Wanneer op een zaterdagavond de bovenzaal van het Emile Verhaerenmuseum in Sint-Amands-aan-de-Schelde afgeladen vol zit, verwacht een mens om daar een literaire beroemdheid aan te treffen. Niet zo op zaterdagavond 13 april, toen verzamelen werd geblazen voor de eerder onbekende dichteres Marieke Maerevoet.

Zelfs in het poëziewereldje hebben maar weinigen van deze dame gehoord. Moet dan aandacht worden besteed aan deze dame, die voornamelijk bij het beperkte publiek van poëziewebstek Het Gezeefde Gedicht bekend is? Het antwoord is drievoudig: ja, ja en ja.

Maerevoet is een late roeping wat de poëzie betreft. Ze is er nog geen tien jaar intens mee bezig, heeft haar dichterschap langzaam laten ontwikkelen in samenwerking enerzijds en confrontatie anderzijds met andere dichters, om dat ten slotte te laten culmineren in een eerste eigen hoogtepunt: haar bundel “Het klapwieken horen”. We zeggen wel degelijk eigen hoogtepunt, want het is niet de eerste bundel die van haar verschijnt. Eerder kwam immers “Un pont de versos/Een brug van verzen” uit bij de Catalaanse uitgeverij Voliana Edicions. Maerevoet, een parkinsonpatiënte, schreef deze viertalige bundel – Engels en Spaans zijn de andere talen – in samenwerking met haar Catalaanse lotgenoot Salvador Riera. De opbrengst van de bundel gaat deels naar onderzoek van de ziekte van Parkinson aan de KU Leuven.

Naar eigen zeggen is poëzie voor de dichteres met woorden proberen te benaderen wat voorbij de woorden ligt. Dat ‘programma’ blijkt onmiddellijk van bij het eerste gedicht, met als titel “dichter kan ik niet komen” (Maerevoet gebruikt, zoals vele dichters, geen hoofdletters in haar gedichten), dat uitmondt in de stellingname: “…zolang ik geen rolluik ophaal, de deur niet op een kier zet / of het raam, zolang ik niet dichter kan komen / raken de woorden geen bodem”. Het woord “dichter” zinspeelt daar dan niet alleen op nabijheid, maar ook op degene die het dichterschap draagt.

De leefwereld die Maerevoet beschrijft in haar bundel, is haar eigen wereld als vanouds, die reëel is, maar met het verstrijken van de tijd steeds meer lijkt te wijken: “…het was het begin van een weten en meer nog dan dat / was het de eerste keer dat ik aan vertrekken dacht”. De herinneringen aan die verdwijnende wereld van Maerevoets Rupelstreek vertonen op hun beste momenten verwantschap aan de soms intens weemoedige gedichten over het Waasland van de onvergetelijke Anton van Wilderode. Alleen dat al is reden genoeg om deze bundel met heel veel plezier te lezen.

“Het klapwieken horen”, 2019, Uitgeverij Het Punt, Dendermonde, ISBN 9789460794490 (15 euro)