Manu Claeys, voorzitter van het burgercollectief stRaten-generaal, vindt dat het klimaatprobleem moet opgelost worden door een intendant en zijn gevolg. David van Reybrouck vindt dat hij de democratie heeft gered in de Oostkantons met “zijn” burgerdemocratie. Die redders van de democratie toch.

Claeys is een handige communicator. Vorig weekend lanceerde hij in het debatprogramma Nachtwacht op Canvas het voorstel dat de Vlaamse regering een intendant zou zoeken om de klimaatproblematiek aan te pakken. Anuna de Wever en haar club vinden dat een goed idee. Allen daarheen?

Van waar zo plots dat ideetje van Claeys, en waarom precies nu, op een moment dat de solfergeur van de klimaatbetogingen – “dees is keitof en dees zal nooit stoppe!” – nog in onze steden hangt? Toeval, zeker?

Claeys werkt aan een boek over burgeractivisme en de rol daarvan binnen een 21ste-eeuwse democratie. Voor hem is een “intendant” een soort goedaardige en vooral superslimme duivel uit een doosje, die in moeilijke dossiers water en vuur kan verzoenen.

Het voorstel van Claeys werd de voorbije dagen driftig opgepikt door zijn maten in de media. Dat nam nog toe toen ook de klimaatspijbelaars van Youth for Climate een klimaatintendant een goed idee vonden.

Let op: de ambitie van Claeys is niet beperkt tot het speuren naar één superexpert. Claeys heeft het ook over het aan het werk zetten van “een communicatieteam”, van “een participatieteam”, van uit te rollen “werkbanken” die het klimaatprobleem in Vlaanderen zouden omlossen. Knap bedacht. Knap verwoord bij Leyers. Maar is dat applaus terecht?

Aanval

Het gaat om een sluwe aanval van Claeys op de klassieke parlementaire democratie. Groen en andere linkse partijen halen het niet bij de kiezer? Dan halen we de zaag boven. Het klimaatprobleem aanpakken is niets meer voor de Vlaamse overheid, noch voor de Vlaamse overheidsdiensten, noch voor de experts waar die een beroep kunnen op doen. Wel voor die slimme intendant en zijn gevolg. Een vacature voor de job is nog haalbaar voor de paasvakantie, een benoeming van de klimaatintendant tegen september, klinkt het vrolijk.

Reacties

Tot daar het goede nieuws van de klimaatdromers. Maar nu begint het. Wie zal die stoet van slimmeriken selecteren, leiden en financieren? Wie zal hen ter verantwoording roepen bij fouten?

Vanop het politieke terrein was er alleen sympathie van de immer enthousiaste doener Gwendolyn Rutten. Een intendant? “Wij staan er zeker voor open”, aldus de voorzitter van de net niet van de aardbol gewaaide Open Vld. Rutten wil de slimme intendant in het blauwe partijprogramma en in de atomaschriftjes voor de regeringsonderhandelingen. “We moeten burgers, bedrijven, overheden, universiteiten, experten en financiers rond één tafel brengen, en best wel concreet werken”, zei Rutten in ‘De Zevende Dag’. Benieuwd of haar lijstje genodigden samenvalt met dat van de groene Claeys?

CD&V bleef in haar reactie volledig zichzelf: vis noch vlees. Het moest iets worden in de buurt van “het moedige midden”. De nieuwe minister van Leefmilieu, Koen van den Heuvel (CD&V), mocht verduidelijken dat zijn partij het voorstel “niet meteen afkeurt”. Gewoontegetrouw zit er bij CD&V wat ruis op de boodschap. Federaal minister Kris Peeters, strompelend in lopende zaken, pakte dan weer verrassend kritisch uit: “Ik denk dat de mensen dan gaan zeggen: waarvoor dienen die ministers?”

De socialisten dan? Die lijken hun verstand te hebben teruggevonden. Parlementslid Bruno Tobback kon het intendantenideetje niet volgen: “We hebben een consensus over wat we willen bereiken. Wat we nodig hebben, is een regering die knopen doorhakt.” Vrij vertaald: geen gezever met de parlementaire democratie.

Geert Bourgeois maakte maandagochtend brandhout van de bevlieging over een intendant: “Laat ons de principes van de parlementaire democratie overeind houden.”

Pers

Sympathie voor winderige ideetjes heb je natuurlijk meteen bij de maten van de pers. Bij Wim Daeninck van Gazet van Antwerpen bijvoorbeeld. Na wat kappen op de politiek zorgde hij voor een interessantste suggestie: “Luister naar je kinderen. Luister naar wetenschappers.” Een vreemde combinatie, maar goed. En wat moeten we dan doen van Wim? De rangen sluiten in een Toekomstverbond, aangestuurd door een intendant. En waarom is dat zo’n goed idee? Omdat dat ideetje van Manu Claeys al “weken geleden” door Gazet van Antwerpen was gepropageerd.

