In het net vrijgegeven gedeelte van het archief van de ministerraad bevindt zich een merkwaardige brief van koning Boudewijn uit 1988 aan Wilfried Martens. Hij is dan premier van de regering-Martens VIII (van 9 mei 1988 tot 29 september 1991). In die regering zaten CVP/PSC, SP/PS en VU. Martens is dan volop bezig met de derde staatshervorming (overheveling van het onderwijs naar de gemeenschappen).

“Het zal U niet verwonderen dat ik U schrijf over het ernstig onderwerp dat de hervorming van de Staatsstructuur is”, schrijft de koning. “Tijdens de voorbije maanden heb ik er dikwijls over gesproken met Uzelf. Maar naarmate de voorbereiding der teksten vordert, groeit ook mijn bezorgdheid.”

De brief wordt op de ministerraad van vrijdag 15 juli besproken en vooral minister Moureaux (PS) is ‘not amused’. Hij is vicepremier en verantwoordelijk voor het Brussels Gewest en de Institutionele Hervormingen. De socialist vindt dat de koning met die brief te ver gaat. Moureaux: “Het gaat om een belangrijke tekst die een fundamenteel probleem stelt voor de regering.” Moureaux vraagt zich luidop af of hij nog wel het vertrouwen van de koning geniet. De Franstalige socialist wil zelfs dat Martens deze vraag stelt aan Boudewijn.

Boze Moureaux stond alleen

Willy Claes (vicepremier, minister van Economische Zaken, Planning en Onderwijs) begrijpt de verontwaardiging van Moureaux, maar vindt dat de koning in zijn rol blijft. Ook Dehaene (vicepremier, minister van Communicatie en Institutionele Hervormingen) ziet geen probleem in de brief van Boudewijn. Dehaene vindt dat de staatshervorming een collectieve verantwoordelijkheid is van de regering en is van mening dat hieraan onverwijld voortgewerkt moet worden. Ook premier Martens dekt de koning. Er wordt wel afgesproken dat Moureaux de koning persoonlijk zal ontmoeten en dat er een collectief antwoord van de regering komt. Kortom, Moureaux stond alleen met zijn kritische lezing van die brief.

De brief van Boudewijn had in elk geval geen invloed. Integendeel, misschien heeft deze actie van de koning de zaken wel versneld. Martens stelt in zijn memoires: “Deze regering kende een dynamische start. In enkele maanden tijd wist ze een enorm pakket aan wetsontwerpen, wetswijzigingen en andere hervormingen door het parlement te sluizen. Zo was de eerste fase van de staatshervorming, met de uitbreiding van de bevoegdheden van Gewesten en Gemeenschappen, al op 8 augustus 1988 een feit.” Tot grote spijt van Boudewijn.