“Er verdwijnen altijd meer kleinhandelaars uit de Duitse voetgangerszones.” Dat was de openingszin van een artikel in Die Welt over de crisis in de Duitse binnensteden. Uit de rest van het artikel blijkt duidelijk hoe vernietigend de impact van de verkoop via internet is voor de handelaars in de stadskernen, in het bijzonder voor de kledinghandel.

Het begon met het verdwijnen van de kleinhandel, maar nu worden ook de grote ketens als C&A en H&M getroffen en dat is een ramp voor de binnensteden. Veertig procent van de handelsruimte wordt immers gebruikt voor de verkoop van kleding. Als die sector ineenstort, dan lijdt heel de stad daaronder. De cijfers zijn alarmerend. Sinds 2009 is één kledingzaak op drie verdwenen en volgens de krant moet het ergste nog komen.

Die Welt gebruikte daarbij de dramatische uitdrukking ‘het grote sterven’, waarmee in de Middeleeuwen de pestepidemie uit de veertiende eeuw werd aangeduid, waarbij tussen 1347 en1351 één derde van de Europese bevolking omkwam. De uitdrukking ‘de Zwarte Dood’ dateert van veel later. Dat de verkoop via internet als een massavernietigingswapen wordt gebruikt tegen de klassieke winkels en winkelketens is vanzelfsprekend. Maar de inleiding deed vermoeden dat men ook de impact zou bespreken van het verbannen van de auto uit de binnenstad en het instellen van voetgangerszones. Daar werd echter zelfs niet zijdelings naar verwezen.

Voor iedereen die het wil zien, is het nochtans duidelijk dat het autovrij maken van de handelskernen in de binnensteden leidt tot een stadsvlucht van handelszaken, die naar buitengemeenten of kleinere steden verhuizen en daar nieuwe vestigingen openen, met grote gratis parkings… Als die trend zich verderzet, zullen de binnensteden hun centrumfunctie verliezen. Ze zullen verarmen en steeds meer te kampen krijgen met verkrotting en leegstand.

Demografische pest

Maar ach, tenslotte is het ‘grote sterven’ van de kledingwinkels eigenlijk slechts een klein probleem vergeleken met het massale, onzichtbare ‘grote sterven’ van de Duitsers zelf. Hoe verschrikkelijk de pest in de veertiende eeuw ook was, in Europa is geen enkele staat eraan ten onder gegaan. Nadat de epidemie was uitgewoed, herstelde de bevolking zich tamelijk snel. Handel, nijverheid, universiteiten, legers en rechtbanken bleven functioneren. Maar van de ‘demografische pest’ die Duitsland nu teistert, zal het land zich niet zo snel herstellen. En misschien nooit meer. ‘Veroudering’ en ‘vergrijzing’ zijn eufemismen. Het gaat om uitsterving.

Ik wil niet al te zwartgallig zijn: twintig jaar na de ineenstorting van de Amerikaanse geboortecijfers tijdens de verschrikkelijke Grote Depressie, die daar al even erg was als in Duitsland, volgde de Baby Boom, toen de Amerikaanse geboortecijfers zich spectaculair herstelden. Het kán dus… Maar voor die ommekeer was wel een héél ingrijpende reeks omwentelingen nodig, onder andere het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Duitse geboortecijfer is niet kort na 1945 ineengestort, maar pas halfweg de jaren zestig, in een tijd van ongelooflijke economische welvaart. Het geboortecijfer in West-Duitsland schommelt al sinds 1975 min of meer stabiel rond de 1,4 kinderen per vrouw, terwijl 2,1 het minimum is om de bevolking in stand te houden. De DDR had toen nog een hoger geboortecijfer dan West-Duitsland – echt waar! – maar het was al aan het dalen.

In 1990 stonden beide Duitslanden ongeveer op hetzelfde dodelijke niveau van 1,4 kinderen per vrouw, maar na Die Wende en de hereniging, nochtans een periode van optimisme en hoop, stortte het cijfer in de oostelijke Länder volledig in, zelfs tot ver onder het westelijke niveau. Na een dieptepunt in 1994 begon het oostelijke cijfer langzaam te stijgen, en in 2010 staken de ‘Ossies’ inzake vruchtbaarheid de ‘Wessies’ zelfs voorbij. Maar in de beide Duitslanden sterft de oorspronkelijke bevolking nog steeds uit. Dat er nu nog meer dan 80 miljoen Duitsers zijn, geeft een vals gevoel van stabiliteit. Binnen maximaal honderd jaar zijn die allemaal dood.

Er is één onwrikbare historische constante in de demografie: niet de grootste groepen erven een land, maar de groepen met de hoogste geboorte- en immigratiecijfers. In Duitsland wordt die angstwekkende logica nog versterkt door een effect dat in de meeste statistieken niet zichtbaar is: de snellere opeenvolging van generaties. Duitse vrouwen krijgen hun eerste kind gemiddeld als ze bijna 30 zijn. In vele Afrikaanse landen en in Afghanistan bevallen vrouwen gemiddeld voor het eerst als ze 20 zijn of soms nog jonger. In Eritrea is dat gemiddeld 21, in Turkije 22. Dat betekent dus dat er in zestig jaar tijd twee ‘Duitse’ generaties voorbijgaan, maar drie of bijna drie Eritrese, Turkse, Afrikaanse of Afghaanse. Dat resulteert in een nog snellere groei dan alleen uit het aantal kinderen per vrouw blijkt.

Klein en gelukkig

Als het geboortecijfer zich ooit weer op een normaal niveau stabiliseert, dan kan Duitsland best een gelukkig en welvarend land zijn met zestig of veertig miljoen inwoners in plaats van tachtig. Maar niet als het vacuüm wordt opgevuld door moslims en Afrikanen, met hun veel hogere geboortecijfers. Meer immigranten toelaten maakt de gevolgen van ‘het grote sterven’ niet kleiner, maar nog veel groter. Het opent de poort voor een chaotische balkanisering en op iets langere termijn voor een volledige islamisering. Duitsland zal dan onherkenbaar zijn veranderd. In het beste geval zal het op een reusachtig Libanon lijken. In het slechtste geval… Ach, vraag dat maar aan de Kopten in Egypte. Of aan de Armeniërs.