Verondersteld kaartenlegger

Gij, gesjarelde gezjoste,

In de maanden en weken die verkiezingen voorafgaan, is de spanning altijd te snijden in de partijhoofdkwartieren, bij dappere militanten die ‘campagne voeren’ en bij al dan niet serieuze waarnemers allerhande. Tot die laatsten horen ook de gazetten en de audiovisuele media, zeg maar ‘de radio’ en ‘den teevee’. De journalisten van dienst zijn er in zo’n periode altijd op uit om nieuwtjes te vergaren over kandidaten en hun beweegredenen, zeker als het om BV’s of andere ‘specialekes’ gaat. Het plebs is immers nieuwsgierig en spitante zaken kunnen altijd de aandacht trekken en zelfs de roddels voeden. Maar ook proberen de Wetstraat-watchers bij de partijbazen van alles te weten te komen over hun programmapunten, en vooral over wat zij van plan zijn ná de verkiezingen in het kader van samenwerking met deze of gene partij of coalitievorming. En dan, beste kiezer, wordt gij plots vernoemd…

Herinner u even de beate gezichtjes van de voorzitters van vooral de traditionele partijen vóór 26 mei jongstleden. Ik heb het dan bijvoorbeeld vooral over Gwendolyn en Wouter en John. Ook al voelden zij een bui hangen, toch lieten zij nog niet in hun kaarten kijken. Ha neen, want… de kiezer zou deze gaan leggen en daar zou men dan zijn besluiten uit trekken. Als superdemocraten zouden zij het woord eerst aan de kiezer laten en dan goed en zorgvuldig gaan afwegen hoe zij daarmee om zouden gaan. Voor zwakke zielen had dat zelfs iets haast ontroerends, zoveel dienstbaarheid, wegcijfering en zoveel rekening houden met wat het volk hen zou aanbieden.

En dan was het zover. Gij hadt gesproken. En hoe. Alle Vlaamse regeringspartijen – federaal of regionaal – kregen kletsen dat het een lieve lust was. De partijen van Gwendolyn en Wouter en John konden hun jaren geleden al ingezette neerwaartse spiraal niet ombuigen. En zelfs de grootste regeringspartij van het land moest wat blutsen incasseren, ook al bleef ze de grootste. De linkse communisten scoorden ten nadele van klassiek links en groen en de radicaal-rechtse nationalisten gingen met heel veel stemmen lopen van vooral centrumrechts tot rechts, maar ook wel van oude rode kiezers die zich in de steek gelaten voelen in hun buurten. Gwendolyn en Wouter en John stonden erbij en keken ernaar met een lip tot op hun schoenen. Verbouwereerd en als door de hand Gods geslagen, konden ze niet anders dan vaststellen dat gij, de kiezer, in hun ogen de kaarten ‘heel verkeerd’ hadt gelegd.

Met de angst om het hart keken zij ondemocratisch om ter lelijkst naar de kaartenleggende kiezer en plots was hun zorg alleen nog hoe ze dit allemaal zouden kunnen overleven. Een eerste signaal was om meteen de grote overwinnaar uit te sluiten, goed wetende dat als die zou meedoen er voor hen niets of hoogstens wat kruimels zouden overblijven. En dan ontstonden de verhalen over Zweedse of Boergondische coalities. ‘Business as usual’ dus. Alsof gij, de kiezer, niet gesproken hadt. Nog het liefst van al zouden zij met alle verliezers willen samengaan om toch maar overeind te kunnen blijven. Dat dan de grote verandering in het veiligheids-, het migratie-, het economisch en het sociaal beleid zou uitblijven, leek en lijkt wel het minste van hun zorgen. Voor Gwendolyn bijvoorbeeld is zowat alles goed om een uitgeleide te krijgen naar een ministerpost, want haar partijbonzen zijn haar meer dan beu. Ook op Wouter is men uitgekeken, want ook daar zijn al rechtsere messenslijpers aan het werk. En bij John is het al niet beter, want ook daar roert entwat tussen de oude en de nieuwe krokodillen. Het gaat er dus alleen nog om het schip niet volledig te laten kapseizen en liefst geen ontevredenen – politieke medewerkers en cabinettards en niet meer verkozenen – in huis te hebben. Ook bij de grootste partij ging er een rimpeling over het water, maar haar positie is eigenlijk onaangeroerd gebleven, in die mate zelfs dat zij zowel op Vlaams als federaal niveau de sleutel in handen heeft. Logisch zou dan ook zijn dat zij met de grote winnaar samenwerkt en een van de verliezers ernstig op zijn verantwoordelijkheid wijst om de bestuurbaarheid te verzekeren. Het is immers logisch en democratisch dat verliezers bijdraaien en zich schikken, en niet omgekeerd. Anders heeft het echt geen zin meer om ‘de kiezer de kaarten te laten leggen’.

Eén zaak lijkt momenteel wel erg zeker en dat is dat als nu uw signaal genegeerd wordt, waarde kiezer, gij over vijf jaar minstens een van de al genoemde olijke drie naar of over de kiesdrempel zult duwen en dat de grote winnaar van vandaag alleen maar nog groter zal zijn. Voor mij niet gelaten, maar dat zal dan hun verdiende loon zijn. Wie u, de kiezer, ‘sjarelt’ of ‘zjost’, zal het vroeg of laat geweten hebben, nietwaar?