Er is geen peiling voor nodig. Op het partijhoofdkwartier het Madouplein is men er gerust in:  het Vlaams Belang zit als uitgesproken oppositiepartij in een comfortabele positie en kan in 2024 oogsten. Daar zijn vier redenen voor.

1. N-VA in een federale PS-regering: vijf jaar hakken in de Kamer

Stapt de N-VA in een federale Bourgondische coalitie met de PS? Momenteel lijkt dit science fiction. De PS is tegen confederalisme. De N-VA is voor. De PS is voor open grenzen. De N-VA is tegen. De PS is voor een linkse belastingregering. De N-VA wil de schuchtere hervormingen van de regering-Michel I niet terugdraaien. Kortom, de twee partijen in een coalitie samenbrengen is de kwadratuur van de cirkel. Toch is er een kans dat Franstalige socialisten en Vlaams-nationalisten samenwerken. De informateurs Didier Reynders (MR) en Johan Vande Lanotte (sp.a) hebben daarvoor een speciale truc bovengehaald. In plaats van eerst te kijken welke partijen een coalitie kunnen vormen, worden de magere convergenties (rond arbeidsmarkt, pensioenen, begroting) gezocht. Als die er zijn, kan er aan een regering worden gewerkt. Daarnaast is het zo dat een aantal N-VA’ers wat graag overal aan de knoppen zitten. En dus voor de postjes kiezen. Het risico bestaat ook dat de N-VA zich met het vooruitzicht op een staatshervorming met een kluitje in een riet laat sturen. Net als de Volksunie (toen wel een veel kleinere partij) in 1988. Die partij trad toe tot een roomsrode regering met een staatshervorming die onderwijs splitste. Maar de zogenaamde “derde fase” met de rechtstreeks verkiezing van de deelstaatparlementen liet op zich wachten. In 1991 trok de Volksunie na een ruzie rond wapenexportlicenties de stekker uit de regering. Wat er op verkiezingsdag 24 november gebeurde, is bekend.

Riskeert de N-VA hetzelfde te overkomen? Een regeerakkoord met de gehate PS zal leiden tot wekelijkse aanvallen van de sterke Vlaams Belang-fractie in de Kamer. Het “gematrakkeer” van Van Grieken en consorten zal veel N-VA-kiezers richting Vlaams Belang lokken.

2. N-VA federaal in de oppositie: Vlaams Belang is zuiverder op de graat

Een Vlaams-nationalistisch blok van N-VA en Vlaams Belang in de Kamer tegen een paarsgroene regering is voor de partij van Bart De Wever veel comfortabeler. Samen kunnen ze chargeren tegen een regering die geen Vlaamse meerderheid heeft. En er samen voordeel uit halen bij de volgende verkiezingen? Misschien wel, maar het Vlaams Belang heeft een streepje voor. De partij van Tom Van Grieken heeft geen bestuurservaring en kan dus niet aangesproken worden op een gebrekkig beleid vroeger. N-VA wel. Hoe geloofwaardig zal een N-VA-fractieleider Peter De Roover klinken indien het begrotingstekort verder uitdiept? Zelf heeft de N-VA niet voor gezonde publieke financiën gezorgd. En wat als Theo Francken zich druk maakt over een laks migratiebeleid? Zijn palmares is ook niet al te indrukwekkend. De N-VA zal in het parlement snel met eigen gebreken worden geconfronteerd.

3. De traditionele partijen verschrompelen

Als de N-VA over vijf jaar een verdere afkalving wil vermijden, moet ze proberen elders stemmen terug te winnen. Want van de kiezers bij de vorige stembusslag lopen er altijd weg. Bij het Vlaams Belang zal dat ook zo zijn – de kiezer is volatieler dan ooit -, maar toch minder. Bepalend zal de verschrompeling van de traditionele partijen zijn. Voor CD&V en sp.a is er weinig toekomst. De 10 procent-grens komt in zicht. Hun electoraat sterft uit. Voor N-VA en zeker Vlaams Belang is dat minder het geval. Het Vlaams Belang spreekt zelfs meer en meer jongeren aan (zie punt 4). Het afkalven van christendemocraten en socialisten is voor beide Vlaams-nationale partijen een bonus. Open Vld kan als liberale stadspartij van de strekking Bart Somers en Gwendolyn Rutten beter stand houden. Dat bobo-clubje is voor het Vlaams Belang een gemakkelijkere schietschijf van voor N-VA. Ondanks de meningsverschillen rond integratie en Belgische versus Vlaamse identiteit zijn er op sociaaleconomisch vlak veel raakpunten tussen N-VA en Open Vld.

4. Vlaams Belang heeft de jeugd mee

Een van de opvallendste beelden van de verkiezingscampagne in mei was het bezoek van Tom Van Grieken en Dries Van Langenhove aan een studentencafé in Gent. 20 of 30 jaar geleden zouden de enige aanwezige jongeren NSV’ers en een paar verdwaalde KVHV’ers geweest zijn. Maar nu was een zeer breed publiek te zien. En de jonge kerels en meisjes wilden allemaal graag een selfie met de Vlaams Belang-politici. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat de populariteit van het Vlaams Belang bij jongeren nog toeneemt. N-VA lijkt die nieuwe generatie gemist te hebben. Het zijn jongeren die anders dan de oudere generatie wel gewoon zijn dat er in de klas medeleerlingen met een kleurtje zitten. Maar ze hebben het gehad met de slachtofferrol waarin de nieuwkomers zich wentelen. Net zoals met de arrogantie van allochtonen die de clangeest uitbuiten en versterken. De vrees voor het ontstaan van parallelle samenlevingen – die er eigenlijk al zijn – is groot bij jongeren.

De top van het Vlaams Belang heeft ook door via welke sociale media men de kiezers en de jongeren moet benaderen. Nu denken andere partijen eraan om meer via Facebook te werven. Maar eind juni dacht Tom Van Grieken in een interview met het financieel-economisch weekblad Trends al een stap verder: “Dit waren de laatste Facebook-verkiezingen.” Lees: wie de jonge kiezers van 2024 (dat zullen de Vlamingen geboren tot eind mei 2006 zijn)  wil aanspreken, zal andere kanalen moeten gebruiken. Wedden dat ze daar op het Madouplein al aan denken?