Dat de “mobiscore”, een ideetje destijds gelanceerd door Joke Schauvliege, alsnog door Koen Van den Heuvel, minister van lopende zaken, werd uitgevoerd, schoot bij Peter Reekmans in het verkeerde keelgat. De burgemeester van Glabbeek, een landelijke gemeente met niets dan slechte mobiscores, wil zelfs tegen de maatregel procederen. Van den Heuvel wijst erop dat het concept werd goedgekeurd door de gehele Vlaamse regering, inclusief de N-VA, en dat het al in de beleidsbrieven van 2018 en 2019 was opgenomen.

De mobiscore, een applicatie die iedereen kan raadplegen op de webstek van de Vlaamse Gemeenschap, berekent de afstand van uw woning naar voorzieningen die door de makers belangrijk worden geacht: openbaar vervoer, winkels, scholen, dokters, culturele centra,…

De gevangenis scoort goed

Indien de mobiscore enkel een commerciële app voor smartphones zou zijn, zou er geen haan naar kraaien. Maar een score die aan huizen wordt toegekend door de overheid: dat is geen onschuldige bezigheid. De berekening van de mobiscore is dan wel (nog) geen verplichte mededeling bij een woningverkoop, zoals de EPC-score, maar uiteraard zullen goede scores verkoopargumenten worden in de immowereld, met navenante financiële gevolgen voor de eigenaars van huizen met negatieve scores.

De slechte punten zijn allemaal voor woningen buiten de steden. Je hebt heus geen complex computerprogramma nodig om te weten dat op het platteland gewoonweg alles wat verder van elkaar verwijderd ligt, dus ook de voorzieningen die de makers van de mobiscore hebben uitgekozen. Dat mensen daar met de wagen even gemakkelijk op hun bestemming raken als de voetgangers en de fietsers in de stad, wordt genegeerd: het gebruik van de auto is precies wat deze militante app poogt te bestrijden.

Uit de steden komen uiteraard niets dan positieve scores. De satirische webstek “Het Beleg Van Antwerpen” berekende dat een kartonnen doos die als huis dient voor een dakloze in Brussel eigenlijk een perfecte score heeft. Districtsburgemeester Paul Cordy ontdekte dat de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen ook een mobiscore van 10/10 krijgt.

Hoe slechter de score, hoe beter de leefomgeving

Reekmans was niet de enige die protesteerde. In opiniestukken en op sociale media regende het negatieve reacties. De verontwaardiging is goed te begrijpen: de mobiscore zegt helemaal niets over de leefbaarheid van de omgeving. Iedereen voelt met de ellebogen aan dat die zelfs meestal omgekeerd evenredig is met de mobiscore.

De afstand tot een school is veel minder belangrijk dan de kwaliteit van de school, en die zal in de stadsrand en op het platteland bijna steeds hoger zijn. Boodschappen doen in een Delhaize met ruime parkeermogelijkheden zal op het platteland nog altijd een stuk gemakkelijker zijn, zelfs al moet je een paar kilometer rijden, dan in de stad met vier volle zakken te balanceren op een fiets, zelfs al ligt de supermarkt maar op 500 meter. De luchtkwaliteit, de veiligheid en het thuisgevoel (om het met een eufemisme te zeggen) zijn bijna steeds beter in alle gebieden met een slechte mobiscore.

Koen Van den Heuvel probeerde het belang van de mobiscore snel te relativeren, waarschijnlijk toen zijn frank viel dat de resterende CD&V-bolwerken zich in plattelandsgebieden bevinden die ongenadig worden afgestraft door zijn app. Maar hij werd daarbij niet geholpen door Leo Van Broeck, de Vlaamse bouwmeester, die zomaar voorstelde om huizen met een slechte mobiscore voortaan geen energiepremies meer te geven en de eigenaars zwaarder te belasten.

Militante ambtenaren

Het is niet de eerste keer dat de bouwmeester zich actief mengt in politieke debatten. Hij liet zich gewillig door de klimaatspijbelaars rekruteren om, samen met de fanatieke Pascal Van Ypersele, een ontwerp van klimaatplan te schrijven. Hij protesteerde tegen zijn eigen regering toen de betonstop werd uitgesteld. Hij noemde het bouwen van alleenstaande woningen “crimineel”. Hij stelde financiële maatregelen voor om mensen te doen verhuizen naar de stad.

Het mag stilaan duidelijk zijn dat achter de intelligentie en welbespraaktheid van Leo Van Broeck een ecologische extremist schuil gaat, met een sterke neiging naar het soort staatsdirigisme dat we uitgestorven waanden na de val van de Berlijnse Muur. Als het van deze bouwmeester afhangt, worden inwoners van landelijke gebieden onmiddellijk gedeporteerd naar de stad om daar opgehokt te worden in flatgebouwen met mobiscores van 10/10, binnen wandelafstand van stadsfietsstallingen, concentratiescholen, zwaar gesubsidieerde cultuurtempels en winkels met niets dan vegetarische bio-producten.

Maar wie is die bouwmeester? En met welk recht komt een ambtenaar zich mengen in een politiek debat?

Onze bestuurders hebben de slechte gewoonte ontwikkeld om het grote belang dat ze zeggen te hechten aan bepaalde thema’s te vertalen in de oprichting van ‘onafhankelijke’ instituten die het mandaat krijgen om op eigen houtje bepaalde politieke doelen na te streven. UNIA bestrijdt racisme en discriminatie. Het mensenrechteninstituut gaat nu naar eigen goeddunken de politiek bijsturen op gebied van mensenrechten. Een ‘diversiteitsambtenaar’ (herinner u Alona Lyubayeva, die in conflict kwam met Homans) moet zijn eigen overheid dwingen tot de aanwerving van allerlei minderheden, bekwaam of niet. Nog onlangs was er het voorstel om een ‘klimaatintendant’ aan te stellen om ‘onafhankelijk’ het klimaatbeleid te gaan uitstippelen. Zo ook is de bouwmeester een onafhankelijke functionaris die mee het architecturaal beleid en ‘de kwaliteit van de leefomgeving’ vorm moet geven.

Politieke commissarissen

De toegekende onafhankelijkheid aan deze bijzondere instellingen is een poging om een bepaalde politieke doelstelling zo sacraal te verklaren dat er een hogepriester moet gecreëerd worden die boven ‘de politiek’ verheven is en de democratie zelfs kan gaan bijsturen. In feite geeft men daarmee een publiek mandaat aan mensen die niet democratisch ter verantwoording kunnen geroepen worden. Bovendien is de tendens dat die functies ingevuld worden door personen met een bijzondere roeping, een ideologische missie, fanatisme zelfs, dat botst met het gezond verstand en verstoken is van een democratisch draagvlak.

Zo iemand is Leo Van Broeck, onafhankelijk Vlaams bouwmeester, een man die openlijk zegt dat er ‘system change’ moet komen, een omverwerping van het gevestigde systeem, om via ‘planetaire solidariteit’ een nieuwe, ecologistische wereldorde tot stand te brengen.

Ik heb geen idee waarover De Wever en Van Grieken het zoal hebben in hun gesprekken over de Vlaamse regering. Maar als ze het maar over één ding eens zouden kunnen worden, hoop ik dat het de niet-verlenging van het mandaat van Van Broeck betreft. En liefst een volledige afschaffing van het Vlaamse bouwmeesterschap. De politiek moet zelf haar verantwoordelijkheid nemen. Politici mogen geen cruciale mandaten geven aan mensen die niet democratisch ter verantwoording kunnen geroepen worden en ze mogen het debat niet laten domineren door radicale politieke commissarissen.