Net zoals Peking plannen heeft voor Hong Kong, staat ook de kwestie Taiwan op de agenda. Misschien wat minder acuut, maar even gevaarlijk. Er zijn verschillende manieren om de strategische realiteit in kaart te brengen. En wellicht daarom is het plausibel dat China voor de piste van geleidelijke druk gaat, eerder dan een grootschalig conflict aan te gaan.

Op zich bestaat er weinig ruimte voor discussie over de plannen die Peking op termijn voor Hong Kong heeft. Op papier is dat aparte statuut sowieso een eindig verhaal, maar zo te zien willen de Chinezen de klok wat sneller zien tikken. Complexer dan de finaliteit is de vraag welke instrumenten en maatregelen ze de komende maanden en jaren uit hun hoed zullen toveren. Feit is wel dat ongeacht de ruwheid waarmee ze zullen optreden, de kans op een militaire escalatie vrij klein is, al was het maar omdat de stad militair niets in stelling kan brengen. Anders ligt dat in Taiwan, een gevoelig punt in het Chinese expansieverhaal, wat onterecht naar het achterplan is verdreven door de aandacht die Hong Kong opeist.

Taiwanese identiteit

“We hebben de uitgesproken wil en capaciteit om elke vorm van Taiwanese onafhankelijkheid de kop in te drukken; nooit zullen we aanvaarden dat iemand op een of andere manier het kleinste stukje Chinees grondgebied afsplitst.” Dat zei de Chinese leider Xi op het 19de partijcongres vorig jaar. En laat ons eerlijk zijn: zijn woorden hebben alvast het voordeel van de duidelijkheid. Nieuw is dat standpunt niet, het is een steeds terugkerend nummertje. Maar wel een dat aanslaat. Voor net dit onderwerp oogstte hij tijdens zijn drie uur durende redevoering het meeste applaus.

Daartegenover staat de realiteit in Taiwan, waar het gros van de bevolking het enigszins anders ziet. Uit een onderzoek, uitgevoerd in juni vorig jaar, blijkt dat de groep die zich als ‘Taiwanees’ bestempelt bijna aan de kaap van 60 procent zit. De groep die zich uitsluitend ‘Chinees’ noemt is goed voor 3,5 procent, waarbij de groep van besluiteloze Taiwanezen – een kleine 40 procent – het liefst beide predicaten combineert. Conclusie van het onderzoek: de voorbije twintig jaar tekende zich een verscherping van de Taiwanese identiteit af.

Volledig in lijn met die trend, merkt men dat zich een politieke radicalisering afgetekend heeft. Aanleiding is de zogenaamde “1992 consensus”, die stelt dat beiden tot één China behoren, zij het dat ze daar eigen interpretaties aan geven. Een Taiwanese weigering die consensus te onderschrijven, leidde tot Chinese represailles. Het bemoeilijken van de communicatie, het beperken van het aantal toeristen dat Taiwan mag aandoen, militaire operaties die moeten intimideren, dat zijn de beproefde represailles van Peking.

Chinese D-day

Over de militaire optie is de voorbije jaren heel wat studiewerk verricht. Want als China het wil, dan is Taiwan toch een vogel voor de kat? Op papier lijkt dat te kloppen. Hoewel… Er zijn meerdere manieren om de strategische realiteit te bekijken. Het meest gangbare is twee kolommen naast mekaar plaatsen en invullen met al het wapentuig dat de twee kampen in stelling kunnen brengen. Deze oefening mondt al snel tot een David versus Goliath. Een kansloos Taiwan zeg maar, en daar zal een recente levering van F-16’s fundamenteel niet veel aan veranderen (de vorige verkoop dateert al van 1992). Maar er zijn andere onderzoeken. Want de Taiwanese David is strijdlustig en heeft een solide militaire infrastructuur uitgebouwd. Taiwan is beslist niet van plan zich zomaar naar de slachtbank te laten leiden. Een invasie zou door weersomstandigheden slechts op twee momenten in het jaar kunnen plaatsvinden. Taiwan heeft slechts dertien stranden die zich daartoe lenen (overigens allemaal sterk verdedigd). Bovendien zou Taiwan tussen dertig en zestig dagen op voorhand kunnen observeren of de Chinese D-day in de maak is, respijt die voor de mobilisatie van de 2,5 miljoen reservisten kan gebruikt worden. We gaan er wat snel door, maar er zijn elementen die zo’n operatie niet eenvoudig zullen maken. Ook Peking is hiervan op de hoogte. En dan moeten we het nog over de Amerikaanse factor hebben.

Amerikaanse belofte

Zullen de VS Taiwan daadwerkelijk helpen bij een Chinese aanvalsoperatie? Wettelijk zijn ze daartoe verplicht, maar dat is een theoretisch uitgangspunt. Het engagement dateert uit 1979, toen de VS een wereldmacht waren en de Chinese Volksrepubliek niet veel meer dan een ontwikkelingsland dat nog moest ontwaken. Vandaag ziet het plaatje er grondig anders uit. Er zijn de voorbij jaren tal van simulaties van een mogelijk militair treffen rond Taiwan uitgevoerd, zowel door militairen als onafhankelijke analisten. In zowat elk scenario trekken de Amerikanen aan het kortste eind. Punt is wel dat president Trump een meer uitgesproken pro-Taiwanese houding aanneemt dan zijn voorganger. Na zijn verkiezing kwam de eerste felicitatie net uit die hoek; het was een symbolisch gebaar dat ijdele Donald zich graag liet gevallen. Ook wapentuig wordt makkelijker verkocht, al is de vraag of dat niet eerder een manier is om de Volksrepubliek te jennen. Maar ongeacht hoe groot (en gemeend) zijn sympathie voor Taiwan ook mag zijn, er zijn strategische realiteiten waartegen niemand op kan.

Destabilisering

De meest plausibele scenario’s draaien niet rond een grootschalig Chinees offensief. Eerder denkt men aan een aantal ingrepen om de Taiwanese samenleving onder druk te zetten en mogelijk zelfs helemaal te ontwrichten. Een cyberaanval ligt in de lijn van de verwachtingen. Of het saboteren van de onderzeese kabels zonder welke geen internet mogelijk is op het voormalige Formosa. Het verstoren van de maritieme activiteiten zou ook een van de ingrepen kunnen worden, wat het risico op een escalatie dan weer verhoogt. Dé vraag is natuurlijk: zullen de VS in een dergelijk destabiliseringsscenario hun verantwoordelijkheid opnemen, en hoe?