Pieter Timmermans, topman van de werkgeversorganisatie Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), pleitte vorige week voor een doorstartregering als PS en N-VA niet willen samenwerken. Een regering met een beperkt programma, maar wel met een meerderheid in de Kamer. Te gek voor woorden.

Blijkbaar werd Timmermans nog maar eens door de belgicistische nestoren in zijn strategisch comité het veld in gestuurd. Maar wie er de komende jaren echt toe doet in het Vlaamse bedrijfsleven luistert allang niet meer naar het VBO.

VBO-topman Pieter Timmermans deed de oproep al in juni en herhaalde die eind augustus: als grootste partijen aan beide kanten van de taalgrens moeten N-VA en PS samen een regering vormen. Als dit niet lukt, moeten ze dat zo snel mogelijk laten weten. Dan is Plan B de volgende piste. Dat plan zou al over een maand – eind september, begin oktober – in werking moeten worden gesteld. Concreet? Een zogenaamde doorstartregering, waarbij de ontslagnemende ploeg van CD&V, MR en Open Vld wordt aangevuld met andere partijen die een beperkt programma doorvoeren. Vraag is meteen welke partijen daartoe bereid zullen zijn en wat in zo’n programma moet staan.

Belgisch niveau

Vlaams Parlementslid Axel Ronse (N-VA) stuurde daarover een interessante tweet rond: “Ik denk niet dat er een ondernemer in Vlaanderen zit te hopen op een snel akkoord met partijen die pleiten voor extra vermogensbelasting, de rem zetten op hervormingen inzake de arbeidsmarkt en niets willen weten van besparingen.”

Over de inhoud is bij het VBO duidelijk niet nagedacht. Het lijkt erop dat een regering voor de VBO-topman enkel nodig is om aan te tonen dat het Belgisch niveau, cruciaal voor het voortbestaan van het Verbond van Belgische ondernemingen, nog werkt.

Indien dat niet het geval is dan kunnen de Vlaamse tegenhanger Voka plus de Vlaamse sectorfederaties de taken van het VBO overnemen. Het angstzweet breekt al uit bij een aantal belgicistische bedrijfsleiders. Niet dat die zwaar wegen, maar ze maken wel veel kabaal in de media. De tijd dat de ‘haute finance’ druk kon zetten op de Wetstraat zoals onder Lippens, Frère en Davignon is sinds de financiële crisis van 2008-2009 definitief voorbij.

Nu zijn het nog een aantal oude knarren uit het strategisch comité van het VBO die aan Timmermans zullen gevraagd hebben om de oproep te doen. We gaan ze niet allemaal opnoemen, maar ze zijn de fossielen van het Belgische bedrijfsleven. Michèle Sioen, Thomas Leysen (Umicore), Philippe Vlerick (UCO), Jean-François Gribomont (Utexbel), Max Jadot (BNP Paribas Fortis).

Vakbonden

Het is in het strategische comité zoeken naar bedrijfsleiders uit de zo succesvolle Vlaamse biotech. Of naar de toplui van de nieuwe economie, de Vlaamse jonge bollebozen die bedrijven als Showpad, Combell of Collibra leiden. Eigenlijk moeten we de vraag stellen of iemand van de nieuwe generatie bedrijfsleiders die vandaag en morgen de groei in nieuwe sectoren ondersteunen nog wel naar het VBO luistert. Het antwoord is neen.

De bijdrage van deze werkgeversorganisatie tot het economisch welzijn is stilaan nihil geworden. En werkt zelfs contraproductief als we weten dat het VBO zoete broodjes bakt met de al even belgicistische vakbonden. Een een-tweetje rond brugpensioen dat niet te snel mag worden afgebouwd, is daar een goed voorbeeld van. Voor grote bedrijven blijft het een interessante manier om oudere werknemers af te danken. Voor de vakbonden zijn bruggepensioneerden – eigenlijk werkloosheid met bedrijfstoeslag, zoals het nu heet – een bonus, want meer werklozen betekent ook meer vergoedingen voor het uitbetalen van uitkeringen.

Toeschouwers

Het VBO gaat al een hele tijd in verschillende dossiers en debatten de mist in. Het debat van de regeringscrisis is niet anders. Het klopt dat de Brexit, de handelsoorlog en een mogelijke recessie grote uitdagingen zijn. Maar er is geen Belgisch niveau of Belgische regering nodig om dat aan te pakken. De Brexit is een zaak van de Europese Unie en binnen België van Vlaanderen als exportmotor. In de handelsoorlog tussen de VS en China zijn we toeschouwers. En wat een mogelijke recessie betreft: de oorzaak ligt bij de slabakkende Duitse auto-industrie. Ook daaraan kan een federale regering in de Wetstraat weinig doen.