Het Franse bedrijf Naval & Robotics mag 12 nieuwe mijnenjagers voor de Belgische en Nederlandse marine bouwen, zo besliste de federale regering. Een keuze die wenkbrauwen doet fronsen. Normaal gezien is de uitbouw van de marine in de Lage Landen een Belgisch-Nederlands onderonsje, maar dankzij de Franstalige liberalen in de federale regering krijgt Parijs nu een militaire en economische voet tussen de deur.

De bouw en het onderhoud van 12 nieuwe mijnenvegers en 4 fregatten voor België en Nederland is een van de grote militaire contracten voor de beide marines. In 2016 werd beslist de bestaande vloot te vervangen en daarvoor werd een Europese aanbesteding uitgeschreven. De Nederlandse regering zou een beslissing nemen over de 4 fregatten (2 voor België en 2 voor Nederland) en de Belgische federale regering voor de 12 mijnenvegers (6 per land). De expertise van de Lage Landen in de mijnenbestrijding wordt internationaal gerespecteerd en is een referentie binnen NAVO-verband.

Voor de bouw van de mijnenvegers werden drie biedingen ingediend. Eén door het Nederlands-Belgische consortium Damen-Imtech uit Vlissingen, één door het Franse Naval Group en één door het Frans-Italiaanse Sea Naval Solutions. Vorige week besliste de ontslagnemende federale regering om het contract (2 miljard euro waard, met een eerste uitrol van de schepen in 2023) toe te kennen aan Naval & Robotics, dat wordt geleid door Naval Group.

Technologie

Naast de bouw van de schepen is de technologische uitrusting cruciaal in dit contract. Bij mijnenbestrijding wordt steeds meer gebruikgemaakt van onbemande apparaten zoals lucht- en onderwaterdrones. Moderne technologie die niet overbodig is. In de Noordzee liggen nog duizenden mijnen uit de twee wereldoorlogen, maar de nieuwe mijnen zijn veel gesofisticeerder.

Onder anderen Kamerlid Hendrik Bogaert (CD&V) was zeer enthousiast over het contract, omdat het voor veel “economische compensaties” zou zorgen in Vlaanderen. Het is inderdaad zo dat er een expertisecentrum komt voor dronetechnologie. Flanders Ship Repair in Zeebrugge krijgt een dronefabriek van 5.000 vierkante meter om daar drones van het Franse bedrijf ECA te gaan fabriceren. Dat zou honderden banen opleveren. Maar de meeste andere investeringen gaan naar Wallonië.

Belgisch-Nederlandse samenwerking

Toch rammelt dit contract. Het is immers zo dat de Nederlandse marine en de Belgische marine al decennialang samenwerken. Dan zou het logisch zijn dat de bouw en het onderhoud van marineschepen vooral via die twee landen gebeurt. Nu komt Frankrijk daar tussen fietsen. Uit informele gesprekken blijkt dat Parijs op deze manier zijn greep op de Europese defensie wil versterken. De succesvolle Nederlands-Belgische maritieme samenwerking is de Fransen al langer een doorn in het oog.

Nu komt er een Franse infiltratie in het militair-economische netwerk van de Lage Landen. En de Fransen mogen premier Charles Michel en minister van Buitenlandse Zaken en Defensie Didier Reynders dankbaar zijn. Geruchten doen al maanden de ronde en vorige week doken die ook op in de Franse pers: zeker Reynders en allicht ook Michel zijn door de Franse president Emmanuel Macron interessante postjes beloofd indien de Belgische regering voor het Franse contract kiest. Meer bepaald de rol van secretaris-generaal van de Raad van Europa, een functie waar Reynders op aast, zou op die manier worden toegekend.

Parijs vergroot zijn greep

Didier Reynders ontkent dat er druk werd uitgeoefend, maar hij heeft de perceptie tegen. Het is bekend dat de Franstalige liberalen en de minister van Buitenlandse Zaken een directe lijn hebben met Parijs. Ten tijde van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt heeft Reynders de Franse belangen (via Suez, Engie) niets in de weg gelegd. De voor België nadelige deal bij de ontmanteling van Dexia (voor een deel een Frans bedrijf) werd door de Brusselse Luikenaar bekokstoofd. Idem met de intrede van BNP Paribas voor de redding van Fortis in 2008.

Daar komt nog bij dat Parijs gepikeerd is dat Frankrijk naast de bouw van de opvolger van de F-16 heeft gegrepen. Het contract ging naar de Amerikaanse F-35 en – gelukkig – niet naar de minder performante Franse Rafale. Nu halen de Fransen wel hun slag thuis. Dit is wellicht een zeer slechte zaak voor de Belgisch-Nederlandse marine. Het is een eerste stap in het ondergeschikt maken van de krijgsmachten van kleinere landen aan het grotere Frankrijk.