Eerder dit jaar maakte Lidl bekend dat het enkel nog Fairtrade-bananen gaat verkopen. Als u vaste klant bij die winkelketen bent, wordt u voortaan de keuze bespaard tussen goedkopere en duurdere, ‘ethische’ producten. Volgens een verantwoordelijke van het bedrijf is dat een offer, want de omzet zou er door verlagen. Allemaal om die arme Ecuadoraanse boeren een centje te gunnen? Zou het?

Teun van de Keuken, een man die ooit een initiatief startte tegen de uitbuiting van arbeiders in de cacaoteelt, ziet het in ieder geval anders. “Fairtrade is eerder een verdienmodel voor handelaren, fabrikanten en supermarkten dan een serieuze poging om het leven van mensen die zich halfdood werken voor ons luxevoedsel te verbeteren”, schreef hij in De Volkskrant. Ook de Senegalese econoom Sylla kwam al tot het besluit dat vooral supermarkten voordeel uit Fairtrade halen.

Max Havelaar

Lidl is nochtans niet alleen. Fairtrade (en concurrerende ethische labels als UTZ en Rainforest Alliance) zijn big business geworden. Vorig jaar steeg de verkoop van Fairtrade-producten in België met een kwart. “De Belgische producent is alsmaar meer te vinden voor een eerlijke vergoeding voor de boeren in het zuiden”, was vorige maand het besluit van De Tijd.

Ik weet niet of de Belgische producent echt met die kwestie bezig is, dan wel of hij op sleeptouw wordt genomen door de golf van ethische profilering van winkelketens. Niettemin zou het resultaat positief kunnen zijn, indien aan het einde van de rit arme mensen worden geholpen. Ja, toch?

In 1988 werd het Max Havelaar-keurmerk bij onze noorderburen boven de doopvont gehouden. Het idee was om kleine, arme boeren in de derde wereld een menswaardig inkomen te bezorgen door hen een minimumprijs voor hun producten te waarborgen. Tegenwoordig komt daar ook nog een premie bovenop.

Max Havelaar plaatste zijn keurmerk op alle producten die op een ‘ethische’ manier waren gemaakt en daar zouden klanten dan iets meer willen voor betalen. De kleine boeren dienden zich te verenigen in coöperaties die als aanspreekpunt voor Max Havelaar zouden fungeren. Een ‘onafhankelijke’ inspectie zou toezien dat iedereen zich aan de regels hield. Dat was de theorie.

Geen impact

Na een paar moeizame jaren begon Max Havelaar de markt binnen te dringen. Door de naam van het merk naar Fairtrade te veranderen, kon de verovering van de wereld beginnen. Op dit moment heeft Fairtrade International een omzet van meer dan 8 miljard euro, waarmee het een voedingsgigant van wereldniveau is geworden. Commercieel is het een onwaarschijnlijk succes. Maar de arme boeren, hebben die er iets aan gehad?

Geen enkele studie heeft al kunnen aantonen dat Fairtrade ooit de minste impact heeft gehad op de armoede in de wereld. Al vroeg, in 2004, bleek uit een ophefmakende docu van de Nederlandse televisie dat Fairtrade-boeren uit bijvoorbeeld Thailand en Kenia zelfs minder verdienden dan hun concurrenten.

Verschillende studies, zoals van de universiteit van Nijmegen en van het Institute for Social Studies in Den Haag, kwamen ondertussen tot de vaststelling dat er nauwelijks een inkomensverschil bestaat tussen Fairtrade-boeren en boeren van de vrije markt. Een onderzoek van de Britse School of Oriental and African Studies (die zelfs naar Angelsaksische normen links is) was duidelijk: “Fairtrade is geen effectief mechanisme geweest om het leven van de arme rurale bevolking te verbeteren.”

Misbruik

Er zijn ook heel wat misbruiken. Fairtrade is geen erg transparant gebeuren, zeker niet wat de besteding op het terrein betreft. Waar veel geld rondgaat en waar niemand controleert, behalve een organisatie die alle belang heeft om stil te blijven over alles wat de goede naam kan aantasten, zijn zakkenvullerij en wanpraktijken onvermijdelijk. Dat bleek ook al bij Oxfam.

