Het orakel van ‘de Guimardstraat’ is uit zijn zomerslaap ontwaakt en heeft gesproken, zij het zonder veel vuur. Lieven Boeve, grote baas van het katholiek onderwijs – of wat daarvoor moet doorgaan -, stelt op enkele dagen voor het nieuwe schooljaar plotseling vast dat er een tekort aan leerkrachten is. “Werk aan de winkel voor de nieuwe Vlaamse minister van Onderwijs”, zegt hij bloedernstig. En hij voegt eraan toe: “Want dit tekort brengt de kwaliteit van het onderwijs in het gedrang.” Om even bij stil te staan…

Groot tekort

De ivoren torenbewoner zegt van veel scholen te vernemen dat er zich nauwelijks een spontane sollicitatie aandient. Hij beweert niet te schrikken van dit fenomeen en spreekt over een ‘structureel tekort’, nl. de krapte op de arbeidsmarkt. En als secundaire redenen noemt hij het feit dat mensen met onderwijsdiploma’s ook in andere sectoren populair zijn, dat er een hele generatie leerkrachten met pensioen gaat en dat er steeds meer leerlingen bijkomen. Gemakkelijkheidshalve wijst hij daarbij naar de (nieuwe) Vlaamse regering, waarvan hij hoopt dat ze maatregelen neemt en – vooral – met veel geld over de brug komt. Het tekort aan leraren moet hoog op de agenda van de nieuwe Vlaamse Regering staan”, zo orakelt hij. En dan herhaalt hij de oude mantra van de voorbije twee decennia: “De leerkrachten moeten beter ondersteund worden, de planlast moet naar beneden, jonge collega’s moeten gecoacht worden, mensen van buiten het onderwijzen moeten ook kunnen aangeworven worden.” Er is nooit echt iets van gekomen. Het bleef bij analyses en een woordenvloed, en hooguit wat morrelen in de marge met veel geld van de Vlaamse overheid. Maar dé fundamentele vraag stelde en stelt hij zich nooit: “Hoe hebben we het zelf zo kunnen verknallen dat er geen jonge mensen meer komen en als ze er al zijn, dat ze snel weer weg willen?” Hij zou het misschien eens aan die jonge mensen zelf kunnen vragen… De antwoorden zouden ontnuchterend zijn. Maar daar kijkt de grote goeroe liever van weg. Want dan komt hij zelf in beeld. En heel zijn politiek-correcte hervormerskliek.

Het is “foutu”!

Dezer dagen voeren begrippen en toestanden als diversiteit, minder Nederlands, maatschappelijke problemen, opdringerige nieuwe religies, de dwang van veeleisende ouders en machteloze leerkrachten de teneur op zeer veel scholen. En ook ‘dialoogscholen’, hoofddoeken, gelijke kansen, multiculturaliteit en dat soort dingen. Algemeenheden, wat basiskennis van dit en dat kwamen in de plaats van vakkennis en inhouden, testen wat men kan of niet kan, leren studeren en materie verwerken. Vergelijkende medianen en klasgemiddelden mogen niet meer berekend worden, want stigmatiserend voor de zwakkere leerlingen. Schoolrapporten veranderden in kleurbladen met smiley’s en omschrijvingen dat het wel goed is, maar dat het hier en daar nog wat beter zou moeten als de geachte leerling het zou believen. Een dikke buis of een scherpe terechtwijzing is des duivels en een cijfer mag al lang niet meer in het rood neergeschreven worden. De problemen worden machteloos toegedekt of zelfs moedwillig onder de mat geveegd. Of verschoven naar volgende schooljaren. Het kan dan ook niet verbazen dat uiteindelijk ook aan de universiteiten de slaagkansen afnemen en het evaluatiesysteem moest aangepast worden.

