In Vlaanderen is heel wat te doen over het dalend onderwijsniveau en vooral over de gebrekkige taalkennis van leerlingen. De kennis van het Frans bij Vlaamse leerlingen neemt dramatisch af, we moeten daar niet flauw over doen; dat is zelfs geen punt van discussie. Waarover veel partijen rond de pot draaien, is de gebrekkige kennis van het Nederlands, ook en vooral bij de nieuwkomers, bij migranten en migrantenkinderen dus.

Niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Duitsland stellen zich hierrond problemen. Maar krijgt men die taalproblemen nog onder controle? Goede taalkennis is een voorwaarde tot integratie. Taal is nu eenmaal de primaire communicatievorm bij uitstek. Hoe geraak je geïntegreerd als je de taal niet kent? Van de ongeveer 202.000 deelnemers aan een erkende taalcursus konden 93.500 de cursus niet met vrucht beëindigen. Bijna een op twee migranten slaagde tijdens de integratiecursus niet in de Duitse taaltest.

Ondanks “geïntensifieerde” cursussen is het percentage ten opzichte van vorige jaren amper gedaald. De Duitse integratiecursussen werden in 2005 ingevoerd en bestaan uit een Duitse taalcursus en een oriënteringscursus, die laatste dient om de rechtsordening en de maatschappelijke ordening beter te doen begrijpen. Het taalprogramma bestaat uit 600 lesuren van telkens 45 minuten. De deelnemers moeten na de proef het niveau “B1” halen, in de lijn van het Europees referentiekader voor taalkennis.

Financiële middelen stijgen fors

De middelen die in de Duitse begroting voorzien zijn voor deze integratiecursussen zijn het voorbije jaar met 610 miljoen euro gestegen, naar een totaal van 765 miljoen euro, dit ondanks een dalend deelnemersaantal. Onder de nieuwkomers op de cursus waren 40.000 Syriërs, 15.000 Afghanen en 13.000 Irakezen. Ongeveer 45.000 van de deelnemers moesten als analfabeet worden geklasseerd en doorliepen verschillende speciaal aangepaste taal- en andere cursussen.