Frederik Willem de Klerk (°1936) volgde in 1989 PW Botha op als president van Zuid-Afrika, liet Nelson Mandela vrij en legaliseerde het ANC. In zijn functie als staatshoofd leidde hij langs regeringskant de onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot een akkoord met dat ANC en de machtsoverdracht in 1994. Hoe ziet het voormalige staatshoofd de gebeurtenissen nu, jaren nadien?

’t Pallieterke: Hoe ziet u de toekomst van Zuid-Afrika vandaag, gelet op de uitslag van de verkiezingen van 8 mei? Hoe verklaart u het redelijk succes van het Vrijheidsfront Plus?

De verkiezingen brachten geen grote verrassingen. Het ANC verloor stemmen aan het EFF (de Economische Vrijheidsvechters van Julius Malema) en de IVP (Inkatha, de Zoeloepartij van Gatsha Buthelezi), maar eindigde met een respectabele 58 procent. Men is het erover eens dat de partij het veel slechter zou gedaan hebben indien iemand anders dan Cyril Ramaphosa leider was geweest. De Democratische Alliantie (de voornaamste oppositiepartij) verloor blanke stemmen aan het Vrijheidsfront Plus en kleurlingstemmen aan Patricia De Lille’s nieuwe partij, Goed. Niettemin zal de echte strijd waarschijnlijk gaan tussen Ramaphosa en de Zuma-aanhangers, die zich sterk ingegraven hebben. Het resultaat hiervan zal bepalen of Zuid-Afrika zal terugkeren naar het plunderen en het wanbeleid van de Zuma-tijd, of naar de relatief pragmatische en orthodoxe economische politiek van de Mandela/Mbeki-periode.

Wat is uw mening over het nieuwe Ramaphosa-kabinet? En heeft ex-president Zuma volgens u nog veel aanhang onder het volk en binnen de partij?

De fractie die Jacob Zuma steunde, heeft nog aanzienlijke steun binnen de regerende structuren van het ANC. De algemene mening is dat president Ramaphosa geleidelijk zijn autoriteit binnen het ANC doet gelden, maar het is duidelijk dat de Zuma-aanhangers nog altijd invloedrijk zijn, vooral omdat het hele ANC-apparaat onder de controle staat van een onder hen – Ace Magashule – via zijn positie als secretaris-generaal.

Een Zuid-Afrikaanse vriend die naar Groot-Brittannië is uitgeweken en de Britse nationaliteit heeft aangenomen, vertelde dat veel van zijn kennissen geen toekomst meer zien in Zuid-Afrika en waarschijnlijk gaan uitwijken, zoals duizenden voor hen hebben gedaan. Wat is uw antwoord op die reactie?

Dat is niets nieuws. Reeds sinds 1652 twijfelden de mensen aan de toekomst van Zuid-Afrika – en zeker in 1960, 1976 en het midden van de jaren tachtig -, maar ze bleken het allen verkeerd te hebben. We hebben een griezelig vermogen om te bewijzen dat de pessimisten ongelijk hebben. De kern van de zaak is of we het dankzij onze excellente grondwet kunnen volhouden en of de gematigde krachten in het ANC de overhand zullen krijgen. Ik blijf voorzichtig vertrouwen hebben.

Vanzelfsprekend krijgt u heel wat vragen over de onderhandelingen die hebben geleid tot de machtswisseling in 1994. Zo wordt weleens beweerd dat door de val van het communisme eind de jaren tachtig en begin de jaren negentig het ANC in een zwakkere positie zat en het tijdstip voor onderhandelingen dus ideaal was. Maar gold die verzwakking niet eveneens voor de regering, vermits door de ineenstorting van het Oostblok het belang van Zuid-Afrika voor het Westen afgenomen was?