Op een behoorlijk aantal scholen is het gewoon niet meer te harden en veel scholen hebben gecapituleerd voor de maatschappelijke druk en de dwangmatige vernieuwingsdrang, die als vanzelf een nivellering naar beneden hebben teweeggebracht. Komt daarbij dat het leerkrachten verboden werd streng, maar weliswaar rechtvaardig, op te treden en verplicht werden zich bij elke maatregel te moeten verantwoorden, vaak ook schriftelijk – als bewijsmateriaal! – en het wordt meteen duidelijk waarom jonge mensen deze kamikazeopdracht niet meer aandurven. Niemand heeft de moed om als machteloze pispaal aan een lange carrière te beginnen. Niemand wil permanent onder druk staan van betweterige onderwijs’deskundigen’ en veeleisende ouders die willen dat de leerkracht álles oplost. Niemand wil aan een bij voorbaat verloren strijd beginnen. En zij die er toch aan begonnen, ervaren al snel dat dit niet vol te houden is en zorgen voor een grote uitstroom naast al die ‘ouderen’ die voor geen geld een dag langer dan nodig willen blijven en nog maar één objectief hebben: hun pensioen. Voor hen is het allemaal al lang ‘foutu’…

Als het maar leuk is

Dáár zitten de pijnpunten, en niet in een zogenaamd structureel probleem inzake arbeidsmarkt en betere banen en verloningen elders. Het onderwijs is kapot hervormd door een leger pedante wijsneuzen die nauwelijks of zelfs nooit zelf in een klas hebben gestaan. Daarnaast is er een hele generatie politiek correcte sociologen, pedagogen en ook politici geweest die vond dat tradities en beproefde oude onderwijssystemen op de schop moesten en dat kinderen alles op school in de eerste plaats leuk moeten vinden en hun eigen ongenuanceerde zeg over alles en nog wat moesten kunnen doen. Orde, tucht, zelfdiscipline en werksfeer verdwenen en de leerkrachten moesten voortaan alles met twee woorden vragen aan de leerlingen om iets uit te voeren. Meer nog: kinderen zouden zelf wel kunnen bepalen wat ze wilden leren en of ze wel zin hadden in huiswerken maken en toetsen voorbereiden. Het werd een zootje, geleid door leerkrachten in vrijetijdskleding en vaak in de hoedanigheid van veredelde jeugdbewegingsleid(st)er, in het beste geval. En die uiteindelijk toch nog probeerden zichzelf te motiveren om er het beste van te maken.

Stop het wegkijken!

Lieven Boeve zou dus best even peilen – op de werkvloer zelf – naar de werkelijke oorzaken en de hand in eigen boezem steken. Als onderwijs weer echt onderwijs wordt zonder politiek correct gedaas, de leerkrachten hun job echt weer kunnen uitoefenen op basis van beroepskennis en kennisoverdracht, weer opnieuw hun verhaal kunnen brengen vanuit een professionele gezagspositie, leerlingen weer objectief, maar duidelijk mogen evalueren en gerespecteerd worden door de ouders en de onderwijsbazen, dan zal de omslag wel weer plaatsvinden die jongeren weer naar het onderwijs leidt om er les te geven, leerstof over te dragen en het maatschappelijk respect te krijgen dat ze verdienen. Dan en alleen dan zal het beroep weer aantrekkelijk worden. Als Boeve en de zijnen hieraan niets doen, zal het probleem alleen maar blijven groeien en zullen de vacatures niet ingevuld blijven.

De leerkrachten die er nog zijn, zijn alvast vragende partij om het roer om te gooien. Wil Boeve echt nog meer averij oplopen en het eens zo kwalitatieve onderwijs – erkend door de internationale gemeenschap – van tot einde van de jaren negentig definitief naar de dieperik laten wegzinken? Zou hij echt niet beseffen wat er werkelijk aan de hand is, of wil hij het bewust niet zien uit ijdelheid, betweterigheid of gewoon koppigheid om toch maar niet het met het failliet van zijn eigen hersenspinsels geconfronteerd te worden? Eerlijk: wij vrezen voor dat laatste. En bijgevolg dus ook dat alles helaas bij het oude zal blijven.