Meer dan twintig jaar na de terugkeer van het Britse kroondomein Hong Kong naar China lopen de spanningen met Peking hoog op. De belofte van het behoud van een apart statuut voor Hong Kong met een zekere autonomie en een reeks vrijheden wordt door de communistische regering steeds meer met de voeten getreden. Met als gevolg maandenlang straatprotest.

Het communistische regime in Peking wordt zenuwachtig. Men lijkt de onrust in de autonome stadsregio Hong Kong niet onder controle te krijgen. Na de regering heeft nu ook de bevelhebber van de Chinese troepen in Hong Kong een waarschuwing laten horen: de rust moet terugkeren, de manifestaties tegen Peking moeten stoppen. Tegelijk werd een propagandavideo verspreid waarin te zien is hoe Chinese soldaten oefenen om burgerprotesten de kop in te drukken. Men is de vele betogingen in de voormalige Britse kroonkolonie tegen de aantasting van de autonomie in Hong Kong beu.

2019 lijkt net als 1989 een sleuteljaar te zijn. Gaat het communistische China, net als dertig jaar geleden op het Tiananmenplein, het protest in de kiem smoren en de basis leggen voor een versterkt autoritair regime? Over de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede wordt in China niet meer gesproken. Het is in de nevelen van de geschiedenis verdwenen. De kans is klein dat zoiets zal gebeuren na een bloedige tussenkomst in Hong Kong. Er is meer internationale aandacht en er zijn de sociale media.

Het sluitstuk van het staatskapitalisme

Peking kan echter niet doen alsof er in de voormalige Britse kroonkolonie niets aan de hand is. Voor de Chinese leider Xi Jinping zou dat een blamage zijn. China zit momenteel ook op een scharnierpunt. Het autoritaire model met een kapitalistische economie ondersteund met staatsgeld, het total-capitalism zoals men het in het Engels noemt, is verankerd in China. Het is een wereldbeeld, een maatschappijmodel, dat Peking via de nieuwe zijderoute en handelsrelaties richting het Westen probeert op te leggen. Dat moet dan het sluitstuk worden van het staatskapitalisme van Xi Jinping, die zich meer en meer als een nieuwe keizer of een nieuwe Mao gedraagt.

Daarin is geen enkele plaats voor contestatie. Vandaar de protesten in Hong Kong, die nu al bijna twee maanden duren. De lokale bestuurder van de voormalige Britse kolonie, Carrie Lam, is een trouwe uitvoerder van de politiek van Xi. Zo ligt een wet klaar die bepaalt dat verdachten uit Hong Kong aan China kunnen worden uitgeleverd. Maar dat is in strijd met het akkoord dat Peking en Groot-Brittannië in 1984 hebben gesloten en dat de terugkeer (in 1997) van Hong Kong naar China voorbereidde.

Sinds 2012 worden maatregelen genomen om de Chinese greep op Hong Kong te versterken. Een partij die voor totale autonomie pleitte, werd verboden. De media staan onder steeds grotere controle. Critici van het communisme worden gevangengezet. In 2017 verdween de dissidente zakenman Xiao Jianhua. Iedereen wees met een beschuldigende vinger naar Peking. Sindsdien nemen de anti-Chinese manifestaties toe. Het hoogtepunt was 16 juni jongstleden, toen 2 miljoen van de 7,4 miljoen inwoners van Hong Kong op straat kwamen. De eis is duidelijk: het door Deng Xiapong erkende principe van “één land, twee systemen” moet behouden blijven. Lange tijd vormde dat geen probleem. Tot onder president Xi Jinping.

Door het steeds stringentere en dictatoriale regime in het oude China groeit daar echter ook de onrust. En de communistische partij vreest dat de liberale ideeën van de bewoners van Hong Kong de rest van het land zullen besmetten. De vroegere Britse kroonkolonie was vaak een soort van drukkingsmiddel op de communisten. Toen in de jaren zeventig, in volle Culturele Revolutie, de lijken aanspoelden in Hong Kong, werd dit aan de grote klok gehangen. De positieve verhalen over Mao en de adoratie bij westerse linkse intellectuelen voor de Culturele Revolutie klonken plots zeer ongeloofwaardig.

Een andere economie

Dat Hong Kong het nu opneemt tegen het Chinese moederland heeft ook te maken met economische verschillen. Het oude China is nog altijd een industrieel land, waarbij diensten en binnenlandse consumptie weliswaar aan belang winnen, maar nog altijd ondergeschikt zijn aan de exportmachine. Controle op internet wordt er niet direct als een bedreiging gezien. Anders is het met Hong Kong, waar een jonge en hoogopgeleide bevolking vooral werkt in de diensteneconomie met een hoge toegevoegde waarde. Daar wordt Peking gezien als een imperialistisch regime. Ondertussen begint een klok te tikken. In 2047 verdwijnt de autonomie van Hong Kong volledig. Nog bijna dertig jaar, maar het is nu al een reden van bezorgdheid.

Lange tijd kon Hong Kong door zijn economisch overwicht druk zetten op communistisch China. In 1997 was de stad goed voor 16 procent van het Chinese bbp. Ondertussen is dat gedaald tot 3 procent van het bbp. Aan de andere kant blijft Hong Kong echter cruciaal voor de financiering van de Chinese economie. 60 procent van de buitenlandse investeringen in China passeren eerst via Hong Kong. De voormalige kroonkolonie trok in 2018 voor 156 miljard dollar kapitaal aan. Meer dan Shanghai en Shenzhen samen (143 miljard).

Dat is wellicht de reden waarom Peking voorlopig aarzelt om hard op te treden tegen Hong Kong. Ook de handelsspanningen met de VS spelen in de kaart van Hong Kong. Het relatief autonome gebied kan in periodes van protectionisme gemakkelijker dan de rest van China als een soort van sas of toevoerlijn van goederen en kapitaal fungeren.

AV