Wij realiseerden ons dat op het eind van de jaren tachtig de geschiedenis ons een kans gaf: rond 1987 trokken alle partijen het besluit dat de problemen van Zuid-Afrika niet door geweld konden worden opgelost en dat er moest onderhandeld worden. In 1988 sloten we een overeenkomst over de terugtrekking van de Cubaanse troepen uit Angola in samenhang met de toepassing van het VN-plan voor onafhankelijkheid van Namibië. En dan was er eind 1989 de val van de Berlijnse Muur, de voorbode van het ineenstorten van het internationaal communisme. We wisten dat de omstandigheden om met onderhandelingen te beginnen nooit zo voordelig zouden zijn en dat hoe langer we zouden wachten, hoe meer de machtsbalans onafwendbaar ten nadele van ons zou verschuiven. Aldus zijn we op 2 februari 1990 in de ruimte gestapt die plots open werd gemaakt. De val van het communisme heeft het westers belang en de westerse steun voor een succesvolle verandering in Zuid-Afrika niet verminderd.

Voelde u zich destijds door de VSA en Groot-Brittannië niet in de steek gelaten? Werd er door die landen in die periode druk op uw regering uitgeoefend om tot een akkoord te komen?

Neen. Wijzelf namen de beslissing om te veranderen, niet omwille van druk van binnenuit of externe druk, maar omdat we de problemen van het land wensten op te lossen en om een eind te maken aan het onrecht en de onhoudbaarheid van het blanke minderheidsbestuur. President George Bush en premier Thatcher gaven waardevolle steun aan onze inspanningen, zoals trouwens alle andere internationale leiders met wie we in contact stonden.

Plaatste uw regering zich niet in een verzwakte positie door het niet uitspelen van een belangrijk drukkingsmiddel (de “Weermag”), terwijl het ANC massamanifestaties wel als drukmiddel gebruikte? En was het opgeven van het virtuele bondgenootschap met Inkatha (met de Akte van Verstandhouding) in dat opzicht geen fout?

Het zou onmogelijk zijn geweest, en niet aan te raden, om onze militaire superioriteit te gebruiken als steun van onze onderhandelingsagenda. Hoe konden we die superioriteit gebruiken? Door demonstraties te verhinderen, of de leiders van de oppositie te arresteren zoals sommige rechtse intellectuelen voorstelden? Zo’n manier van optreden zou ons internationale steun hebben gekost en ons gestort hebben in de ernstige interne onrust zoals we in de jaren tachtig hebben meegemaakt.

De Akte van Verstandhouding werd op brede schaal verkeerd begrepen: de enige concessies die we deden was het verbod op het dragen van traditionele wapens, het omheinen van de tehuizen en het vrijlaten van alle ANC-gevangenen, om het even welke misdaad ze hadden begaan. Van haar kant hervatte het ANC de onderhandelingen en ondertekende het alle akkoorden die we hadden afgesloten op Codesa (de onderhandelingsrondes in 1991-1992), met inbegrip van de voorlopige grondwet en al de andere elementen waarop onze finale grondwet was gebaseerd.

Ons doel was een aanvaardbare grondwettelijke overeenkomst te bereiken met vertegenwoordigers van de meerderheid der Zuid-Afrikanen, en niet het opbouwen van coalities van minderheden. Niettemin deden we er alles aan om Inkatha terug aan boord te brengen, waarin we slaagden zo’n acht dagen voor de verkiezingen van 1994.

Er was destijds heel wat kritiek op het aanstellen van Roelf Meyer als uw hoofdonderhandelaar. Volgens critici was hij geen partij voor een gewiekst onderhandelaar als huidig president Ramaphosa. Trouwens, werd ook Mandela niet onderschat?

Het is fout te denken dat Roelf Meyer en Cyril Ramaphosa de onderhandelingen domineerden. Ramaphosa was inderdaad formidabel, maar uiteindelijk werd het resultaat van de onderhandelingen bepaald door de voornaamste partijen – en niet door individuen – en door objectieve geostrategische feiten en de economische realiteit van het ogenblik.