Van Reybrouck

Er was vorig weekend nog eentje druk bezig met ons gezellig samenleven.

Ook David van Reybrouck ijvert al lang voor een nieuwsoortige burgerdemocratie. Vlaamse boeren, let op uw ganzen!

Vanwaar die plotse heropstanding van Van Reybrouck, recht gekropen uit de as van zijn mislukte burgertoppen (G 1000, G 500…)? Toeval zeker?

Van Reybrouck wil dat de bestuursmacht verschuift naar een burgerpanel van “uitgelote” burgers. De auteur van ‘Tegen verkiezingen’ (sic) mocht onder de schijnwerpers zijn nieuwste “experiment” in de Oostkantons gaan bejubelen. In de Duitstalige Gemeenschap, 70.000 man sterk, is een decreet goedgekeurd waardoor vanaf september een “gelote” burgerraad of burgerpanel straks de politieke agenda mee zal mogen bepalen. Volgens Van Reybrouck hebben onze politieke leiders hulp nodig om te leiden.

Mark Coenen formuleerde zijn verbazing over zoveel enthousiasme als volgt: “Het is alsof men erin geslaagd is een dood paard weer te laten hinniken.”

De lokale bewoners wisten nauwelijks waarover het ging. Het drukst besproken politieke thema onder de Duitstaligen is blijkbaar de plaats van de bloembakken. Maar goed, de democratie in hun gewest zal voortaan als honderd bloemen bloeien, geen mens die daaraan twijfelt.

Hoop

De pittigste commentaar op al die Spielerei van progressieven komt van Joël de Ceulaer in De Morgen (‘Blijf kiezen voor verkiezingen’, 4 maart). Zijn reactie gaat wat verder dan het wolkje van een intendant, en gaat ook over die andere rillingen in opinieland, met name die over klimaatbetogingen en burgerpanels.

Hij ontkent met zwier dat verkozen politici niet meer in staat zouden zijn om de problemen van deze tijd het hoofd te bieden, terwijl een soort “nieuwe helden” gelukkig wél zouden zien wat er op het spel staat en nog wél in staat zijn om het systeem van koers te doen veranderen. Vandaag heten die helden Anuna de Wever, Manu Claeys en David van Reybrouck. “Het enthousiasme waarmee zij in zowat alle mainstream media op het schild worden gehesen, is groot. Zorgwekkend groot”, aldus De Ceulaer.

De klimaatbetogers hebben een thema op de agenda gezet. Bravo. “Maar iemand moet de spijbelaars er ook op wijzen dat het misschien tijd wordt om terug naar school te gaan.” En een van de redenen waarom ze dat moeten doen, is dat er binnenkort een moment komt waarop zo ongeveer de hele bevolking zich kan uitspreken over de oplossingen voor het klimaat, en migratie, en fiscaliteit, en mobiliteit, enzovoort.

De Ceulaer noemt het intendantvoorstel dan ook “niet meer dan een hebberige poging om een maatschappelijk probleem te depolitiseren”. De “vurigheid” waarmee Claeys de depolitisering van maatschappelijke problemen bepleit – laat de ‘neutrale’ experts het maar oplossen – is voor hem “onrustbarend”.

De Ceulaer rondt af met een uppercut. Het hele gedoe is gekenmerkt door een democratisch deficit. Hoe werken die actiegroepen? Hoe worden ze verkozen of aangeduid? Namens wie zit Claeys nu in de raad van bestuur van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM)? Met welk mandaat? En wie controleert hem? Of moeten we hem gewoon vertrouwen? “Kleine tip: in een democratie doen we niet aan blind vertrouwen, maar aan transparante controle.”

Links én rechts

Het besluit van De Ceulaer is dan ook hoopgevend, voor links én rechts: “Nee, de democratie is niet perfect. Ja, we mogen en moeten haar vernieuwen. Daartoe moeten we op straat komen, boeken schrijven en op alle mogelijke andere manieren ons ongenoegen laten blijken. Niets mis mee. Maar laten we die verkiezingen voorlopig maar behouden als het hart van de democratie. En laten we even achterdochtig zijn voor intellectuele profeten als voor vertegenwoordigers des volks.” De macht hoort te liggen bij onze volksvertegenwoordigers, niet bij geamuseerde brossers en klimaatspijbelaars, en nog minder bij prententieuze activisten. Het staat ze vrij de stembus te bestormen. We vermoeden dat de Vlaamse kiezer daar dezelfde taal zal spreken.