf vast te zitten. Neem hun informatie, hun uitingen van bezorgdheid over het klimaat en hun voorstellen van oplossing dan ook met een gezonde korrel zout.

  1. De mythe van de 97%

“Stel, je komt Trump tegen in een koud steegje en je hebt een Colt bij met 2 kogels erin, wat doe je? Ik ben er zelf nog niet uit.” Deze moordfantasie, maandag opgebiecht in een interview in De Morgen, komt uit de mond van Nic Balthazar.

Balthazar is dus wat ik al vermoedde: een fanaticus. Maar mensen als hij zijn helaas de toonaangevende stemmen in het klimaatdebat in Vlaanderen. Balthazar mocht in februari op de VRT een heus “klimaatbetoog” houden, een pathetische, uur lange propagandatoespraak met pretenties van volksvoorlichting. De film wordt nu ook in scholen getoond, kwestie van kinderen die voorheen nog niet bang genoeg waren toch nog te kunnen inlijven in de rangen van Anuna’s klimaatspijbelaars.

Er kunnen bladzijden gevuld worden met de onjuistheden in zijn monoloog, maar eentje volstaat om te illustreren op welk niveau de informatie van Balthazar staat: zijn beroep op de hardnekkige mythe dat 97 procent van de wetenschappers zich scharen achter een soort van consensus over klimaatverandering, inclusief oorzaken en gevolgen. Het is een leugen die maar blijft opduiken.

In 2013 verrichte klimaatactivist John Cooke een “studie” van wetenschappelijke opinies over het klimaat. Hij beweerde daarin dat 97 procent van de wetenschappers de besluiten van het IPCC steunen. Deze “studie” is ondertussen al ontelbare keren onderuit gehaald, niet in het minst door de wetenschappers zelf die ontdekten dat hun onderzoek onterecht en tegen hun wil in die “consensus” was opgenomen. Weet Balthazar dat niet? Of weet hij het wel, maar vindt hij een leugen gepermitteerd voor de goede zaak? Ik vermoed dat hij in een stadium zit waar het hem niet meer zo interesseert wat de waarheid is.

De vuistregel: wantrouw informatie van elkeen die beweert dat er een consensus is onder wetenschappers over het klimaatbeleid, in het bijzonder als de woorden “97 procent” vallen.

  1. Kersenpluk

Wanneer Donald Trump eerder dit jaar verwees naar een golf van extreme koude in het Amerikaanse Midden-Westen om de opwarming van de aarde in twijfel trekken, protesteerden de klimaatalarmisten heftig. De Amerikaanse president werd beschuldigd van “cherry picking.” Eigenlijk hadden ze gelijk. “Kersenpluk” is het selectief uitkiezen van feiten die in je kraam passen, en het negeren van data die in de andere richting wijzen.

Kersenpluk is helaas ook een bezigheid waarmee de klimaatalarmisten zich veelvuldig bezig houden. Het weglaten (door klimaatpaus Michael Mann) van de Middeleeuwse warmteperiode om de grafiek van de klimaatevolutie te kunnen voorstellen als een “hockeystick” (over de hele lijn recht, maar met een scherpe bocht naar boven op het einde) is een legendarisch voorbeeld.

Vorige week was er opschudding in politiek Nederland toen bleek dat het KNMI (het Nederlandse KMI) hittegolven uit het verleden uit de grafieken had verwijderd om de indruk te wekken dat er momenteel meer hittegolven zijn.

De goedgelovigheid van de klimaatspijbelaars die in in het ongewoon warme weer van februari een bewijs van hun gelijk zagen is onschuldiger, maar wel typisch voor de wijze waarop aan opvallende weerverschijnselen veel te gemakkelijk een klimaatbetekenis wordt toegedicht.

Weermannen en -vrouwen hebben ook zo de gewoonte om af en toe dingen te zeggen als “Dit was de warmste 15 februari sinds het begin van de temperatuurmetingen.” Eigenlijk betekenen die gegevens absoluut niets in het globale klimaatverhaal. Systematische temperatuurmetingen zijn nog maar een goede eeuw bezig. Zelfs indien de temperatuur constant blijft, zullen er gemiddeld drie dagen per jaar zijn die “de warmste ooit zijn.”

Ook de langere warmte van februari is betekenisloos. Terwijl het in België lente leek, teisterde extreme koude India en, dichter bij huis, Griekenland. België beslaat slechts 1/1.500ste van de aarde.

