Juli 2021. Het is een warme zomerochtend ten huize Calvo. Kristof is al zeer vroeg uit de veren. Net als bij zijn verjaardag, Pasen en Sinterklaas stormt hij de kamer van zijn ouders binnen en gaat enthousiast op hun bed springen. Voor papa Calvo hét signaal om in de logeerkamer verder te pitten, maar voor moeder Martine is er geen ontsnappen aan. “Mama, ik moet naar de koning. Ik moet België verbinden. Mamaaaa. Komaan zeg! We moeten vertrekken. Waarom luistert er niemand naar mij? Ik ben wel de premier hé….”

Stop! We winden eerst een stukje terug naar 26 mei 2019. De kiezer had besloten om de politici even aan het werk te zetten door de politieke kaarten zo te leggen dat de pacifistische Gandhi hemzelve iedere vorm van geweldloos verzet zou opgeven, zich een kalasjnikov zou aanschaffen en het parlement zou overhoop schieten. Zowat iedere partij had aangegeven om niet samen te willen werken met een andere partij. Mathematisch was alles mogelijk, praktisch niks.

Eén regering per partij

Even werd geopperd dat iedere partij dan maar een eigen regering zou gaan vormen. Weliswaar met de heilige belofte dat die regeringen zeer goed zouden samenwerken. Gwenny van de Open Vld was met dat voorstel afgekomen, met onbedaarlijk enthousiasme. “In een crisis moet je opportuniteiten zoeken,” had ze triomferend verklaard, “Iedereen minister. Iedereen blij. We vinden de democratie opnieuw uit!” Bovendien zou niemand het in België echt merken als er een paar regeringen bij zouden komen. “Behalve dan de portefeuille van de burger,” had het planbureau even snel gerekend.

In de lente van 2020 kwamen er een hele reeks klimaatmarsen. Ditmaal voor het financieel klimaat en tegen het “één regering per partij plan”. Uiteindelijk begroeven politici dan maar het plan, maar met flinke tegenzin. Na een nieuwe vruchteloze ronde onderhandelingen, vonden de partijen het welletjes. Als de burger het de politiek zo moeilijk maakte, zou hij een koekje van eigen deeg krijgen. En dat koekje kwam er ook. Kristof Calvo werd met unanimiteit van stemmen aangesteld als formateur voor een België 2.0. Hij kreeg bovendien carte blanche voor het regeerakkoord.

“Geestig hé, mama”

En alzo kwam het te gebeuren dat moeder Calvo, geheel conform het nieuw beleid met haar zoon achterop de salarisfiets naar het koninklijk paleis pendelde. “Sneller mama, sneller! Ik denk dat ik de koning al zie staan!” Moeder had het moeilijk om haar fiets op de baan te houden onder het wiebelend enthousiasme van haar zoon. Onder zijn arm had hij het bestuursakkoord geklemd dat hij de toepasselijke titel “een Calvo-maatregel a day, keeps the polarisering away” had gegeven. “Dat is een geestige titel, hé mama? Vergeet niet dat ik vanavond nog naar Tomorrowland moet. Zou de koning meewillen?”

Taxeren, ambeteren en laxeren

Dat wou de koning niet. En hij wou ook niet mee een ritje maken achterop de fiets van zijn mama of voetballen in het park. Als klap op de vuurpijl mocht zijn mama ook niet op de koffie bij Paola terwijl de vorst en de groene premier samen speelden. Dat vindt Kristof een tikje weinig verbindend van onze vorst, maar dat zou wel goed komen naarmate zijn regering vorm zou krijgen. “Hoe hij zijn beleid zou samenvatten”, dat wilde Filip wel eens weten. Onze vorst kreeg zijn twijfels of hij deze jonge snaak wel wilde benoemen. Vooral zijn standpunt over zowat alles wat Filip kon bedenken stond hem niet aan.

“Mijn beleid,” schraapte Calvo zijn keel, “rust op drie grote pijlers. Taxeren, ambeteren en laxeren.”  “Laxeren?”, keek de koning zichtbaar geïnteresseerd. Kristof trok zijn gezicht in zijn meest ernstige plooi, maar zoals in ieder interview was de jonge politicus niet van plan om zich uit zijn lood te laten slaan. “Sire, dat betekent volgens mijn papa dat iedereen het schijt gaat krijgen van mij en de politiek. Maar ik wou dat zo niet formuleren.” “Heeft u ook problemen met de papa?”, vroeg de koning met een snik in de stem. En meteen vonden de Bert en Ernie van de Belgische politiek mekaar.

Het ga u allen goed.