Ten einde raad?

Mevrouw de moedige,

Gij hebt alle moed bijeen geschraapt om in de aanloop naar een onderwijsstaking op 20 maart een open brief te schrijven aan Hilde Crevits, de Akela van het Vlaams onderwijs. Gij wilt daarmee uitdrukkelijk haar aandacht trekken op de toestand in het huidige Vlaams onderwijs, en dan meer specifiek over wat de complexiteit en de quasi-onuitvoerbaarheid van de job betreft. Want het lijkt duidelijk dat de tijden van het klassikaal lesgeven voor redelijk homogene groepen, die op uitzonderingen na allemaal hetzelfde lessenpakket konden verwerkt krijgen, voorbij zijn.

Gij zegt ernstig bezorgd te zijn, want gij zoudt wel aan alle kinderen uit uw klas willen aanbieden wat ze nodig hebben, maar het lukt u niet. En dat frustreert u. Ik begrijp dat. Gij zegt het gevoel te hebben dat een klas ‘runnen’ geen haalbare zaak meer is omdat gij moet tegemoetkomen aan zoveel zaken, waardoor gewoon lesgeven precies bijzaak wordt. Het komt u voor alsof uw taak er enkel uit bestaat om ‘alle hoofden boven water proberen te houden’. Hoewel gij dankbaar zijt voor de hulp die gij van collega’s, de zorgcoördinator, de zorgleerkracht en de netwerkondersteuner krijgt, maak ik uit uw brief op dat dat allemaal niet voldoende is om adequaat om te gaan met de problematieken die gij in uw klas tegenkomt en waarbij er van u verwacht wordt dat gij er allemaal pasklare antwoorden en lesmethodieken voor uit uw mouw kunt schudden. Het is voor u duidelijk dat het fameuze M-decreet om leerlingen met bijzondere onderwijsnoden zoveel mogelijk in het klassieke onderwijs – en indien mogelijk niet langer in het ‘bijzonder onderwijs’ – te laten schoollopen, misschien wel goed bedoeld is, maar zonder veel middelen niet haalbaar is.

Om het aan de vrolijke onderwijsminister te verduidelijken wat gij precies wilt zeggen, schetst gij zonder verpinken een beeld van de uitdagingen waar gij in uw klas voor staat. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er danig van schrok omdat ik mij nauwelijks kon voorstellen dat het zo dramatisch kan zijn – en effectief is – in een groeiend aantal scholen. Gij spreekt zo over een kind met een duidelijke vorm van ADHD dat volgens de ouders verkeerd wordt aangepakt omdat het onvoldoende aandacht van u krijgt. Gij spreekt over vier jongens die DCD hebben en dus moeite hebben met het aanleren en uitvoeren van motorische taken, zoals zich aan- en uitkleden, fietsen, zwemmen, tekenen, knippen en schrijven, hun bank en boekentas organiseren,… Gij spreekt over een meisje met een autismespectrumstoornis en een meisje met een ernstig concentratieprobleem en een problematische thuissituatie, inclusief een contactverbod met de moeder. Gij hebt het over een jongen die erg lijdt onder de vechtscheiding van zijn ouders, waardoor er van deugdelijk schoollopen niet veel in huis komt. Gij spreekt nog over een hoogsensitief meisje, een meisje met ernstige dyslexie, een jongen met een genetische aandoening die vaak afwezig is en nadien telkens weer op weg moet geholpen worden, een jongen met een laag zelfbeeld, drie dubbelaars die het spoor opnieuw bijster dreigen te raken en een kind dat met een been in het gips zit en praktische hulp nodig heeft. En ja, er zijn ook drie hoogbegaafde leerlingen die ook een eigen traject moeten volgen… Er was vooralsnog geen sprake van anderstalige nieuwkomers of kinderen met rekenstoornissen, of kinderen die uit andere culturen komen en moeite hebben om zich aan te passen aan onze wijze van leven, ouders die u bij het minste komen lastigvallen of ouders die niets van u aannemen omdat gij een vrouw zijt, of kinderen die hun huistaken niet maken, of… Het had allemaal ook nog gekund… En nog veel meer…

Waarde Charlot, ik kan zeer goed begrijpen dat voorlopig nog gemotiveerde leerkrachten als gij hier ’s nachts echt van wakker liggen. Een mens zou voor minder aan het piekeren slagen. Leerkracht zijn in een lagere of basisschool is geen lachertje meer. Mensen voelen zich onmachtig en meer en meer wordt de draagkracht van de onderwijsteams zwaar overschreden omdat de noodzakelijke omkadering en werkingsmiddelen ontbreken. Mooie onderwijstheorieën uitdenken is één zaak. Ze in de praktijk brengen een andere. En daar knelt het schoentje. In een samenleving waarin de leerproblemen vaak uitvergroot en zelfs gemedicaliseerd worden en waarin tal van sociale en maatschappelijke problemen worden afgewenteld op de scholen, waarbij verwacht wordt dat de individuele leerkracht een soort omnipracticus is die op alles een pasklaar en vooral (ortho)didactisch verantwoord antwoord kan bieden, knapt op een zeker moment onvermijdelijk de veer en geven nochtans bekwame mensen het op en vluchten weg in ziekteverlof of een andere job.

Uw brief komt geen seconde te vroeg. Er zouden meer van uw collega’s hun verhaal moeten neerpennen aan de minister. Hopelijk is de uwe daartoe een aanzet. Ondanks alles hoop ik dat gij de moed erin houdt en… gehoor vindt.