Persona non grata

Mevrouw de Vlamingenpestster,

Gij zijt een van de weinige federale ministers uit de restregering Michel die nog overgebleven zijt. Als minister van Begroting-met-belabberde-vooruitzichten hebt gij uw partij-‘vrienden’ Reynders en Michel zien vertrekken naar lucratieve posten in Europa waarvoor zij niet eens dienden verkozen te worden. Zo gaat dat op de hoogste echelons: men wordt voorgedragen en aangesteld door de politieke elite die op dat moment aan de macht is. Het volk heeft daar niets mee te maken. Ja, we leven in een schijndemocratie. En als er al verkiezingen zijn, dan wordt daar meestal geen rekening mee gehouden.

Ook België is zo’n schijndemocratie, want in dit land regeert een minderheidsregering die nog slechts 38 van de 150 Kamerleden vertegenwoordigt en die het niet nodig vindt om bij zo’n benoemingen – die van Reynders bijvoorbeeld – even de mening van het parlement te vragen. Het is hier vaak erger dan in Westminster in het Verenigd Koninkrijk.

En ja, zo circuleert dezer dagen uw naam om Charles Michel als premier op te volgen als die binnenkort de deuren van de Wetstraat achter zich dichttrekt om zich als de ongekroonde en vooral onverkozen ‘president’ van Europa op alle internationale fora te laten gelden. Omdat echter het Belgische premierschap vooralsnog in handen van de MR is, moet dat zo blijven, vindt men. En bovendien zoudt gij nog de enige MR-excellentie zijn die ook redelijk Nederlands spreekt. Ducarme, Marghem, Bellot en Bacquelaine braken nu en dan enkele zinnen in min of meer verstaanbaar Nederlands uit, omdat het moet. Een conversatie voeren in die taal is voor hen evenwel onmogelijk. Zij doen er ook geen enkele inspanning voor. Het interesseert hen als ‘bons Belges’ zelfs niet.

Maar uw kennis van het Nederlands betekent helemaal niet dat gij een welwillende houding tegenover de Vlamingen aanneemt. Integendeel. Van 2007 en tot uw ministerschap in 2015 waart gij schepen in Sint-Genesius-Rode, een Vlaamse faciliteitengemeente die de Franstaligen als een te veroveren wingewest aanzien. Gij onderscheidde u daar als een rabiate verdedigster van de Franstalige belangen. In die periode – van 2012 tot 2014 – waart gij overigens ook provincieraadslid voor de eenheidslijst Union des Francophones in… Vlaams-Brabant.

Geertrui Windels – de echtgenote van oud-EU-president, voormalig Belgisch premier, minister en Kamervoorzitter (en nog veel andere ambten en mandaten) Herman Van Rompuy – was ook schepen in Sint-Genesius-Rode voor de Vlaamse eenheidslijst sinds 2012. In 2017 gooide ze de handdoek in de ring omdat ze in al die tijd het pestgedrag van de Franstalige schepenen kotsbeu was geworden. Van bij het begin van haar mandaat werd zij onophoudelijk gepest en gechanteerd door hen. Zo werd het budget voor de schamele bevoegdheden die ze had (Nederlandstalige cultuur, bibliotheek, milieu- en afvalbeleid) systematisch verminderd, ondanks de subsidies die zij bij de Vlaamse overheid wist te bekomen. Ook haar jaarbudget voor milieu werd plotsklaps verminderd van 30.000 naar 6.000 euro. Windels werd op alle mogelijke manieren tegengewerkt en haar bevoegdheden werden meteen uitgehold wanneer zij succes boekte. Ook ambtenaren werd het verboden om met haar samen te werken en haar dossiers ontving ze pas de avond voor de zitting van het schepencollege. Met lede ogen en lood in de schoenen zag ze dat de Nederlandstalige cultuurraad niet langer werd erkend als adviesorgaan, waardoor de subsidies werden stopgezet. Tegelijk werd er door toedoen van uw Franstalige kompanen wel 15.000 euro gevonden voor een campagne waarin de inwoners werden opgeroepen zich als Franstalige te laten registreren. Om maar enkele zaken en toestanden te noemen uit die tijd.

En weet gij nog wat zij bij haar afscheid van de politiek zei? Ik fris uw geheugen even op voor het geval gij een en ander zoudt ‘vergeten’ zijn: gij waart in die periode (van 2012 tot 2015 dus) de ergste pestster van allemaal. En na u duurde dat gewoon verder door…

Aldus werdt gij “een van de symbolen van het meest agressieve francofone imperialisme in de Vlaamse Rand rond Brussel”, zoals Vlaams Belang-Kamerlid Barbara Pas u onlangs omschreef. Voor haar “mag het dan ook duidelijk zijn dat zulk een figuur totaal ongeschikt en onaanvaardbaar is voor de Vlamingen als eerste minister van dit land”. Ik ben zo vrij haar standpunt hierin te volgen. Met haar hoop ik dan ook dat CD&V en Open Vld prompt hun veto tegen u zullen stellen. Dit moeten de Vlamingen echt niet pikken. De tijd van gedweeheid en buigen voor de Franstalige arrogantie is voorbij. 43 procent Vlaams-nationale stemmen moeten tot nadenken stemmen. En bij CD&V denkt men best ook even terug aan de verjaagde Geertrui Windels.