Ik las in de jaren negentig in een Zuid-Afrikaanse krant een brief van een NP-militant. Hij noemde de uitslag van het referendum onder de blanke bevolking in 1992 “een blanco cheque die misbruikt was”. Het uiteindelijke resultaat van de onderhandelingen werd nooit aan de blanke kiezers voorgelegd. Waarom niet?

De regering geloofde dat haar overwinning in het referendum van 1992, met 69 procent der stemmen, haar een voldoende sterk mandaat gaf om een overeenkomst te bereiken over een voorlopige grondwet. Het was politiek eenvoudigweg niet mogelijk om een tweede referendum onder de blanken te houden voor de aanvaarding van die tijdelijke grondwet in december 1993. Zo’n referendum zou onaanvaardbaar zijn geweest voor alle andere partijen en bij de internationale gemeenschap. De regering zou waarschijnlijk gewonnen hebben, maar met een kleinere meerderheid dan in 1992. Niettemin, had de regering verloren, dan zou ik ontslag hebben moeten nemen en een uitsluitend blanke verkiezing hebben moeten houden in een sfeer van algemene internationale veroordeling en toegenomen binnenlandse onrust. De verkozen vertegenwoordigers van de blanke bevolking hadden de mogelijkheid om de tijdelijke grondwet in december 1993 te verwerpen, indien ze meenden dat die niet in het belang van hun kiesdistrict was. Maar ze hebben die aanvaard.

De beslissing van de regering om verder te gaan met de tijdelijke grondwet werd bevestigd op 27 april 1994, toen een overweldigend deel van het blanke electoraat voor de Nasionale Party stemde. Zij hadden dat zeker niet gedaan indien ze niet akkoord waren geweest met de grondwet die de Nasionale Party onderhandeld had.

Was het niet beter geweest een akkoord over een definitieve grondwet te maken voor de verkiezingen van 1994 en de machtsoverdracht? Wordt de geest van de grondwet tot heden gerespecteerd?

Dat was een der voornaamste patstellingen tijdens de onderhandelingen. Het werd opgelost door overeen te komen eerst een voorlopige grondwet op te stellen – die dan door alle belangrijke partijen zou moeten goedgekeurd worden – onder dewelke de eerste algemene verkiezingen van het land zouden gehouden worden. Het nieuw verkozen parlement, zetelend als grondwetgevende vergadering, zou dan de finale grondwet aannemen. En zeer belangrijk, de finale grondwet moest voldoen aan 34 fundamentele principes die in de tijdelijke grondwet waren opgenomen, principes die de fundamentele waarden en rechten waarop de finale grondwet gevestigd was, belichaamden.

Nu, na 25 jaar, wordt de grondwet nog steeds gerespecteerd en versterkt door een sterk en onafhankelijk Grondwettelijk Hof. De grondwet speelde een cruciale rol in het verijdelen van Jacob Zuma’s staatskaping (de grote invloed van de Indische zakenfamilie Gupta op de economie en de politiek van het land, nvdr).

In de definitieve grondwet zijn de individuele rechten de meest belangrijke. Ze worden gewaarborgd door een onafhankelijke rechtspraak. Maar worden in een systeem (zoals in het huidige Zuid-Afrika, maar ook in de VS), waar één partij de macht heeft, de leden van het Hooggerechtshof niet door die regeringspartij aangeduid? Vormt dat geen probleem voor een onafhankelijke justitie?

Rechters worden benoemd door de president op aanbeveling van de Juridische Commissie (JSC), welke uiteenlopende leden uit de beroepswereld omvat alsook vertegenwoordigers van de oppositiepartijen. Het ANC heeft een meerderheid in die JSC, maar tot nu toe is er overeenstemming dat de gerechtelijke wereld haar onafhankelijkheid heeft weten te bewaren – in feite speelde ze een belangrijke rol in de afzetting van president Zuma.

Was er in uw regering consensus over het uiteindelijke bereikte akkoord met het ANC?

