Marxisten en ecologisten geloven niet alleen in de maakbaarheid van de mens, maar ook in de maakbaarheid van de natuur, en dat was al vóór zoiets als genetische manipulatie bestond. Tijdens Stalins terreur werd de Sovjetlandbouw niet alleen geruïneerd door de collectivisering, maar ook door de pseudowetenschappelijke theorieën van Lysenko, die geloofde dat zaden ‘gehard’ konden worden tegen de koude.

Zelfs toen al wisten alle wetenschappers dat dat in strijd is met alle wetten van de erfelijkheid, maar Lysenko was een beschermeling van Stalin, dus niemand durfde een kik geven en de boeren werden gedwongen midden in de winter graan te zaaien, zelfs als de sneeuw met bakken uit hemel viel. Tonnen en tonnen zaaigoed gingen verloren, wat de al benarde voedselsituatie nog erger maakte.

Elektrische wagens

In de huidige klimaathysterie denken we dikwijls aan die rampzalige Lysenko-experimenten, in het bijzonder als we de groenen horen doordraven over elektrische auto’s. Uit nuchtere wetenschappelijke cijfers blijkt dat de productie van een elektrische auto in vergelijking met een benzine- of dieselauto tweemaal meer energie kost, en dus ook twee keer meer uitstoot van CO2 veroorzaakt.

Bovendien zijn voor een elektrische auto drie keer meer zeldzame metalen nodig dan voor een gewone auto. Voor de batterijen van elektrische auto’s is veel lithium, nikkel, koper en aluminium nodig, en de ontginning daarvan veroorzaakt op grote schaal grondwatervervuiling en bodemverzuring. Er zijn gelijkaardige problemen met grondstoffen die nodig zijn voor de productie van windmolens, zoals kobalt, dat ook gebruikt wordt in de accu’s van elektrische auto’s. De voorraden kobalt zijn beperkt.

In Congo werken kinderen in de kobaltmijnen. Zij zijn de kindsoldaten van de ecofanatici. Die ondervoede en uitgebuite kinderen zijn de échte klimaatmeisjes en -jongens. Niet de naiëve spijbelaars in de westerse wereld, met hun exotische vliegvakanties en hun smartphones. Ook met kobalt.