Met de commotie rond Pukkelpop is het een beetje aan de aandacht ontsnapt, maar zondag 18 augustus was het precies 50 jaar geleden dat het legendarische muziekfestival van Woodstock plaatsvond. Op het eerste gezicht was “love and peace” toen de centrale boodschap, maar het gebeuren had ook een zeer politieke ondertoon: het protest tegen de oorlog in Vietnam verenigde de aanwezige hippies en was een centraal thema in de muziek van de artiesten die er optraden. 

Rock, pop en andere varianten van moderne populaire muziek hebben sindsdien steeds een sterke band gehad met tegencultuur en maatschappijkritiek. Niet alle rock is links, maar er is vrijwel geen rechtse strekking die een tegenwicht biedt aan de vele uitgesproken progressieve gedachten die erin gepromoot worden. Kenmerkend voor het muziekwereldje: geen enkele bekende artiest wilde of durfde optreden bij de inauguratie van Trump.

Anuna uitgejouwd

De politieke agenda van muziekfestivals is zelden uitgesproken (hoewel er uitzonderingen bestaan, zoals destijds de 0110-concerten tegen het Vlaams Blok), maar impliciete ideologische boodschappen zijn wel altijd herkenbaar aanwezig. Pacifisme, antikapitalisme, antifascisme, multiculturalisme en ecologisme wisselden elkaar af als dominante thema’s in de festivalcultuur. ‘Duurzaamheid’ is de meest recente rage, inclusief batterijen opgeladen met zonne-energie, herbruikbare drinkbekers en zelfs kartonnen tenten (die eigenlijk helemaal níét milieuvriendelijk zijn, maar het is het gebaar dat telt, zullen we maar denken).

Voor de organisatoren van Pukkelpop was het dan ook de normaalste zaak van de wereld dat Anuna De Wever het podium zou beklimmen om haar radicale meningen over de klimaatproblematiek te verkondigen. Wat Jeremy Corbyn, de extreemlinkse leider van Labour, voordeed op het festival van Glastonbury in 2017, zou ook geen enkel probleem mogen zijn voor de jonge klimaatamazone.

Dat viel lelijk tegen. Tot grote verrassing van de organisatoren werd De Wever door een groot deel van het festivalpubliek uitgejouwd. Ook de persjongens en -meisjes wisten niet goed hoe ze het incident moesten uitleggen. Wat gebeurde was niet in overeenstemming te brengen met het algemene beeld van een klimaatactivistische jeugd dat ze maandenlang hadden opgehangen.

De verkiezingen hadden nochtans al duidelijk gemaakt dat de vanzelfsprekendheid waarmee de media het klimaatalarmisme tot een algemene bekommernis van het volk hadden uitgeroepen, zeer voorbarig was. Vorige maand bleek uit een vertrouwelijke nota van de VRT dat zelfs de openbare omroep stilaan tot dat besef gekomen was. Ook een groot deel van de jeugd ergert zich blijkbaar aan het fanatisme van Anuna en consorten. Als journalisten niet in een ideologische ivoren toren zouden leven, zouden zij dat al veel eerder hebben geweten.

Vloeken in de kerk

Bij De Morgen probeerde men niettemin de eigen illusies in stand te houden en het fluitconcert uit te leggen als een gecoördineerde actie van enkele rechtse clubjes. Het klopt dat kanalen in de omgeving van het Vlaams Belang en Schild en Vrienden leeuwenvlaggen hadden verdeeld, maar dan had je nog steeds gretige handen nodig om die aan te nemen en openlijk te dragen. En hoe dan ook, er was nauwelijks een verband tussen de leeuwenvlaggen en de zeer brede afkeuring van Anuna De Wever.

De vlaggen zelf waren nog de grootste verrassing voor de organisatoren. Vlaamse strijdvlaggen op een festival van moderne, kosmopolitische muziek? Dat hoort niet! De organisatoren namen de dwaze beslissing om de vlaggen in beslag te nemen, met als voorwendsel enkele vijandigheden tussen jongeren die dergelijke Vlaamse vlaggen zouden meegedragen hebben en de entourage van Anuna De Wever.

