Zoals ik verleden week al aanhaalde, ging ik Robbie Rensenbrink tijdens het weekend ontmoeten in Vlezenbeek, bij zijn vriend Jean-Luc, die een feestje had georganiseerd om de verjaardag te vieren van het ‘wonderkind’. Het was een paar maanden geleden dat ik hem nog had ontmoet. Ik schrok een beetje toen ik hem zag!

Ik wist dat hij PSMA heeft, een spierziekte, een broertje van het dodelijke ALS. PSMA kan evolueren naar ALS. De Nederlander is sterk vermagerd. Hij weegt nog amper 60 kilo. Volgens zijn vrouw Corry gaat zijn toestand er wekelijks op achteruit. Hij eet amper en is vlug moe. Ik ben er niet gerust in, en had geen goesting meer om een feestje te bouwen. Bij onze noorderburen heeft men schijnbaar de handdoek al in de ring geworpen. Zijn lichaam zou niet voldoende meer reageren op de toegediende medicijnen. Jean-Luc gaat proberen Robbie te laten opnemen in het UZ in Leuven voor een “second opinion”. Zo kan het in ieder geval niet verder. Ik stond een sigaret te roken in de tuin, toen de Nederlander kwam aangesloft.

Gierige Hollander

“Geef mij eens een sigaret”, vroeg hij mij. “Weer geen gekocht, gierigaard?”, antwoordde ik hem al lachend. Robbie antwoordde: “Ergens waren die verhalen over mijn zuinigheid wel waar. Ik verdiende ongetwijfeld het meest bij Anderlecht, maar ik gaf het minste uit. Dat komt door mijn opvoeding. Bij ons thuis werd iedere gulden twee keer omgedraaid voor hij werd uitgegeven. Ik had mij dan ook voorgenomen in mijn voetballeven zo veel te verdienen dat ik financieel onafhankelijk zou zijn als ik stopte met voetballen. Dat is mij vrij goed gelukt, maar nu is het mij duidelijk geworden dat een goede gezondheid het allerbelangrijkste is. Ik zou nu veel geld geven om gezond te zijn.”

Ben je nooit in een zwart gat gevallen na je loopbaan? “Absoluut niet. Ik vond het heerlijk. Ik was eindelijk van die druk om te presteren af. We zwijgen nog van de pijn. Ik had er geen zin meer in.” Wat heb je zoal gedaan nadat je gestopt bent? “Niets! Vroeger had ik een vijver achter mijn huis. Ik viste elke dag.” Nooit ambities gehad om trainer te worden? “Ooit heeft Anderlecht mij beloofd dat ik de jeugd kon trainen, maar daar heb ik niets meer over gehoord. Spijtig.” Feitelijk was het maar een triestig afscheid bij Anderlecht, hé? “Alleen een bloemetje van een vrouwelijke supporter en een hand van onze verzorger. Beeckman was de enige aanwezige op de luchthaven. Het heeft mij gekwetst. Het liet een wrange nasmaak achter.” Hoe is het nu met u? “Zoals het nu is, zo wil ik niet meer leven…”