Weer en klimaat zijn heel onderscheiden zaken. Als er klimaatverandering aan de gang is, heeft nog geen enkele studie een verhoging van het aantal voorvallen van “extreem weer” kunnen vaststellen. Je mag gerust wantrouwig zijn tegenover alle berichtgeving waar specifieke weerverschijnselen, zoals orkanen en hittegolven, met klimaatverandering in verband wordt gebracht. Dat geldt ook voor de militante Europese klimatologen die een poging deden om de warme Europese zomer van 2018 voor hun kar te spannen.

  1. De militant-experten

Ik heb een groot geloof in de wetenschap en wat die kan doen voor de mensheid. Ik geloof echter niet dat alles wat uit de pen en de mond van wetenschappers komt, ook wetenschap is. En ik heb al helemaal geen vertrouwen in wat wetenschappelijk zou vaststaan volgens onze pers.

Ik woonde ooit een debat bij, waarbij een klimaatwetenschapper van de RUGent een interessante uiteenzetting hield over de redenen waarom hij gelooft dat het klimaat verandert en waarom hij de mens daarvoor verantwoordelijk acht. Ik geloofde hem bijna. De wetenschapper kwam echter ook fel tussen in het tweede deel van het debat, over de kost van de klimaatplannen. Hoewel economie niet zijn vakgebied is, bleek hij ook daarover heel duidelijke opvattingen te hebben en onderschatte hij bijvoorbeeld schromelijk de economische impact van de klimaatplannen. En toen viel mijn frank: de professor is een militant. Dat is niet verboden, uiteraard. Maar militantisme voor “de goede zaak” gaat niet goed samen met de afstandelijkheid die een wetenschapper moet betonen ten aanzien van zijn studiegebied, in het bijzonder op zeer speculatieve terreinen als het klimaat.

Een goed voorbeeld is de vaak in de media opgevoerde Jean-Pascal van Ypersele, die ook door zijn universitaire collega’s wordt beschouwd als een radicale ecologist. Hij doet voortdurend doemvoorspellingen die zelfs veel verder gaan dan wat het IPCC beweert en riep ooit op om klimaatscepticisme strabaar te maken.

Het is een goed idee om voorzichtig te zijn met voorspellingen van “experten” die meer militant dan wetenschapper zijn. En al helemaal als de “experten” alleen militant en helemaal geen wetenschapper zijn, zoals Nic Balthazar, Jill Peeters of Bert Gabriëls.

  1. Rampenretoriek

Als je de media en sommige militante klimaatwetenschappers mag geloven, zal de klimaatverandering met niets dan rampen gepaard gaan. “Wat zou de ideale temperatuur voor de mensheid in 2100 dan moeten zijn?”, vroeg de Amerikaanse politicus Scott Pruitt aan de klimaatwetenschappers. Het was een provocatieve vraag omdat ze een centrale maar onuitgesproken mythe van het klimaatalarmisme blootlegt: het idee dat onze planeet nu toevallig een ideale temperatuur heeft en dat elke afwijking vreselijke gevolgen zal hebben.

De linkse pers was dan ook in alle staten toen Pruitt suggereerde dat opwarming ook positieve gevolgen kan hebben. Pruitt heeft de geschiedenis nochtans aan zijn zijde. De temperatuur op onze planeet is al sinds het begin van de mensheid onderhevig aan verandering. Nooit hebben zich de apocalyptische gevolgen voorgedaan die nu sommigen zien opdoemen. Als er al opmerkelijke negatieve effecten waren, deden die zich voor in periode van afkoeling. Perioden van opwarming gingen gepaard met groeiende welvaart. Er zijn ook al verschillende onderzoeken die er bijvoorbeeld op wijzen dat de CO2 zal zorgen voor een vergroening van Afrika, bijvoorbeeld in de Sahel.

“Ja maar, nu gaat het sneller” (niet echt, als we naar de laatste 20 jaar kijken) “en verder” (niet echt, de middeleeuwse warmteperiode in Europa was waarschijnlijk een globaal verschijnsel). De waarheid is dat klimaatvoorspellingen altijd berusten op heel veel theorie en giswerk en dat men niet zeker weet welke nadelen of voordelen verbonden zijn aan klimaatverandering. “Er is niets verkeerd met theorie en giswerk,” schreef columniste Megan McArcle, “maar als je alleen dat hebt, moet je als wetenschapper toch altijd ruimte laten voor de mogelijkheid dat het resultaat van je computermodel (hoe zeg ik dit?) … verkeerd is.”

Richard Tol, voormalig wetenschapper van het IPCC, hekelde de rampenretoriek reeds meermaals: “Het idee dat onze kleinkinderen gevaar lopen omdat de aarde opwarmt, is volslagen mesjogge. De aarde kan best een paar graden warmer.”