Na lang beraad werd dan toch beslist het leger tegen de gangsterbendes in de Kaapse Vlakte in te zetten. En niet alleen het grote aantal moorden is er een realiteit. De statistieken liegen er niet om.

Volgens Seguridad y Justicia, de Mexicaanse Burgerraad voor Openbare Veiligheid en Strafrecht, is Latijns-Amerika zonder concurrentie het gevaarlijkste continent. Immers, de tien gevaarlijkste steden in de wereld situeren zich daar: in 2018 waren dat er 5 in Mexico, 3 in Venezuela en 2 in Brazilië. Maar ook Zuid-Afrika doet zijn duit in het zakje. Van de 50 gevaarlijkste steden staat Kaapstad op plaats 11 (2.868 moorden in 2018 op een bevolking van 4,3 miljoen), Nelson Mandelabaai (Port Elisabeth) neemt nummer 45 in (478 moorden op 1,2 miljoen), en Durban nummer 47 (1.562 moorden op 4,1 miljoen). Blijkbaar hebben die drie steden – steeds in verhouding tot hun bevolkingsaantal – Johannesburg, dat decennialang als de ‘moordhoofdstad’ van Zuid-Afrika werd beschouwd, ingehaald.

Kaapstad: de emmer loopt over

De nieuwe premier van de West-Kaap, Alan Winde, wond er geen doekjes om: volgens hem heeft de politie de strijd tegen de misdaad in de provincie verloren. Van begin november 2018 tot eind april dit jaar alleen al werden 1.875 moorden geregistreerd. Winde legt duidelijk de schuld bij de politie. Zo zou er in de provincie een tekort aan 548 speurders zijn, wat inhoudt dat één inspecteur tot 200 dossiers en meer gelijktijdig moet behandelen. Bovendien heeft ongeveer de helft van de speurders niet de nodige opleiding gehad, terwijl de hulpbronnen eveneens niet voldoen. En nog steeds volgens Winde zou de helft van het personeel niet eens over een vuurwapen beschikken. Het is dan wel grappig te vernemen dat over het ganse land in de laatste 6 financiële jaren de politie 4357 vuurwapens en 9,5 miljoenen patronen is kwijtgeraakt. Er wordt met een beschuldigende vinger naar de centrale regering gewezen, maar net zoals voor de ‘plaasmoorde’ lijkt die weinig belangstelling voor het probleem te hebben. Nochtans is ingrijpen dringend nodig. Volgens Andrew Whitfield, woordvoerder voor de Democratische Alliantie (DA), de partij die de West-Kaap bestuurt, is het aantal inwoners per politiefunctionaris in de provincie in het afgelopen jaar gestegen van 385 naar 509. Toen men in juli 2018 echter aan Bheki Cele, minister van Politie, vroeg om het leger in te zetten om de gangsterbendes de pas af te snijden, was het antwoord duidelijk neen. Het argument was dat soldaten daartoe niet opgeleid zijn. Nog op 6 mei ll. betwijfelde Cele dat de misdaad in de provincie in stijgende lijn ging.

Het verwondert dan niet dat sommigen laten doorschemeren dat de ANC-regering moedwillig de boel in de West-Kaap laat verzieken omdat de DA daar aan het bewind is. Meer nog, dat Pretoria zich al jaren niets lijkt aan te trekken van de misdaadexplosie in Zuid-Afrika’s moederstad wordt zelfs toegeschreven aan het feit dat het maar om kleurlingwijken gaat. Een bewering die niet helemaal klopt, vermits ook overwegend door zwarten bewoonde ‘townships’ als Khayelitsha slachtoffer zijn.

Inzet van het leger

Uiteindelijk verklaarde minister Cele op 11 juli dan toch dat zo’n 1.320 soldaten in een elftal woongebieden in het kader van “Operatie Prosper” ontplooid gingen worden, met als bedoeling tijdens een vastgestelde termijn van twee maanden de politie bij te staan. Het inzetten van het leger is echter niet zonder slag of stoot gegaan, vermits eerst moest worden vastgelegd onder welke voorwaarden de militairen konden worden ingezet, en het kostenplaatje (minstens 23 miljoen rand, of 1,4 miljoen euro) moest eerst worden opgemaakt.

Men kan zich natuurlijk de vraag stellen of dit korte optreden veel zal uithalen. Reeds in de jaren 2000 en 2012 waren er in de Kaapse Vlakte soortgelijke operaties, waarbij de bendes hun activiteiten tijdelijk op een laag pitje zetten, of naar woonzones uitweken waar geen troepen aanwezig waren. Na afloop van het legermandaat keerden de bendes gewoon terug. En zoals men in “Die Burger” schreef, liggen vooral sociaal-economische oorzaken aan de basis van het probleem. Sinds decennia is er in de provincie een ongecontroleerde instroom van zwarten uit voornamelijk de Oost-Kaap, wat de werkloosheid onder de kleurlingen almaar verhoogde. Daar hebben ook boeren uit de West-Kaap voor een deel schuld aan. Het gevolg was een toename van de armoede, gezinsverbrokkeling en de opmars van drugs. Nog gezwegen over de identiteitscrisis onder de kleurlingen. Van dat alles hebben de bendes gebruik gemaakt; ze verstevigden hun greep op de informele economie.

Het leger in de problemen?

Men kan zich afvragen of het leger dergelijke problemen de baas zal kunnen blijven. Althans volgens minister van Defensie Mapisa-Nqakula en haar stafchef, generaal Shoke, gaat het met de strijdmacht van kwaad naar erger, door de vermindering van het toegestane budget. Zo gaf men toe dat om onwettige inwijking uit het buitenland tegen te gaan men zeker 22 compagnieën nodig heeft, terwijl er slechts 15 beschikbaar zijn. En wat de inzet van de troepen op de Kaapse Vlakte betrof, moest men toegeven dat die soldaten na het ter plekke komen nog een week in barakken hadden verbleven, bij gebrek aan voorbereiding. De Weermag stond er in de tijd van het blanke bewind beter voor.