CD&V zet dan toch eens de Vlaamse pet op. Het voorstel om een nieuwe staatshervorming voor te bereiden verraste enigszins. Op hun site en in De Standaard publiceerden de kopstukken een nieuw voorstel. Groot “nieuws” in de kranten. Wie de tekst meteen afschiet, vergist zich. Maar de pet staat voorlopig toch wat scheef.

Vorig weekend trapte CD&V haar nationale verkiezingscampagne af met een opiniebijdrage op de webstek van De Standaard. Opvallend én interessant is dat de partij voor een nieuwe staatshervorming en voor meer Vlaamse bevoegdheden pleit, met als prioriteit de gezondheidszorg (het beleidsterritorium waar de partij het sterkst staat).

Maar niet te vroeg gejuicht. Die staatshervorming moet er niet komen na de verkiezingen van mei 2019, maar na die van 2024.

Waarom vijf jaar wachten? Omdat er zelfs in het Vlaams Parlement geen consensus is over wat wel te doen en wat niet, stellen Wouter Beke en co. Vijf jaar huiswerk maken dus, en laat de Franstaligen dat ook maar eens doen. En laat nadien de Senaat maar zoeken naar een scenario waarin een volgende staatshervorming past.

Die strategie is een kopie van wat voormalig Vlaams minister-president Luc Van den Brande voor 1999 voor mekaar kreeg: lange onderhandelingen (vanaf 19 februari 1996, de Schrikkelnota) op 3 maart 1999 laten uitmonden in vijf resoluties die moesten leiden tot meer staatshervorming via twee volwaardige deelstaten met (meer) fiscale autonomie. Dat is ten dele gelukt. Die andere doelstelling (homogene bevoegdheidspakketten) nog minder. Groen heeft zich toen onthouden bij die resoluties, de socialisten hebben er een aantal goedgekeurd en een aantal niet.

Wellicht wil CD&V meespelen in het verkiezingsdebat dat ongetwijfeld ook weer over communautaire thema’s zal gaan. De komende twee maanden wil de partij uitpakken met het profiel van een rationele, gematigde maar toch ook nog altijd Vlaamsgezinde partij. Hoeveel indruk zal dat maken in de koffiehuizen en cafés van Vlaanderen? En hoeveel op de harten van de kiezers?

Verdeeld

Alvast op dit punt heeft CD&V vierkant gelijk: de Vlaamse partijen slagen erin om ongelimiteerd verdeeld te zijn over de vraag naar meer Vlaanderen en minder België.

De standpunten van de nationalistische partijen kennen we: van het verregaand confederalisme van de N-VA (ze krijgen dat woord nauwelijks uitgelegd) naar de eis tot splitsing en onafhankelijkheid van Vlaams Belang (waarmee de deur naar een meerderheid meteen wordt dichtgeklapt).

Het standpunt van “de overkant” kennen we ook. Groen – zot van glorie – beperkt haar ambitie tot haar klimaatgekte. Of dat een megabonus wordt, valt te betwijfelen. Niet meer, maar minder Vlaanderen, dat is die andere groene keuze. Het groene vizier is gericht op een federaal superministerie voor Milieu, Klimaat en Energie. Ongetwijfeld met een groene superminister.

Ook Open Vld pleitte voor minder Vlaanderen. De liberalen mikken onder meer op de herfederalisering van Gezondheidszorg (met Maggie als moeder der goede zorgen) en van Energie.

De socialisten werkten mee aan plannen voor een herfederalisering van het klimaatbeleid, maar die vlieger werd door de Raad van State uit de lucht geschoten. “Sp.a houdt de kerk in het midden”, schrijft Het Laatste Nieuws: “Als na grondige evaluatie blijkt dat via een herschikking van bevoegdheden, in welke richting dan ook, een beter beleid kan worden gevoerd, dan moeten we dit bekijken”, zo klinkt het daar. Hiermee trekken de socialisten wat nadrukkelijker aan de bel van de N-VA.

Rationaliteit

Hoe de radicale flaminganten het ook draaien en keren, het is de partij van Wouter Beke die vooralsnog de communautaire grens trekt. En dat zal zo blijven tot de kiezer daar anders over oordeelt.

