Philippe Muyters (N-VA) was gedurende tien jaar Vlaams minister van Sport. Hij was vooral een technocraat, met een kabinet van technici met een zwakke Vlaamse reflex. In het recente N-VA-magazine staat als zijn grootste verdienste als minister van Sport: “Hij haalde het WK wielrennen naar Vlaanderen.” Dat is pijnlijk. Hij investeerde vooral veel geld in topsport, maar van een N-VA-minister mocht men toch vooral verwachten dat hij de decreten zou doen naleven.

Sport is een volledige gemeenschapsbevoegdheid. Er bestaat dus geen Belgische sport, hooguit sport in België. Er werd echter niets ondernomen tegen de federale regering, die geen sportbevoegdheid heeft, maar aan voetbalmiljonairs asociale geldelijke voordelen toekent (slechts 33 procent belastinggeld of 60 miljoen euro belastingvoordeel, sociale bijdrage aan een minimumloon of 70 miljoen euro en een pensioenregeling waarop slechts 16 procent belasting wordt geheven), een duister vergoedingssysteem voor voetbalmakelaars toelaat en mensenhandel in de sport (kopen en verkopen van mensen) laat begaan.

Voor de start van de Tour in Brussel werd op de begroting van premier Michel 1,5 miljoen euro ingeschreven. De unitaire Lotto verdeelt nog jaarlijks miljoenen onder sportclubs en blijft hierdoor het sportbeleid van de Gemeenschappen doorkruisen. Er werd niets ondernomen om deze gelden naar de bevoegde minister van de Gemeenschappen (Cultuur, Jeugd en Sport) door te storten. In 2011 stelde Theo Francken terecht dat Lotto geen 750.000 euro kon geven aan Standard Luik voor een jeugdopleidingscentrum, maar het gebeurde wel. Op het N-VA-congres in 2014, waar de regeringsdeelname werd goedgekeurd, antwoordde Ben Weyts op een vraag van een partijlid dat een splitsing van de Lotto met gewone wet kon en zou worden geregeld. Minister van Financiën Van Overtveldt werd voogdijminister van Lotto, maar er gebeurde niets.

Splitsing van de sportbonden

In het nieuwe regeerakkoord van de Vlaamse regering staat bij het sportbeleid (p. 179-184) veel bladvulling, maar weer niets over de essentie van onze sportstructuren, zoals de aanpassing van de voetbalbond en het BOIC aan het decreet van 2 maart 1977, dat de splitsing van de unitaire sportbonden eist voor erkenning en subsidiëring. Minister Sauwens nam deze splitsing in 2004 wel op in zijn sportbeleidsverklaring, maar kon zijn werk niet afmaken. Minister Anciaux realiseerde een minisplitsing van de voetbalbond, maar het beleid bleef wel bij de unitaire structuur. Voetbal Vlaanderen (VV) kwam er voor de Vlaamse amateurclubs. De KBVB (de unitaire voetbalbond) liet dit toe omdat op die wijze veel Vlaams geld kwam voor de jeugdwerking van alle Vlaamse clubs.

Minister Muyters kon geen splitsing van het professioneel niet-erkende voetbal afdwingen, maar gaf wel aan clubs van de niet-erkende voetbalbond 10 miljoen euro voor infrastructuur. Hij gaf ook topsportmiddelen aan de niet-erkende voetbalbond voor de nationale jeugdploegen dames en heren tot en met de U19, en hij laat verder toe dat de Vlaamse leden van het Uitvoerend Comité van de KBVB niet worden aangeduid door het erkende VV, maar door de KBVB. Alsof de federale regering de Vlaamse gemeenschapssenatoren zou aanduiden. En nog steeds bepaalt het niet-erkende BOIC mee het Vlaamse topsportbeleid.

Unitair offensief

De unitaristen hebben al jaren de sport ingezet in een offensief om met Belgische symbolen bij internationale sportcompetities aan belgicistische recuperatie te doen. In die competities zijn nochtans tachtig procent van de atleten Vlamingen, die met Vlaams geld gesteund worden. Voor het vele Vlaamse topsportgeld (meer dan 25 miljoen euro) eiste Vlaanderen niet dat het internationaal herkenbaar is. Dat stond nog wel in de eerste sportbeleidsverklaring van Muyters, maar in zijn beleidsverklaring van 2017 was het verdwenen. Daarentegen pronkte de sportminister tijdens de topsportstage van het BOIC in Lanzarote met de tricolore BOIC-kledij.

Hij weigerde ook om Vlaamse vlaggen te laten hangen aan de aankomst van de gesubsidieerde Ronde van Vlaanderen. Dit onder het voorwendsel dat het niet mocht van de Internationale Wielerunie, waarbij hij vergat te kijken naar de slotrit van de Tour in Parijs, waar op de Champs Élysées honderden tricolores hangen. Veel N-VA-jongeren die met Vlaamse vlaggen langs het parcours van Vlaanderens mooiste stonden, waren echt kwaad.

Het regeerakkoord

In het huidige regeerakkoord staat: “Wij stemmen ons topsportbeleid af met het BOIC.” Over een onafhankelijk Vlaams topsportbeleid: geen woord. Over het kenbaar en zichtbaar maken van Vlaanderen in de wereld: geen woord. Over de wil van de Vlaamse regering om Lotto te splitsen: geen woord. Over de splitsing van de KBVB en het BOIC: geen woord. Over de belangrijke rol van artsen en andere zorgverstrekkers bij sportpromotie: geen woord. Over een betere verloning van professionele jeugdtrainers: geen woord. Over een aanpak van de gokindustrie, die driemaal groter is dan de sportindustrie: geen woord. Over een aanpak van de maffiapraktijken van makelaars in het betaald voetbal: geen woord.

We gaan ervan uit dat dit ontgoochelend sportbeleid mee geschreven werd door de leden van het voorbije kabinet. Weyts is nu minister van Sport. Hij staat bekend als een Vlaams-nationalist, en dat hopen wij te lezen in zijn uitgebreid sportbeleidsplan. Hiervoor moet hij zich omringen met deskundigen met een stevige Vlaamse reflex, die zich niet blindstaren op enkele Belgische topsportsuccessen, maar zich laten leiden door de zorg voor meer dan anderhalf miljoen Vlaamse sporters. Het is zijn taak om het BOIC en de KBVB te verplichten tot splitsing, op straffe van stopzetting van elke geldelijke en logistieke ondersteuning. Voor een confederalist moet dit vanzelfsprekend zijn.

Hopelijk heeft Ben Weyts, die vooral het veel beter onderbouwde onderwijsbeleid moet uitvoeren, nog de nodige tijd om met een goed sportbeleidsplan eindelijk een Vlaams sportbeleid te voeren. Daarvoor is geen canon nodig.

Penanti