De verwoestende brand in de Parijse Notre-Dame-kathedraal veroorzaakte veel emoties. Blijkbaar voelen de mensen zich nog altijd verbonden met hun monumenten en geschiedenis. Maar tegelijk waren er opvallend snel veel vragen en bedenkingen. Is er een verband met de profanaties van Franse kerken van de voorbije maanden? En is de brand een metafoor voor een Frankrijk dat zijn katholieke wortels verloren heeft?

In het nochtans geseculariseerde en gelaïciseerde Frankrijk is de Notre-Dame een nationaal symbool. Het mag niet verbazen dat de emoties groot waren toen op maandagavond de beelden verspreid werden van de brand in de kathedraal. De brand – die op een bepaald moment het hele bouwwerk bedreigde – was het gevolg van werkzaamheden. Aan de Notre-Dame worden al jaren restauratiewerken verricht. De 30.000 bezoekers per dag beseffen het misschien niet, maar het 800 jaar oude bouwwerk (het heeft 200 jaar geduurd om het te bouwen) is kaduuk en vertoont als kranige ouderling heel wat mankementen.

Er werden al miljoenen euro’s geïnvesteerd om de grandeur van het bouwwerk te bewaren. Een bouwwerk dat werelderfgoed is en tot het DNA van de Fransen behoort. Het meest pijnlijke moment van de sterk gemediatiseerde brand was toen de torenspits van 93 meter, de ‘flèche’ (pijl), neerstortte. Dat de kathedraal niet volledig afbrandde, zorgde voor een zucht van opluchting.

De Gaulle en Napoleon

De Notre-Dame ademt geschiedenis uit en leek niet kapot te krijgen. Niet tijdens de Franse Revolutie, niet tijdens de Commune en ook niet aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen generaal Dietrich von Choltitz het bevel van Adolf Hitler om Parijs te vernielen in de wind sloeg. “Brennt Paris?” werd nooit met een ja beantwoord. Charles de Gaulle stapte in de zomer van 1944 de kathedraal binnen voor een Te Deum voor de bevrijding van Parijs. Het is daar dat Napoleon Bonaparte zich in 1805 tot keizer kroonde. Voor de Franse koningen was de kathedraal van minder belang; zij werden gekroond en gezalfd in Reims en begraven in Saint-Denis.

De symboliek van de Notre-Dame is bekend, wat tot al even symbolische daden leidde. Op 21 mei 2013 pleegde de rechtse Franse denker en militant Dominique Venner zelfmoord in de Notre-Dame. Venner, een heiden, deed dat op een plaats die herinnerde aan de oude Europese wortels van Frankrijk; hij zette zich onder andere af tegen de massa-immigratie naar West-Europa.

In 2016 en 2017 waren door IS aanslagen gepland op de Notre-Dame. Een geslaagde aanslag zou een grote symbolische overwinning zijn geweest. En zie, terwijl het monument nog aan het branden was, werden op sociale media al reacties verspreid van moslims die zich vrolijk maakten over het inferno. Wat al snel de geruchten voedde dat het in geen geval zou gaan om een brand ten gevolge van renovatiewerken. Neen, het zou gaan om een aanslag of een doelbewuste brandstichting. Want hoe kan een brand na 18 uur ontstaan als er van restauratiewerken geen sprake meer is, beweren sommigen?

De vergeten brand in Saint-Sulpice

Het lijkt absurd dat zo’n geruchten zich snel verspreiden, maar eigenlijk is dat niet verwonderlijk. Frankrijk wordt al een hele tijd geteisterd door profanaties en vandalisme van kerken. De media reppen daar amper over. De rechtse krant Le Figaro is een uitzondering. In deze rubriek zijn we op dat vandalisme al dieper ingegaan. Bij de gelovigen in Frankrijk hebben die profanaties eer diep ingehakt. Tegelijk toont het vermoeden van kwaad opzet het grote wantrouwen in de Franse samenleving.

Dat werd ook gevoed door de foute berichtgeving over de brand in het portaal van de Saint-Sulpice-kerk op 17 maart. Aanvankelijk een ongeval, zo werd gezegd, maar al snel bleek dat het om brandstichting ging. Wat tot de bedenking leidde: wordt over de brand in de Notre-Dame de hele waarheid verteld?

De katholieke identiteitscrisis

De in de ogen van sommigen paranoïde vragen wijzen erop hoe ziek de Franse maatschappij is. De brand van de kathedraal werd in commentaren al snel gezien als een symbool of metafoor voor de ondergang van het christelijke Europa en van Frankrijk dat zonder christelijke wortels zit. Het is de Europese lidstaat geworden met de grootste moslimgemeenschap, die een soort van parallelle samenleving aan het creëren is waar radicale versies van de islam overheersen. Het is tevens Frankrijk waar in vredestijd het grootste aantal doden valt bij terreuraanslagen.

Het is bekend dat de entourage en de partij van Emmanuel Macron niet hoog oplopen met de christelijke en katholieke geschiedenis van Frankrijk. Tijdschriften als Valeurs Actuelles, waarbij journalisten openlijk hun katholiek geloof belijden, worden gezien als ‘Fremdkörper’ in de Franse samenleving. Meer dan ooit wordt de uitspraak van paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Frankrijk van onder het stof gehaald: “Oudste dochter van de Kerk, ben je nog trouw aan je doopbeloftes?”