Het minste wat men kan zeggen is dat noch N-VA (met vijf jaar communautaire stilte), noch Vlaams Belang (nog altijd niet vrijgewerkt uit het cordon) de jongste jaren een wonderbaarlijke strategie hebben gevolgd om de kiezer mee te krijgen naar “meer Vlaanderen”.

Positief

CD&V gaat nu voor een beperkt, uitgesteld en voorzichtig confederalisme. Voor een koppeling van rationaliteit aan gematigdheid. “Zonder voorbereiding zal er van het communautaire niks in huis komen, behalve onbestuurbaarheid en chaos”, zo schrijven de CD&V’ers nog. Voor wie redeneert binnen het kader van de haalbaarheid, is dit gewoon volstrekt juist. Kan het anders?

Zolang de radicalen en de minder radicalen onder de flaminganten mekaar de neus afbijten (die tijdrovende zieligheid vervuilt zowel de parlementen als de sociale media), is de sterkte van Vlaanderen die van een papieren leeuw. Schreeuwen en de kar niet in beweging krijgen, het kan zielig ogen.

Meer Vlaanderen, dat willen veel Vlamingen. Hoeveel meer is bijzaak. Het verstand bijeen leggen en gebruiken om argumenten tot bij het volk dragen, dat zou de prioriteit moeten zijn. Tot de afstand naar een volwaardige Vlaamse autonomie klein genoeg is geworden om – in een mix van rationaliteit en emotie – de Vlamingen het efficiëntste bestuur te kunnen geven en ze van een vanzelfsprekende, zelfstandige plek in Europa te kunnen laten genieten.

Vooruit?

Zeggen we hiermee dat de christen-democraten erin zullen slagen om met een half gekookt Vlaams ei veel kiezers te bekoren? Neen, want daarvoor spreekt de partij nog altijd iets te veel met een gespleten tong.

De prominenten die zich in De Standaard eens goed lieten gaan, geven de indruk resoluut tegen herfederalisering te zijn. Opnieuw overdragen van bevoegdheden aan het federale niveau zou “een stap achteruit in plaats van de weg vooruit zijn op het pad dat Vlaanderen naar zoveel welvaart heeft geleid”. Dat is geen onbelangrijke passage in de tekst.

Maar ondertussen opende Jong CD&V op het partijcongres in 2016 de poort naar de “mogelijkheid tot herfederalisering”. Ook het huidige partijprogramma bepaalt dat herfederalisering “geen taboe” mag zijn. Maandagochtend liet Hilde Crevits, toch ook een van de ondertekenaars, er in De Ochtend geen twijfel over bestaan dat ook voor haar “kleine stapjes richting herfederalisering” wél mogelijk zijn. Ze noemde onder meer het dossier van de geluidsnormen rond Zaventem. En voor Beke mogen “luchtkwaliteit en nachtvluchten” wel geherfederaliseerd worden.”

Vooruit? Nogmaals

Tot daar het achteruitrijden. Hoe zit het met de rit voorwaarts? Onder meer Hilde Crevits en Hendrik Bogaert hadden het de voorbije dagen weer over het zogenaamd “positief confederaal model” van hun partij. Die omschrijving is er al jaren, al zijn er nog toppers die het woord confederalisme niet in de mond nemen. Concreet betekent het dat “het zwaartepunt van het beleid” bij de deelstaten komt te liggen.

Van een partij die wil overleven in het “moedige midden”, mag je geen scherpere standpunten verwachten. Maar met net iets te veel aandrang verwijzen de toppers steevast naar het behoud van het Belgische, federale kader. Hoever gaat het Vlaams engagement terzake? Hoever niet?

CD&V het voordeel van de twijfel geven, dat blijft lastig. Kijkt de partij soms eens achterom? Sinds 1978 verloren de immer voorzichtige christendemocraten voortdurend kiezers. Met communautair getreuzel trekken misschien nog meer kiezers naar de partij die wil “dat de mankementen van ons staatsbestel onmiddellijk moeten worden aangepakt, en niet binnen tien jaar” (Jan Jambon in De Ochtend). De trend van de geschiedenis wordt zelden omgekeerd. Maar de deur voor vijf jaar sluiten voor een herziening van de grondwet, dat zou een stommiteit zijn. Wallonië en Vlaanderen verdienen hun autonomie. Het is de kiezer die beslist hoever die zal gaan. Maar ook CD&V spijtig genoeg.