Koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel, dat is een avontuurlijke mythe. Die mythe verheldert veel over de opvoeding, de rol en het handelen van de Britse elite. Om de Brexit te begrijpen, moet je weten wie koning Arthur was en hoe hij, zeker in de negentiende eeuw, de opa werd van de gentleman, de Boy Scout, de ridderlijkheid, de fair play en meer van het moois dat oer-Brits genoemd mag worden. Het gehannes met de Brexit is arthuriaans, meent Brittenkenner David Vergauwen.

Een boekenkamer, van bodem tot zoldering, in een Brugse straat met een middeleeuwse klank: Lange Vesting. In het midden staat een bureau dat de tijd zal trotseren. Daar schrijft David Vergauwen lezingen uit, essays en boeken. Zijn grote project vandaag is een biografie over de Brugse componist van de negentiende eeuw, Joseph Ryelandt. In de lente van 2020 zal het in de boekhandels liggen.

Vanwaar uw liefde voor koning Arthur?

David Vergauwen: Ik heb een lange en diepe relatie met het Verenigd Koninkrijk en leid daar regelmatig gezelschappen met een culturele inslag rond. Van kindsbeen trok ik met mijn ouders naar Dover en verder. Ik ben anglofiel en bestudeer graag thema’s die verband houden met de Britten. (lacht) Mijn vrouw is niet voor niets lerares Engels. Mijn tweede voornaam is Arthur en die verwijst naar de aloude koning en naar mijn grootvader die zo heette. Voor de cultuurvereniging Amarant exploreer ik Devonshire en Cornwall, en uiteraard kan je dan niet omheen Tintagel in het noorden van Cornwall, de plek waar koning Arthur, volgens de legende, werd geboren. De geschiedenis van Engeland passioneert mij, voornamelijk de cultuur, de schilderkunst, met bijvoorbeeld William Hogarth, de late victoriaanse tijd en dichterbij de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog en de Britse deelname aan die oorlogen. Koning Arthur vind je tot vandaag in de letterkunde, in de volkse ballades, de schilderkunst, de film, de overgeleverde normen en waarden van het Engelse volk. Arthur was een Gouden Tijdperk, onder meer om de Keltische beschaving waarin hij zou geleefd hebben.

U doctoreerde op iets Brits, de vrijmetselarij.

Ja, ik bestudeerde al heel vaak de vrijmetselarij en onder meer haar muzikale verbindingen in België. De vrijmetselarij is zeer Brits van oorsprong en traditie. Later is er in Frankrijk en in België een atheïstische, antikerkelijke variant ontstaan, die afwijkt van de oorspronkelijke broederschap, zelfopvoeding en verdraagzaamheid in de Britse logewerkplaatsen. De Gentenaar en logebroeder van het Groot-Oosten, de schrijver en vrijmetselaar Julius Sabbe, medestichter van de loge La Flandre, die nog steeds bestaat, en via een omweg een uiting is van een Engels verschijnsel. U weet ongetwijfeld dat de verwevenheid tussen Brugge, langs de middeleeuwse handel, en in de negentiende eeuw als ballingsoord voor katholieke Engelsen, denk aan het Engels Klooster en Guido Gezelle en de Engelse diaspora, zeer groot is.

U verwijst, voor het begrijpen van de Britse bovenlaag, naar koning Arthur en koningin Victoria.

De legende van Koning Arthur is in de victoriaanse periode gerecupereerd. Ook vroeger gebeurde dat al om politieke en maatschappelijke redenen, om er een fors nationaal elan aan te geven. De gentleman en de “chivalry”, de ridderlijkheid van de bovenlaag, beleefden toen een apotheose. Door de aansporing tot navolging van die beginselen werd de middenklasse aangemoedigd om op te klimmen tot de elite. (lacht) James Bond en zijn pure “Britishness” kan je zien als een uitloper in die volksverheffing door de victorianen. Evenmin is het toeval dat uit de Britse traditie van moed, ridderlijkheid, opoffering en het beheersen van de wereld de Boy Scouts van Baden Powell zijn ontstaan. De Britse luitenant-generaal wilde met de erecode van Arthurtraditie de jeugd van Groot-Brittannië opvoeden tot moderne ridders van de Ronde Tafel. Je kan er ook de elitesport van het bergklimmen aan toevoegen. Volgens de victoriaanse code was dat een eminent voorbeeld van een “manly pursuit”, een bezigheid voor ware mannen.

Het Verenigd Koninkrijk is minder een democratie en eerder een aristocratie met een rangschikking van de burgers volgens traditionele waarden en normen, toch?

