Aanvankelijk waren er amper kandidaten voor de post van eerste minister, maar in de laatste rechte lijn heeft elk partij of elke politieke familie iemand naar voren geschoven die in aanmerking komt om de komende vijf jaar de Wetstraat 16 te bewonen. Al zijn er eigenlijk slechts drie realistische kandidaten: Charles Michel (MR), Paul Magnette (PS) en Wouter Beke (CD&V).

Niets ergers in een verkiezingscampagne dan spindoctors die aan partijkopstukken zeggen wat ze moeten doen. We weten niet wie de topadviseur van Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten is, maar blijkbaar moet die een goeroe zijn voor de burgemeester van Aarschot. Hij laat haar de meest onnozele zaken zeggen en schrijven. Zoals Ruttens stelling dat ze heimwee heeft naar de nochtans desastreuze paars-groene regeerperiode. Zoals haar kleffe oproep voor meer hoffelijkheid en kumbaya-vriendelijkheid in het debat. En begin deze week was het weer van dat. Gwendolyn Rutten profileert zich openlijk als kandidaat-premier. Omdat het tijd is voor een vrouw, zegt ze. Zo’n clichés zijn voor de meeste kiezers amper nog te aanhoren. Komt nog bij dat het gros van de media aan dat spelletje van ‘namen droppen’ meedoet. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, kunnen we zeggen.

De voorbije weken hebben ofwel politici ofwel de media verschillende kandidaat-premiers naar voren geschoven. Meer bepaald ging het over Jan Jambon (N-VA), Kristof Calvo (Groen), Charles Michel (MR), Elio Di Rupo (PS), Paul Magnette (PS), Gwendolyn Rutten (Open Vld) en Wouter Beke (CD&V).

Een hele reeks. Blijkbaar zijn er weinig analisten die tot het besluit komen dat wie premier wordt in sterke mate bepaald wordt door de partijen die een federale regering samenstellen en de evenwichten die daarbij spelen.

De blijvende Franstalige aversie voor de N-VA

De typisch Belgische evenwichtsoefening maakt dat het voor Jan Jambon heel moeilijk wordt om de Wetstraat 16 op te eisen. Om te beginnen hebben de Franstaligen nog altijd een grote aversie voor de N-VA. Een confederale of separatistische partij die de eerste minister van België levert: dat gaat er bij velen zeer moeilijk in. Jan Jambon was als minister van Binnenlandse Zaken wel populair in Wallonië, maar sinds zijn ontslag als minister is hij daar wat uit beeld verdwenen. Feit is dat Jambon enkel premier kan worden in een centrumrechtse regering. In elke andere constellatie zal men dat niet aanvaarden. Alleen, zal zo’n centrumrechtse regering een meerderheid kunnen vormen? Het blijft uiteraard wachten op de uitslag van de verkiezingen, maar een voortzetting van de Zweedse coalitie lijkt mathematisch moeilijk. Wellicht is de enige hoop op een meerderheid dat de centristen van de cdH erbij komen. Sinds Maxime Prévot partijvoorzitter werd, zijn de relaties met de CD&V verbeterd. En Prévot heeft nooit een veto uitgesproken tegen de N-VA.

In Franstalige kringen is te horen dat de MR van uittredend premier Charles Michel het wel ziet zitten om de Zweedse coalitie aangevuld met cdH voort te zetten. Zo’n ploeg zal wel een federale meerderheid hebben, maar aan Franstalige kant opnieuw geen meerderheid halen. Wellicht slechts zo’n 35 procent van de stemmen. In dat geval zou het voor de Franstalige publieke opinie moeilijk te aanvaarden zijn dat de eerste minister een Vlaming is, laat staan een Vlaams-nationalist.

Daarom dat de kansen van Charles Michel om opnieuw de Wetstraat 16 te mogen betreden een stuk groter zijn dan die van Jan Jambon. Maar voor Michel is een centrumrechtse coalitie wellicht de enige waarin hij premier kan zijn. In een andere regeringsconstellatie zou Charles Michel wel eens voor een Europese carrière kunnen kiezen.

Groen heeft te veel noten op z’n zang

Wie komt er dan in het vizier? Het verhaal dat Groen en Ecolo het premierschap zullen opeisen, klinkt weinig geloofwaardig, al heeft de N-VA het schrikbeeld van de hyperkinetische Calvo als premier goed in de markt gezet. Wellicht zal Ecolo/Groen niet de grootste politieke familie worden. Ecolo blijft aan Franstalige kant op een wolk leven, maar voor Groen is het duidelijk dat de partij te vroeg op kop kwam en zich met haar belastingvoorstellen dreigt vast te rijden.

Wat vaak onderschat wordt, is dat de andere partijen de arrogantie van Groen en Ecolo meer dan beu zijn. Dat wil zeggen dat de PS enkel federaal met Ecolo/Groen zal willen regeren indien zij de eerste viool mag spelen. Elio Di Rupo als premier? Hij wil wel, maar de 67-jarige ligt door zijn onkunde van het Nederlands moeilijk bij de Vlaamse partijen. Als er een PS’er naar de Wetstraat 16 gaat, zal het Paul Magnette zijn. In een regering van groenen, socialisten en christendemocraten? Het kan. Het kan ook een paars-groene regering bis zijn, al staan ze daar bij Open Vld niet voor te trappelen. Tenzij Gwendolyn Rutten in dat geval het premierschap opeist, zoals Guy Verhofstadt in 1999. Al is de wereld na twintig jaar veranderd. De Vlaamse liberalen zijn een veel kleinere partij geworden en hebben qua postjes weinig te eisen. Bij de onderhandelingen van 2014 mochten ze als laatste kiezen. Maggie De Block kreeg het belangrijke departement van Sociale Zaken, met als gevolg dat er voor Alexander De Croo enkel nog kruimels overbleven, zoals Ontwikkelingssamenwerking en Telecommunicatie.

Iemand die in de discussie rond het premierschap zeer stil blijft, is Wouter Beke. En hij zou wel eens een ‘dark horse’ kunnen zijn, op voorwaarde dat CD&V niet te fel slaag krijgt. In een coalitie met linkse partijen zou dat de pasmunt kunnen zijn om de christendemocraten aan boord te krijgen: de CD&V-voorzitter als premier, bijgestaan door de laatsten der rechtse Mohikanen van de partij: Pieter De Crem en Hendrik Bogaert. Of hoe Beke, zijn voorganger Herman Van Rompuy indachtig, ‘en stoemelings’ de nummer één van het land kan worden.