Er mag vermoed worden dat dit incident nooit heeft plaatsgevonden of op zijn minst zeer sterk is opgeschroefd. Bovendien was de beslissing tot het leeuwenvlaggenverbod reeds enkele uren eerder genomen. Kaoutar Oulichki, voorzitster van de Jong Socialisten had zich toen op Twitter geërgerd over de Vlaamse symbolen: “Ik ben vijf minuten op Pukkelpop en heb al vier #collaboratievlaggen gezien. Is dit waar Pukkelpop voor staat?” Chokri Mahassine antwoordde prompt. “Nee Kaoutar. We nemen dit ter harte en zijn ermee bezig!” Het was dus niet het Anuna-incident, maar het identitaire karakter van die Vlaamse vlaggen dat als onverenigbaar werd aangevoeld met de filosofie van het muziekfestival.

Van concert naar cantus

Misschien zal er ook enige verbazing aan de andere kant bestaan. De oudere generaties van de Vlaamse Beweging kunnen verrast zijn door identitaire jongeren die in groten getale en herkenbaar aanwezig zijn op een modern muziekfestival. Er is op dat vlak een belangrijke evolutie aan de gang, waarvan degenen die gehecht zijn aan Vlaamse cultuur en eigenheid toch nota zullen moeten nemen.

Uit eigen ervaring weet ik dat die evolutie al begon toen ik jong was. Ik was in de jaren zeventig al overtuigd Vlaams-nationalist, maar tegelijk een kind van mijn tijd: de muziek van Genesis, Yes en King Crimson hield mij toen evenveel bezig als politiek. Ik speelde bas in een amateuristische rockgroep. Zelf voelde ik geen tegenstrijdigheid aan tussen die bezigheden en mijn politieke opvattingen, maar ik merkte wel dat ik bij mijn tijdgenoten in de beweging weinig gesprekspartners over mijn muzikale interesses vond. De betreurde Reinhard Staveaux, wiens voorliefde voor de muziek van Frank Zappa ik deelde, was een van de weinige uitzonderingen.

De jeugd van vandaag gaat complexlozer om met de paradox van consumptie van globale cultuur die wordt gecombineerd met lokale identitaire opvattingen. Ze kunnen vandaag op Pukkelpop meezingen met Black Box Revelation en dansen op de muziek van de Van Jets, en morgen op een cantus een repertoire van Vlaamse liederen afwerken.

Rode pil

Ik beschouw mijzelf als een conservatieve Vlaams-nationalist en behoor ook tot degenen die zich zorgen maken over het oprukken van de culturele globalisering, in het bijzonder de verengelsing van de samenleving. Maar het stemt hoopvol dat jongeren in staat zijn om op een vrijblijvende manier om te gaan met het cultureel kosmopolitisme van de amusementscultuur en daar geen enkele belemmering in vinden om zich te identificeren als Vlaams-nationalist, meer zelfs, om zich te ontwikkelen als verdedigers van de Vlaamse taal en cultuur.

Trouwens, af en toe kan die blootstelling voordelig werken. In de Vlaamse Beweging overheerst al jaren pessimisme over het voorbestaan, en wanhoop over het gebrek aan opvolging. En plots duiken die Vlaamse vlaggen op in handen en op plaatsen waar men ze niet verwacht had. Het is een sterke identitaire reflex bij de hedendaagse jeugd die hen naar die vlaggen doet grijpen. En die reflex is voor een deel verklaarbaar door culturele invloeden die vanuit het buitenland komen, zoals duidelijkst merkbaar in het fenomeen van alt-rechts.

In hogergenoemd artikel van De Morgen over Pukkelpop wordt beschuldigend verwezen naar het bedrijfje “Redpill” dat identitaire politieke gadgets maakt. “Redpill” is eigenlijk een verwijzing naar de populaire film The Matrix en als begrip heel populair in kringen van alt-rechts: wie die ‘rode pil’ neemt, ziet plots hoe de echte wereld in elkaar zit. Voor zelfbewuste jongeren zijn begrippen uit een globalistische cultuur best bruikbaar voor verzet ertegen.