Ja. Er was niemand in het kabinet of in de schoot van de Nasionale Party die ontslag nam of weigerde de overeenkomst te ondersteunen. Natuurlijk, zoals met alle grote processen van verandering, was er bij haast iedereen bezorgdheid over de toekomst. Maar iedereen was van oordeel dat het de beste en de enige weg was om verder te gaan.

Waarom verliet de Nasionale Party de regering van nationale eenheid in 1996? Zette ze zich daarmee niet helemaal buitenspel?

De regering voor nationale eenheid was geen coalitie in de Europese betekenis. Er was nooit een coalitieovereenkomst, hoewel de Nasionale Party daar herhaaldelijk voor pleitte. De ministeries die aan de niet-ANC partijen (de Nasionale Party en Inkatha) waren toevertrouwd, werden in werkelijkheid niet door hen gecontroleerd. Maar de ganse tijd werd de Nasionale Party gelaakt en vereenzelvigd met de politiek van het ANC waarin ze niets te vertellen had en die dus dikwijls onaanvaardbaar was voor de achterban. De druppel die de emmer deed overlopen, was de weigering van het ANC om zekere vormen van machtsdeling in de finale grondwet in te voegen.

Hoe verklaart u het snelle verdwijnen van de (Nieuwe) Nasionale Party daarna?

De Nuwe Nasionale Party kwam na 1994 naar voren als de meest multiraciale in de geschiedenis van Zuid-Afrika, en als de vertegenwoordigster van de drie belangrijkste minderheden (blanken, kleurlingen, Indiërs). We schatten dat meer dan 600.000 zwarte Zuid-Afrikanen toen voor ons stemden, zowat hetzelfde aantal dat naar schatting voor de Democratische Alliantie zou gestemd hebben bij de verkiezingen van 8 mei jongstleden. De NNP vergaarde in die verkiezing van 1994 in totaal meer stemmen dan de DA dit jaar. Zoals de DA probeerde de NNP haar aanhang uit te breiden door haar aantrek onder de zwarte kiezers te vergroten, dikwijls door het laten verwateren van zijn inzet voor de rechten van de minderheden. Door naar het centrum op te schuiven, opende de NNP haar rechterflank voor de DA, die door haar “vecht terug”-campagne snel de steun van die minderheden kreeg. Na een mislukte samensmelting met die DA smolten de resten van de NNP samen met het ANC, en dit zonder een mandaat van haar voornaamste structuren. Zij die dat deden, werden vrij snel afgedaan als carrièrejagers.

Alle vergelijkingen lopen natuurlijk mank, maar kunnen we de huidige positie van de blanken in Zuid-Afrika niet vergelijken met die van de Afrikaners na de nederlaag in de Anglo-Boerenoorlog (1902)? Is uw land van de apartheidstijd tot nu niet overgegaan van een blanke naar een zwarte overheersing?

Ondanks het trauma van de Afrikaners in 1902 was hun positie toen politiek sterker dan nu, want ondanks het ruïneren door de Anglo-Boerenoorlog, leefden ze binnen het onaanvaardbare toenmalige mondiale model van het recht van een blank volk om andere rassen te overheersen. Het complete doel van ons veranderingsproces was om te bewegen van zo’n systeem van raciale dominantie naar een systeem waarin de individuele en collectieve rechten van alle Zuid-Afrikanen zouden zijn beschermd via een rechtsstaat en een rechtvaardige grondwet. Des te verder we ons verwijderen van dat ideaal, des te groter het risico wordt op nieuwe vormen van raciale overheersing.

Wat zijn de doeleinden van de FW De Klerkstichting vandaag?

Voor de redenen die hierboven werden vermeld, zijn de voornaamste doeleinden van de stichting: het verdedigen en bevorderen van onze grondwet, het bevorderen van harmonieuze relaties tussen onze gemeenschappen en de bevordering van de nalatenschap van ons grondwettelijk transformatieproces, hetwelk de wereld zeer terecht beschouwt als een der meest succesvolle vredesprocessen in de moderne geschiedenis.