Qua buitenlandse politiek zijn er veel overeenkomsten tussen Israëls eerste minister Benjamin Netanyahu en zijn voorgangster Golda Meïr. Qua persoonlijkheid en levensstijl zijn de verschillen levensgroot.

Migrant

Golda Meïr (Golda Mabovitch) was voor mij als kind het gezicht van Israël. Ze was geboren in Kiev in 1898 in keizerlijk Rusland en ze had alleen droevige herinneringen: honger en angst voor pogroms.

Ze is acht jaar als de eerder naar de VS uitgeweken vader genoeg geld heeft om zijn vrouw en twee dochters te laten migreren. In Wisconsin gaat ze naar school, leert uitstekend Engels en heeft als kind al allerlei bijbaantjes. Ze houdt van de VS, maar blijft evengoed intens Joods. Golda Mabovitch studeert voor lerares, geeft een tijdje les in het Jiddisch en ontmoet de vurige socialist Morris Meirson. Hij is een huisschilder en een zionist, en zij voelt zich erg aangetrokken tot een links zionisme, populair in Rusland, Europa en de VS, dat in alle mogelijke marxistische schakeringen bestaat en onderling flink ruziet. Golda is fier op haar Joodse identiteit, maar ze heeft niets met godsdienst en wordt atheïstisch. Het koppel trouwt in 1917 en wil naar Palestina uitwijken, maar de oorlog verhindert dat. De Meirsons geraken er eerst in 1921. Met hun Engelstalige achtergrond hebben ze een voordeel, want inmiddels besturen de Britten Palestina. Ze werken een tijdje in een kibboets, krijgen een jongen en een meisje, en het wordt vlug duidelijk dat de vrouw de organisator van de familie is. Na een paar jaar krijgt ze een functie bij de machtige Joodse vakbond Histraduth. Ze vertegenwoordigt een paar jaar de vrouwenafdeling in de VS. Ze neemt haar kinderen mee, maar haar man blijft in Palestina. Het koppel vervreemdt van elkaar en komt nooit meer samen, maar ze scheiden niet (hij sterft in 1951). Bij haar terugkeer in Palestina klimt Golda Meirson altijd hoger in de vakbondshiërarchie. Ze maakt de Arabische opstand mee tussen 1936 en 1939. Getuigen zeggen dat ze haar minachting voor de Arabieren nooit verborg; ze verklaart veertig jaar later openlijk dat geen enkele Arabische aanwezigheid haar wil kon temperen zich in Palestina te vestigen.

Minister van Arbeid

Na de oorlog is ze de belangrijkste vrouw in Joods Palestina en een van de onderhandelaars met de Britten. De officieuze Joodse leider Ben Gurion zendt haar naar de VS, waar ze miljoenen dollars inzamelt om wapens te kopen. Haar handtekening is één van de 24 op de stichtingsakte van Israël in 1948. Ze krijgt het allereerste Israëlisch paspoort en wordt de eerste ambassadeur in de Sovjet-Unie. Alle Arabische staten zijn nog westersgezinde monarchieën en Stalin ziet in de linkse Joden bondgenoten. Israël verslaat zijn Arabische vijanden in de onafhankelijkheidsoorlog dankzij wapentuig uit de Sovjetsatellietstaat Tsjechoslowakije. Golda Meirson wordt in 1949 op de lijst van de socialisten lid van de Knesset (parlement) en blijft dat vijfentwintig jaar lang. Niet dat ze echt zetelt, want ze wordt datzelfde jaar minister van Arbeid. Het is een beestenbaan, maar de dame leeft voor de politiek. Er zijn maanden dat ze haar inmiddels volwassen kinderen en kleinkinderen niet eens ziet. Het jonge Israël wordt overspoeld door vrijwillige migranten en honderdduizenden onvrijwillige migranten; orthodoxe Joden die door de Arabische staten worden verjaagd. Die moeten een nieuwe taal leren en een nieuw bestaan opbouwen in een land dat door een uit Europa afkomstige seculiere elite geleid wordt. De minister van Arbeid moet voor banen en woningen zorgen, en geleidelijk richt Golda Meirson een socialezekerheidsstelsel op naar West-Europees model.

Minister van Buitenlandse Zaken

In 1956 krijgt ze een nog zwaardere portefeuille: minister van Buitenlandse Zaken. Ze wijzigt haar naam in het Hebreeuwse Meïr (“Verlicht”). De grote vijand is de Egyptische president Nasser. Samen met eerste minister Ben Gurion en de Britse en Franse regering smeedt ze een complot om Nasser ten val te brengen. De drie samenzweerders vallen Egypte aan tijdens de Suezcrisis. De VS dwingen de drie tot een terugtocht. Britten en Fransen zijn vernederd. Israël is de enige winnaar van de drie, want verkrijgt dat een Egyptische blokkade van de Golf van Akaba eindigt. Golda Meïr wordt in de jaren vijftig wereldbekend door de televisiejournaals. Een vrouw als minister is een uiterste zeldzaamheid, zeker in zo’n opvallende functie en zeker met haar uiterlijk. Haar fysionomie wordt met de leeftijd altijd nadrukkelijker Joods. Een Aalsterse carnavalsgroep die een realistische pop maakt naar haar beeltenis, wordt ongetwijfeld van antisemitisme beschuldigd. Ze is plomp en kleedt zich in zakkige jurken. Bij bezoeken aan westerse leiders draagt ze geen juwelen en ze weigert zich te maquilleren. Haar stem is zacht, maar menig diplomaat vergist zich in haar, want ze heeft een scherp verstand en ze is een keiharde onderhandelaarster. Ze kan warmhartig zijn, maar als haar iets niet bevalt kan ze kil en afstandelijk worden. Golda Meïr heeft lak aan decorum. Ze rookt als een schoorsteen en geneert zich niet midden in een tv-interview een sigaret te vragen. Het vroegere kibboetsmeisje wil gewoon van een flesje drinken als ze tussen soldaten zit.

Eerste minister

Minister Meïr maakt zich geen enkele illusie over haar Arabische vijanden. Volgens haar hebben die maar één doel: de Joodse staat vernietigen en alle Joden in zee drijven. De Joodse politiek is niet voor doetjes. Ze raakt geblesseerd wanneer een boze Israëli een granaat in de Knesset gooit. Begin de jaren zestig constateert men een vorm van lymfekanker bij haar. In 1966 neemt ze ontslag en wordt gewoon parlementslid. Ze zit niet in de regering wanneer Israël de Zesdaagse Oorlog wint, al trekt zij mee aan de touwtjes, want ze is secretaris-generaal van de belangrijkste (socialistische) regeringspartij en ze blijft een trouwe medestander van eerste minister Eshkol, ook afkomstig uit Kiev. Eshkol krijgt echter een dodelijke hartaanval en de mogelijke opvolgers (o.a. minister van Defensie Moshe Dayan) vliegen elkaar naar de keel. De partijbonzen verhinderen een scheuring van de partij door een feitelijk gepensioneerde dame van 71 als eerste minister te kiezen.