Een Italiaanse stad zonder een Via of Piazza Garibaldi bestaat niet. Meestal staat er ook nog een standbeeld.

Beroepsrevolutionair

Onlangs was er op Arte een documentaire over de Italiaanse beroepsrevolutionair. Ook de Italiaanse historici beklemtonen nu het verschil tussen de mythe en de realiteit. Die strijd van Garibaldi voor de eenmaking van Italië werd voor een groot deel door het Verenigd Koninkrijk gefinancierd ter wille van de handelsbelangen. Garibaldi’s officiële voornaam is Joseph en niet Giuseppe, want geboren in 1807 in het toen nog grotendeels Italiaanstalige Nizza (Nice), dat door de Fransen geannexeerd was. Met de nederlaag van Bonaparte in 1814 keert Nizza terug naar het koninkrijk Piëmont-Sardinië (Piemonte-Sardinia) van het huis Savoye (Savoia).

Garibaldi is een bekwame zeeman die weldra kapitein van een handelsschip wordt. Maar hij is ook een republikein en een vurige nationalist die droomt van de eenheid van de zeven Italiaanse staten. Hij is een van de leiders in 1834 van een mislukte samenzwering tegen de koning. Garibaldi wordt ter dood veroordeeld en hij vlucht naar Zuid-Amerika. Daar leert hij het vak van beroepsrevolutionair. Hij heeft ondanks zijn kleine gestalte – 1 meter 63 – charisma en rekruteert met succes arme Italiaanse migranten voor een Italiaans legioen dat tegen de keizer van Brazilië strijdt en in burgeroorlogen in Argentinië en Uruguay vecht om autocratische en corrupte heersers te bestrijden.

Garibaldi is een generaal die in de eerste rangen meevecht. Aan zijn Zuid-Amerikaanse jaren houdt hij zijn legendarische kleding over: een gauchohoedje, een poncho en een rood hemd. Ook al zijn mannen dragen dat hemd. Niet omdat het al vroege socialisten zijn, maar op die oorspronkelijk slagershemden valt bloed minder op. Nog altijd ruziën historici over het verhaal dat men Garibaldi’s oren afsnijdt als straf voor paardendiefstal. Foto’s met zijn oren zichtbaar bestaan niet.

De eerste Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog

“Rule Brittania, Brittania rule the waves!” Groot-Brittannië is de supermacht van de 19de eeuw. Het heeft alle belang bij vrijhandel in Zuid-Amerika om zijn goedkope producten te verkopen. De strijd van Garibaldi tegen heersers die meestal voorstanders van hoge invoertarieven zijn, wekt veel sympathie op bij “de natie van winkeliers”, zoals Bonaparte het VK noemde. In die jaren verschijnen de eerste geïllustreerde Britse en Franse weekbladen met prachtige gravures en primitieve foto’s. De kleurrijke Garibaldi wordt vlug wereldberoemd. Ook de Italiaanse pers volgt (met gepaste afkeuring, maar wel gedetailleerd) zijn expedities.

In 1848 breken overal in Europa opstanden uit van gegoede burgers die zich niet meer neerleggen bij hun gebrek aan politieke macht. In Italië komt daar nog de eis voor eenheid bij. In Milaan worden de vertegenwoordigers van het koninkrijk Lombardije-Venetië verjaagd. De keizer van Oostenrijk is tevens de koning van dit rijk (waarvoor hij de Zuidelijke Nederlanden opgaf) en heeft overal gehate Duitssprekende Oostenrijkers aangesteld. Garibaldi haast zich naar huis en verneemt dat de koning van Piëmont-Sardinië na het succes van de Milanezen zijn karretje aan de opstand haakt en de oorlog verklaart aan Oostenrijk. De revolutionair krijgt met koninklijke tegenzin een pardon en het bevel vrijwilligers te rekruteren. Hij slaagt in zijn missie, maar de Oostenrijkse veldmaarschalk Joseph Radetzky verslaat vernietigend de Piëmontezen, die capituleren. Johann Strauss senior componeert ter ere van de overwinnaar zijn bekende mars.

Garibaldi wil verder vechten, maar heeft geen schijn van kans tegen de Oostenrijkers. Hij trekt met zijn getrouwen naar Rome, waar republikeinen de paus uit zijn pauselijke staat hebben verjaagd. Hij richt er een Romeins leger op. Maar in Frankrijk droomt prins-president Louis Bonaparte (later Napoleon III) van een keizerrijk en hij zendt een Frans leger naar Rome om de steun van de Franse katholieken te kopen. Garibaldi en zijn vrijwilligers verliezen de strijd en de revolutionair gaat met veel publiciteit in ballingschap. De Franse en Britse pers hebben hem van nabij gevolgd en beklemtonen zijn idealisme en zijn dapperheid. Garibaldi neemt zijn oude beroep weer op en doet Noord-Afrika, de Verenigde Staten, Peru, Australië en China aan. Hij krijgt o.a. ook de Amerikaanse en Peruviaanse nationaliteit voor zijn verdiensten in de oorlogen tegen die Europese monarchen. In 1857 koopt hij dankzij een erfenis de helft van een klein eilandje boven Sardinië.

De tweede succesvolle oorlog

Garibaldi gelooft dat alleen wapens Italië aan elkaar hameren, maar inmiddels verkiest een politicus lijm te gebruiken. Camillo graaf Cavour is de sluwe eerste minister van Piëmont-Sardinië. Hij moedigt onderhands ondermijning en provocatie van de andere Italiaanse vorsten aan. Overal schrijven burgers de slogan “Viva V.e.r.d.i” op de muren. De componist is een hartstochtelijk (zij het republikeins) aanhanger van de Italiaanse eenheid. Zijn ‘Slavenkoor’ uit Nabucco is de hymne van de activisten. Maar Verdi’s naam is ook een acroniem voor een slogan ten dienste van de nieuwe koning van Piëmont: V(ittorio) E(mmanuele) R(e) D’ I(talia).

Cavour slaagt erin een akkoord te sluiten met keizer Napoleon III. Die steunt Piëmont als Oostenrijk (op dat ogenblik nog de belangrijkste Duitse staat) zou aanvallen. Cavour laat incidenten creëren in het koninkrijk Lombardije-Venetië, en de Oostenrijkers trappen in de val en verklaren de oorlog. Garibaldi is er natuurlijk bij, maar de koning zendt hem naar een zijtoneel. De Franse legers verschijnen en verslaan de Oostenrijkers bij Solferino. Napoleon III is geen sabelslijper zoals zijn oom. Hij is ontzet over de slachting, vertrouwt inmiddels Pruisen niet en sluit vlug vrede met Oostenrijk in ruil voor Lombardije, dat hij vervolgens aan Piëmont geeft. Een andere toeschouwer in Solferino is Henri Dunant, die prompt het Rode Kruis sticht.

De koning en Cavour gebruiken het momentum. Zij moedigen hun aanhangers aan hun vorsten te verjagen uit Modena, Parma, Toscane en het grootste deel van de pauselijke staten. Die richten een satellietstaat van Piëmont op, tot de koning in maart 1860 alles annexeert. De Franse factuur voor de militaire steun en de erkenning is hoog: afstand van het Franstalige deel van Savoia (nu Savoie) en van Nizza, dat na een door de Fransen vervalst referendum definitief Nice wordt. Garibaldi is razend, en hij zweert met de wapens heel Italië te zullen verenigen.