Lachwekkend is de zelfgenoegzaamheid en de pretentie van historici die zich ter gelegenheid van de recente canon-discussie wetenschappers noemen.

Leukste hobby

Geschiedenis is de interessantste hobby die ik ken. Maar wetenschap? Komaan! Als een lezer dezelfde knikker met dezelfde kracht van dezelfde hoogte gooit als een andere lezer, dan is de uitkomst hetzelfde. Dat is wetenschap! Broertje De Wever zegt over oostfrontstrijders “dat ze erger waren dan IS”. Hij weet dat de aantrekkingskracht van IS gebaseerd is op gruwelvideo’s (die u nooit bij de VRT ziet om de kijkers én ook de misdadige islam te sparen). En hij weet dat er nauwelijks één Vlaamse vrijwilliger zou opgedaagd zijn als men in de bioscopen in 1941-‘42 langdurig beelden had getoond van lynchpartijen, fusillades op grote schaal van Joden en gruwelbehandeling van Sovjetgevangenen.

Toch is zijn oordeel heel anders dan het mijne; misschien ook omdat ik met mijn ‘witte’ familieachtergrond milder kan zijn over die Hitlersoldaten en niet zoals hij moet bewijzen hoezeer ik aan de goede kant van de geschiedenis sta. Maar die grondig verschillende oordelen over dezelfde historische feiten bewijzen dat geschiedenis geen echte wetenschap is. Voortdurend botsen tegengestelde meningen in artikels of recensies. Meestal zijn ze in een afschuwelijk jargon geschreven dat nog nauwelijks iets gemeen heeft met Nederlands. Uiteraard ontbreken de vele voetnoten niet, want die zijn het masker dat geschiedenis een schijnwetenschappelijk cachet geeft, alsof het harde exacte wetenschap betreft.

Papieren versus echte werkelijkheid

Ooit huurde de Amerikaanse schrijver Gore Vidal historici in om opzoekingen te verrichten voor zijn romans. Inmiddels hebben veel beroepshistorici in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ontdekt dat er soms veel geld te verdienen valt met goedgeschreven historische romans. Verscheidene docenten in Oxford toveren daarom fictief vlees op de historische geraamtes van hun cursussen. Een interessante auteur als Harry Sidebottom is gespecialiseerd in Romeinse geschiedenis vanaf de 3de eeuw. In een nawoord van een van zijn romans beklemtoont hij dat hij alle mogelijke archeologische en tekstbronnen heeft aangeboord die hij maar kent. Maar hij relativeert dat en denkt dat het zeer goed mogelijk is dat een uit de dood verrezen Romein zich bij zijn boeken zou afvragen: “Over welk raar land en welke maatschappij heeft die vent het?”

Bij de bestseller van conferencier Bart Van Loo over de Bourgondiërs denk ik hetzelfde. Goed, maar met iets te veel ironie beschreven, en een brij van feitjes en namen waarbij een mens volledig de draad verliest en men door de vele bomen geen bos meer ziet. Uitzonderlijke dingen, zoals bijvoorbeeld uitgebreide en prestigieuze maaltijden, worden als dagelijkse kost beschreven. Karel de Stoute zou bij lectuur waarschijnlijk denken dat het een boek is over Lodewijk XIV. Historici baseren zich immers op schriftelijke of audiovisuele bronnen, maar die zijn altijd met een bepaalde bedoeling opgesteld, en de winnaars in een situatie of in een conflict trekken het bronnenmateriaal naar zich toe. De verliezers zwijgen dikwijls of moeten zwijgen. Historici weten dat, maar trappen toch graag in die val en trekken graag besluiten uit een papieren werkelijkheid.

Een persoonlijk voorbeeld: de bevorderingsdossiers van producers en journalisten bij de openbare omroep tussen 1950 en 1995. Op basis van deze documenten gingen VRT-bevorderingen uitsluitend naar de meest ervaren mensen, naar de hardste werkers, naar de leidersfiguren. Ik daag eenieder uit in een van die bevorderingsdossiers een referentie te vinden naar politieke koehandel in de raad van bestuur, naar vriendjespolitiek, naar gunsten voor reetlikkers, naar diensten die sommigen via camera en microfoon verleenden aan partijtijgers. Historici van 2070 kunnen met die documenten alleen maar de hemel op de VRT-aarde beschrijven, terwijl iedereen vandaag weet dat incompetentie en partijkruiperigheid de norm waren voor een bevordering.

Confederalisme negeren

Een van de clichés in het incestwereldje van historici en mediabazen is deze dooddoener: “Wie het verleden negeert, is gedoemd het te herhalen.” Dat wordt meestal gebruikt tegen slachtoffers van allochtoon racisme die uit moedeloosheid al eens ‘oprotten’ brullen tegen Turken en Marokkanen, waarna de media prompt de deportatietreinen van onder het stof halen. Nochtans is negeren voor de media en de traditionele politieke partijen een must wanneer het dit land betreft.

De (Zuidelijke) Nederlanden bestaan bijna 600 jaar. Bewust wordt genegeerd dat er 365 jaar lang grotendeels peis en vree tussen de diverse gewesten bestond omdat het land geen unitaire, maar een half confederale, half federale staat was. De N-VA-top zou een moord doen om naar het huidige Vlaanderen de bevoegdheden te slepen die vroeger vanzelfsprekend uitsluitend aan de graafschappen Vlaanderen, Henegouwen, Namen en de hertogdommen Brabant en Luxemburg toehoorden. Maar de media en de politici van de traditionele partijen verkiezen liever de ellende te herhalen die de unitaire staat het land nu al 190 jaar toebrengt.

Terug naar de middeleeuwen

In december 2007 publiceerde ik op verzoek van een Leuvense lezer een canon van onze geschiedenis in dit blad, naar Nederlands voorbeeld. De haat aan de Vlaamse universiteiten bij sommige (niet alle) historici tegenover zo’n oefening is sindsdien groter geworden. In de jaren zestig verdween de belangstelling voor de militaire en de zuiver politieke geschiedenis; het verhaal van de grote mannen en vrouwen ging de vuilbak ik. De noodzakelijke correctie met aandacht voor het leven van gewone mensen versplinterde tenslotte in de geschiedenis van politiek correcte onderwerpen als migratie of feminisme.

Het gezamenlijke verhaal van een land en een volk via een canon staat haaks op de keuze voor ‘verdrukte’ groepen. Ook universiteiten zijn modegevoelig en geleidelijk hebben ambitieuze opportunisten het laken naar zich toe getrokken. Amusante hobbyfaculteiten als Politieke en Sociale, of Letteren en Wijsbegeerte, worden op zijn middeleeuws bestuurd. Docenten gedragen zich als leenheren of leenvrouwen, en ambitieuze medewerkers kunnen maar een trapje op de ladder stijgen als ze zich als hondstrouwe vazallen gedragen en hetzelfde discours houden. Verdienste heeft zeer weinig met academische bevorderingen te maken bij de pretstudies.