Het Kasteel van Gaasbeek toont ruim honderd werken, van de zestiende eeuw tot vandaag, van kunstenaars die ‘iets met Pieter Bruegel de Oude hebben’. Ze knopen aan bij zijn thema’s, herinterpreteren die of ze citeren hem.

Pieter Bruegel de Oude zal het Kasteel van Gaasbeek wel gezien hebben tijdens zijn tochten door het Pajottenland. Het gebouw zag er toen helemaal anders uit dan vandaag, want het is door de eeuwen heen voortdurend aangepast aan de modes van de tijd. Op het einde van de negentiende eeuw was er de complete transformatie naar het neorenaissance sprookjeskasteel van de excentrieke markiezin Arconati Visconti, de laatste bewoner. Zij heeft ook het overgrote deel van de huidige kunstcollectie verzameld.

Nadat de kinderloze markiezin het kasteel en het omliggende domein aan de Belgische staat had geschonken, opende het in 1924 de deuren voor het publiek. Met de staatshervorming in 1980 zijn kasteel en domein overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap, die de jongste jaren flink investeert in restauratiewerken. Daar is 12,5 miljoen euro voor voorzien.

Sinds Luc Vanackere in 2004 directeur werd van het Kasteel van Gaasbeek is het een plek die de relevantie van erfgoed bevraagt en het historisch patrimonium systematisch confronteert met hedendaagse kunst. Naar Gaasbeek ga je niet als je louter een mooi oud kasteel wilt bezoeken, bijvoorbeeld om sporen te vinden van graaf Lamoraal van Egmond die er enkele jaren heeft gewoond voor hij in 1567 werd onthoofd. Het voortdurend overschreven verleden (in verbouwingen en aanpassingen) is er wel te vinden, maar het is vaak eerder een decor dan de hoofdrolspeler van het “theater van de geschiedenis” dat Gaasbeek wil zijn, want er vinden talrijke tijdelijke tentoonstellingen met hedendaagse kunst plaats. In dit Bruegeljaar loopt er “Het gekkenfeest”, met een honderdtal werken van moderne meesters en creaties van hedendaagse kunstenaars die zich door Pieter Bruegel de Oude lieten inspireren. De titel van de expo verwijst naar een middeleeuws feest dat aanleunt bij ons carnaval en dat georganiseerd werd door narrengildes en gekkenordes. Het gekkenfeest was gewijd aan Momus, de god van de dwaasheid. In de Griekse mythologie verpersoonlijkt Momus de hoon en de spot. En daar ligt de link met Bruegel.

Relevant tot op vandaag

De grote invloed van Bruegel op tijdgenoten en navolgers in de zestiende en zeventiende eeuw is bekend en al afdoende geïllustreerd. De expo in Gaasbeek focust op de manier waarop Vlaamse en internationale kunstenaars tijdens het interbellum en ook nadien omgingen met Bruegels artistiek legaat. Een mooi ensemble met doeken van onder anderen Valerius De Saedeleer, James Ensor en Jean Brusselmans herinnert eraan dat Bruegel de pionier was van het schilderen van sneeuwwitte winterlandschappen en dat de invloed daarvan zich uitstrekte tot in de twintigste eeuw, met de Vlaamse en Duitse expressionisten en de Latemse school.

Even mooi zijn de verzamelde agrarische taferelen. Constant Permeke is er, zowel met een diep donker landschap als met een zonnig stralende oogst, en ook met het beeld “De zaaier”. Nog in die zaal zijn schitterende schilderijen van Gustave Van de Woestijne te zien (zie afbeelding). Een ontdekking is Anto Carte, een kunstenaar van over de taalgrens, die wel eens de ‘Waalse Van de Woestijne’ wordt genoemd en wiens werk direct is beïnvloed door Bruegel. Frits Van den Berghe mocht uiteraard niet ontbreken en in de buurt van zijn werken is verrassend Stijn Streuvels aanwezig. Zijn foto’s van het boerenleven tonen dat de schrijver ook een getalenteerd amateurfotograaf was. Streuvels is eveneens aanwezig in de muziek- en filmkamer. Daar kan je kijken naar de allereerste verfilming van “De Vlaschaard”. Op verzoek kan je er luisteren naar door Bruegel geïnspireerde liedjes of composities van onder meer Wannes van de Velde en de Hongaars-Oostenrijkse componist György Ligeti, die zijn opera “Le Grand Macabre” laat spelen in een dichtbevolkt Bruegelland.

Bij de actuele kunstenaars op de expo is het zoals altijd: zich achter de oren krabben bij het ene werk en verwonderd kijken naar het andere, bijvoorbeeld naar de sterke installatie van Honoré d’O in de slaapkamer van de markiezin. “Gekkenfeest” toont alleszins aan dat het werk van Bruegel tot op vandaag niets aan relevantie heeft ingeboet.

Tentoonstelling “Feast of Fools. Bruegel herontdekt”, nog t.e.m. 28 juli, Kasteel van Gaasbeek, www.kasteelvangaasbeek.be