Engeland is tot vandaag erg piramidaal ingesteld met een brede basis, veel tussenlagen en een zelfingenomen, soms hovaardige en geïsoleerde top. Het Verenigd Koninkrijk heeft geen Franse Revolutie gekend met haar sociale pletwals en leuzen van broederschap, gelijkheid en vrijheid. De hogere Britse klasse heeft het daar tot vandaag moeilijk mee. Op het Europese continent vormen wij een meer informele en gelijke samenleving. De Britse aristocratie neemt zichzelf zeer ernstig, en dat zie je ook aan de manier waarop zij, vaak met de steun van stichtingen en de overheid, haar kastelen en domeinen verzorgt. Bezoek het kasteel van onze prinsen de Ligne in Beloeil en vergelijk dat nadien met hoe de Britse adel zijn buitenhuizen en parken levendiger, bewuster en trotser beheert en opent voor het publiek.

De “public schools”, die allesbehalve openbaar zijn, wel elitair, passen in dat plaatje?

Het enige voorbeeld dat ik min of meer zie in Vlaanderen van dat schooltype is de abdijschool van Zevenkerken waar de docenten, vroeger allemaal benedictijnen, bij hun scholieren, kinderen van de elite, die op kostschool waren, woonden. Die traditie bestaat onverminderd voort in Eton, Harrow, Gordonstoun en Charterhouse, om slechts de bekendste ‘public schools’ te noemen. De leiders van de Conservatieve Partij en heel wat Brexiteers delen hun achtergrond van elitescholieren uit die opvoedingstraditie. De ‘public school’ is een pedagogische kweektuin waar de Britse soort wordt vereeuwigd.

U illustreert de Engelse mentaliteit onder meer door twee Zuidpoolexpedities te vergelijken.

De Brit Robert Scott ziet in 1912 de Noorse vlag wapperen op de Zuidpool en weet dat hij nipt de race verliest van de Noor Roald Amundsen. Scott was cadet bij de Royal Navy geweest. Hij vertrok zonder een goede voorbereiding, maar volgepropt met de durf, de sportiviteit, de heldenmentaliteit en het onbesuisde van de typische Engelsman. Scott sterft tijdens zijn expeditie, en zijn teamgenoten, mannen van dezelfde oer-Britse snit, eveneens. Roald Amundsen plande zijn tocht naar de Zuidpool nuchter, en wetenschappelijk, en hij keerde heelhuids terug. De manier van Scott vind ik door en door Engels, die van Amundsen door en door realistisch en Noors.

Over de Titanic doen vergelijkbare verhalen de ronde…

De Titanic zonk op zijn maidentrip in 1912 en had 2342 passagiers aan boord. Er waren slechts 651 overlevenden, terwijl de capaciteit van de reddingsboten 1.150 personen bedroeg. Tussen de botsing van de Titanic met een ijsberg en zijn ondergang verliepen er twee uur. Als je de verhalen leest van de overlevenden, dan zie je de ene na de andere Britse situatie. Het orkest bleef spelen, de heren lurkten onverstoord aan hun sigaren. De vrouwen en de kinderen mochten eerst weg, zoals de regels gelden, en het verslag is bekend van een militair die eerst zijn vrouw en kind helpt en daarop terugkeert op het zinkende schip. In de derde klasse waren weinig overlevenden, de gelukkigen waren hoofdzakelijk vrouwen en kinderen van de eerste en de tweede klasse. Aan boord was weinig paniek. De grootste paniekzaaiers, werd trots en venijnig opgemerkt in de ooggetuigenverslagen, waren buitenlanders en dan voornamelijk de Italianen. De helft van de reddingsboten was zwaar beschadigd voor zij te water lagen. De beroepsbemanning moest opzij van de gentlemen, want zij wisten wat er moest gebeuren en wilden de leiding nemen, met als gevolg honderden doden, wat niet hoefde. Ook daar weer die mentaliteit van het bevlogen amateurisme.

Robert Scott, de Titanic, Boris Johnson en zijn Brexit, marcheren die allemaal in dezelfde richting?

Boris Johnson is verstandig, van het soort ruiterijgeneraal. “I want things to be done.” En als het parlement daarvoor moet opzij geduwd worden? So what! Hij is een oud-leerling van Eton en een oud-student van Oxford en was met David Cameron, de voorganger van Theresa May, en de man van de volksraadpleging over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie, lid van de Bullingdon Club aan de universiteit. De club heeft geen officiële status in Oxford, maar is een berucht mannenbastion omwille van haar luidruchtige, vernielzuchtige kuren. Cameron, Johnson en Jacob Rees-Mogg, die regelmatig opduikt als rivaal van Johnson, delen hun mentaliteit, achtergrond en aanleg tot zelfvernietiging. (lacht) Om dat soort politici te kennen, moet je kijken naar “Yes, Minister” en “Yes, Prime Minister”, satirische BBC-reeksen van de jaren tachtig. Het geliefhebber en broddelwerk van de Britse politici vloeiden als lava van het scherm. Wat we nu zien in Londen omwille van de Brexit is satire die wedijvert met het schermspektakel van een kwart eeuw geleden.

