Toerisme brengt geld in het laatje. Jaarlijks bezoeken meer dan veertig miljoen buitenlandse toeristen het Verenigd Koninkrijk. Ondanks het feit dat Britten en Fransen het historisch niet met elkaar kunnen vinden, komt jaarlijks vanuit La Douce France toch een massa afgezakt. Zal zich na Brexit een probleem stellen voor het toerisme in het Verenigd Koninkrijk? Het overgrote deel van de toeristen komt immers uit EU-lidstaten.

De vakantie-uittocht trekt op gang. Als de bouwvakantie zich aandient, zet half Vlaanderen (zonder aanhangwagen) en Nederland (met camper) zich in beweging, richting Zuid-Europa. De achtervolging op de renners van de Tour de France wordt dan ingezet. Vakantie genieten in het buitenland was tot een halve eeuw geleden uitsluitend een zaak voor de rijke sociale klasse. Met de komst van het vakantiegeld, extra vakantiedagen en de democratisering van transportmiddelen, is de buitenlandse zomervakantie een cultuurgoed geworden voor een groot deel van de samenleving.

Door de komst van lagekostenmaatschappijen vliegt de Europeaan van hot naar her. De opmars van de goedkope vliegreizen hangt samen met de tamelijk recente opkomst van ‘citytrips’. Ook ‘citymarketing’ is vandaag een wezenlijk onderdeel van de economische visie van bestuurders op de stad. De rolkofferterreur die grote steden treft, mag voor de inwoners dan een hel zijn (vraag maar aan de inwoners van Venetië, Brugge en Amsterdam), voor de horeca, winkels en de recreatieve sector betekent het kassa-kassa.

Daar komen de Chinezen

Het Verenigd Koninkrijk is de zesde meest bezochte vakantiebestemming ter wereld. Om en bij veertig miljoen toeristen doen jaarlijks het eiland aan. Een toerist spendeert gemiddeld drie nachten op Brits grondgebied. Al die bezoekers laten het geld rollen. Zo’n dertig miljard euro wordt door toeristen neergeteld op Britse bodem. Fransen vinden Groot-Brittannië als bestemming aantrekkelijk, zoveel mag blijken uit de statistieken. Op jaarbasis maken meer dan vier miljoen Fransen de oversteek van de ene kant van het Kanaal naar de andere, van Calais naar Dover. Zij staan daarmee helemaal bovenaan de ranglijst.

Op de tweede plek staan de Amerikanen, met zo’n 3,5 miljoen toeristen. Daarna volgen de Duitsers (circa 3,4 miljoen) en de Ieren (circa 3 miljoen). De jongste jaren neemt vooral het aantal bezoekers uit de Chinese Volksrepubliek toe. Dat hoeft niet te verbazen. De sterk groeiende middenklasse in China ziet steeds meer kansen om verre reizen te maken. Toch blijven de Chinezen – zo’n driehonderdduizend toeristen op jaarbasis – vooralsnog een relatief klein aandeel op het totaal uitmaken.

Engelsen in Zuid-Europa

Al dat toerisme helpt de economie draaien. Rechtstreeks laat de toestroom van buitenlandse bezoekers zich voelen in verschillende domeinen, gaande van horeca over recreatieparken tot het gebruik van transportmiddelen. In totaal genereert de toeristische industrie in het Verenigd Koninkrijk een bijdrage tot het bruto nationaal product van 68 miljard pond, omgerekend bijna 76 miljard euro. Volgens het Britse bureau voor de statistiek stelt de toeristische sector zo’n 1,5 miljoen mensen tewerk, vijf procent van het totale aantal tewerkgestelden binnen de economie.

Ook de Britten gaan graag op vakantie. Indien naar het buitenland wordt getrokken, dan blijkt Zuid-Europa de ideale vakantiebestemming te zijn. Spanje, Frankrijk en Italië voeren de ranglijst aan. Indien u geen rumoerige, dronken Engelsen aan de ontbijttafel wilt deze zomer, dan trekt u best meer noordelijk.

Het hoeft niet te verbazen dat het leeuwendeel van de buitenlandse toeristen de trip beperkt tot een bezoekje aan Londen. Zo’n 2,5 miljoen Amerikanen en 2 miljoen Fransen bezoeken jaarlijks de hoofdstad. Cijfers leren ons dat Fransen verhoudingsgewijs vaker regio’s buiten Londen aandoen. Ook Vlamingen zijn tuk op een weekendje Londen. Doordat het pond laag staan ten opzichte van de euro, is winkelen in die miljoenenstad relatief goedkoop geworden.

Wales en Noord-Ierland zijn niet populair

Toch is het jammer vast te stellen dat voor veel buitenlandse vakantiegangers Groot-Brittannië niet groter lijkt dan Londen. Van alle miljoenen die het Verenigd Koninkrijk aandoen, verblijft 87 procent in Engeland. Op verre afstand volgt Schotland (8 procent). Wales (3 procent) en Noord-Ierland (1 procent) zijn als vakantiebestemming nagenoeg verwaarloosbaar vergeleken met de twee andere regio’s.

Zal een (mogelijke) Brexit ervoor zorgen dat het toerisme een klap gaat krijgen, in de toekomst? Dat valt nog te bekijken. Het idee van ellenlange wachtrijen aan de Eurostarstations of op vliegveldterminals is een nachtmerrie die in de realiteit waarschijnlijk niet bewaarheid zal worden. Wel verliest Groot-Brittannië bij zijn vertrek uit de EU een hoop Europese subsidies die bestemd zijn voor de recreatieve sector. Ook telt de toeristische sector in Groot-Brittannië, meer dan andere sectoren binnen de economie, relatief veel buitenlandse werkkrachten. Zij zullen na EU-uittreding een visum of paspoort moeten krijgen. Allicht geldt hetzelfde voor Britten die Europese lidstaten willen gaan bezoeken.