Afrikaanse onderzoeksjournalisten ontdekten dat de betrokken boeren vaak in erbarmelijke omstandigheden moeten leven en werken. “Kopers van de ‘eerlijke’ chocolade houden vooral de kantoren, salarissen en zakenreizen van de organisatie in stand”, schreef De Volkskrant. In 2014 lekte uit dat Dominicaanse Fairtrade-boeren met illegaal personeel werkten.

Sommige gebreken zijn gewoon het gevolg van het systeem. Als een boer 200 zakken koffiebonen heeft en slechts 100 zakken via Fairtrade kwijt kan, dan zullen daar de zakken met bonen van lage kwaliteit naartoe gaan, want de andere kan hij enkel kwijt aan een prijs die wel van de kwaliteit afhangt. Boeren worden niet gestimuleerd tot kwaliteit of diversificatie.

Het kerngebrek

Fairtrade is ook een duur mechanisme: op alle niveaus moeten er extra kosten gemaakt worden. De staf en het personeel van de westerse Fairtrade-stichtingen moeten betaald worden. Dat is niet eens hun hoogste uitgavenpost: in 2018 ging bij Fairtrade Belgium meer dan een een derde van de inkomsten naar wat de stichting in steenkolenengels “consumer campagnes” noemt (lees: reclame en propaganda). Minder dan een kwart werd afgedragen aan Fairtrade International.

Van Fairtrade International gaat het naar de coöperaties waarvan ook de lokale bazen en agenten moeten vergoed worden. De restjes die van de tafel vallen, die gaan naar de lokale boeren. Die verliezen nog eens een deel van hun inkomen (meer dan 1 procent van de omzet, wat zeer veel is in een markt met krappe marges) aan het voldoen aan de formaliteiten opgelegd door Fairtrade.

Het meest nefaste aan Fairtrade schuilt in de kern van zijn bestaansreden: het geromantiseerde beeld van kleine boeren en de mythe dat die kost wat kost moeten beschermd worden tegen de boosaardigheid van de vrije markt. In feite houdt Fairtrade mensen in een gevangenis van armoede. Als de organisatie honderd jaar geleden reeds had bestaan, zou ze u premies geven om de overgeleverde kleine rapenboerderij van uw voorouders verder uit te baten.

Nooit heeft landbouw een land uit de armoede gehaald. Het kan wel bijdragen aan de welvaart, maar dan alleen door een hoge productiviteit die enkel kan voortkomen uit een combinatie van mechanisering, innovatie, grootschaligheid en scholing. Daarvoor heb je ook andere bronnen van welvaart nodig.

Fairtrade houdt ook individuele boeren in de armoede. Als de prijs van de koffie te laag is, betekent dat dat er te veel koffie op de markt is en dat je beter een ander gewas kiest. Of gewoon een ander beroep, zoals koffiebrander of handelaar in prestigebonen.

Verkopers van een idee

Fairtrade verkoopt enkel een idee, geen werkelijkheid, maar is daar zeer succesvol in. U koopt een kop koffie van Max Havelaar en betaalt een surplus voor een goed gevoel. De boer heeft daar weinig aan. De geestelijke vader van het Max Havelaar-idee, Nico Roozen, geeft toe dat de organisatie vasthoudt aan principes die meer met ideologie dan met realiteit te maken hebben.

Maar het succes is er. Zelfs als u Fairtrade morgen links laat liggen, zal u er aan bijdragen. De overheid is de grootste klant van Fairtrade. Al twee derde van de gemeenten in Vlaanderen zijn Fairtrade-gemeenten, waardoor zij voor de organisatie propaganda moeten maken en haar producten moeten aankopen.

Een resolutie van de Kamer van 2017 eist dat tegen volgend jaar 80 procent van alle overheidsdiensten Fairtrade-producten gebruiken. Ook dat is een ijzeren wet: politici zullen nooit veel vragen stellen naar nut of resultaat wanneer ze de kans krijgen om met andermans geld aan deugdvertoon te doen. ‘Fairtrade’ is dan ook een geniale naam: je kan de wereld verbeteren door een etiket te kopen dat zegt dat je dat doet.