De Britten waren wereldburgers en wereldheersers. Bereikten ze dat met weinig gezanten en expats in hun koloniën?

Het mooiste voorbeeld is India. Aan China zijn de Britten niet begonnen, want dat was te groot. De Britten koloniseerden Afrika en Azië op een redelijk eenvoudige wijze. Zij haalden de kop weg van de bestaande machtsstructuren en plaatsten er hun mannen, de rest van de structuur lieten zij onaangeroerd en zo konden zij met een minimale inzet aan mensen een subcontinent beheersen. Bij de Britse onderkoningen, dus gezanten van de Britse vorst, zaten wel wat amateurs en onbekwamen. Ook daar gold de “chivalry” en de arthuriaanse erecode. Veel Indiërs verwierven ondertussen de smaak voor Engelse mosterd, marmelade, kaas en rosbief. De India-acte van 1919 bevestigde dat de uitoefening van de macht in de handen bleef van de 11 Engelse gouverneurs van de 11 Indiase provincies, de Engelse onderkoning, en de Secretary of State for India in Londen. In de nasleep van ’14-’18 was het aanwerven van de koloniale ambtenaren van de Indian Civil Service bijna stilgevallen. De staatssecretaris voor India riep daarop idealistische jonge Engelsen op om te dienen in India en zo de triomf van de Engelse beschavingszending, van het leidende ras, te voleindigen.

De Britten waren eveneens amateurs in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Het landleger was zwak, en de luchtmacht was een farce. De politici, buiten Churchill, lieten Herr Hitler betijen…

De zogenaamde “appeasers”, die door dik en dun voor de vrede opkwamen en de gevaren van de Duitse herbewapening niet kenden of niet wilden kennen, hebben inderdaad de Britse militaire macht na de Eerste Wereldoorlog laten verpieteren. Winston Churchill was de onpopulaire roepende in de woestijn die de nationaalsocialisten begreep. Lord Chamberlain, de eerste minister van die dagen, liet zich in München in de luren leggen door Adolf Hitler. Met zijn Engelse opvoeding om de fair play en een akkoord hoog te achten, botste hij met de gewetenloosheid van de nazileiders.

Wat met Schotland dat uit de Britse unie wil?

Ik was in 2014 bij de herdenking van de Slag van Bannockburn van 700 jaar geleden, toen de Schotse onafhankelijkheid gegrondvest werd. In 2014 hoorde je dat de Schotten in meerderheid voor de unie met Engeland kozen. In 2016 kozen weinig kiesdistricten in Schotland voor de Brexit, de meerderheid van de Schotten wil bij de Europese Unie blijven. Het Brexitverhaal wekt wrevel omdat de voorstellen van Nicola Sturgeon in Westminster onbeantwoord blijven. Het draagvlak in Schotland om te breken met de Britten en bescherming te zoeken in de Europese Unie groeit hand over hand.

 


Wie is wie?

David Vergauwen is doctor in de geschiedenis (2014) van de VUB met de thesis “Ou peut-on être mieux? Muziek en muzikanten in de negentiende-eeuwse Brusselse vrijmetselarij”. Hij studeerde pedagogie, psychologie, geschiedenis en kunstwetenschappen aan de UGent. Aan de Universiteit Antwerpen en de AP Hogeschool Conservatorium is hij wetenschappelijk medewerker. Zijn onderzoek richt zich op de geschiedenis van de vrijmetselarij, de sociologie van de beeldende kunsten en de historische muzieksociologie, en meer algemeen de cultuurgeschiedenis van België.

David Vergauwen is een actieve schrijver. Enkele van de vele titels uit zijn omvangrijke cv zijn: “Over de schreef. Middeleeuwse priesters voor de rechter”, “The Belgian Wagner Society and its Link with Freemasonry”, “Freemason and Philantropist: the Case of Edouard Jonniaux”, “Het Rexisme en het muziekleven in België, 1936-1944”, en er is veel meer.


Joseph Ryelandt

In 2020 viert Brugge met een festival een van zijn bekendste componisten: Joseph Ryelandt, een romanticus in het fin de siècle van het negentiende-eeuwse Brugge. De periode van het boek “Bruges-la-Morte” van Georges Rodenbach met zijn aantrekkingskracht voor het groot-burgerlijke toerisme van Britten en Fransen. De toonkunstenaar was bevriend met Guido Gezelle en zette gedichten van de poëtische priester, onder meer bekend om zijn inzet voor de katholieke Engelse inwijkelingen in de reienstad, op muziek. David Vergauwen schrijft vandaag intensief aan het levensverhaal van Joseph Ryelandt. In maart en april 2020 organiseert Brugge een stadsfestival met 9 concerten, een tentoonstelling, rondleidingen en voordrachten over die interessante man. In een vroegere kerk van de Engelsen in Brugge, in de Ezelstraat, huist vandaag de Ryelandtzaal, compleet met orgel.