De weerstand tegen het wetsvoorstel tot verdere liberalisering van abortus heeft mij verrast. Sinds abortus in 1990 grotendeels uit de strafwet is gehaald, is er eigenlijk nauwelijks nog een maatschappelijk debat over geweest. In het publieke discours werd de legalisering algemeen gevierd als een triomf van vrouwenrechten op godsdienstige bekrompenheid. Die ideologische inkadering was daarna ongenadig voor wie er anders over dacht.

Toen vorig jaar de abortuswet al een keer werd uitgebreid, was er dan ook nauwelijks weerstand. CD&V en N-VA stapten mee in een compromis en de weerstand van het Vlaams Belang was enkel pro forma. Het moedigde de abortuslobby blijkbaar aan om nog een stapje verder te gaan. In de Kamer ligt nu een wetsvoorstel ter tafel dat de termijn voor abortus wil verlengen van 12 naar 18 weken.

Vlaanderen zegt neen

De zelotische ijver waarmee de voorstanders het wetsvoorstel snel door het parlement willen jagen, heeft voor flink wat irritatie gezorgd bij CD&V en N-VA. En die ergernis begint zowaar om te slaan naar actief verzet. Zonder abortus in principe te veroordelen, liet Theo Francken via Twitter weten dat de verlenging voor hem onaanvaardbaar (“een rode lijn”) is. Valerie Van Peel nam dezelfde houding aan in het Kamerdebat.

Ook de CD&V toonde voor een keer ruggengraat. Els Van Hoof kondigde in de Kamer aan alle parlementaire middelen te zullen uitputten om de goedkeuring te verhinderen. Joachim Coens, binnenkort waarschijnlijk de nieuwe voorzitter van CD&V, wil een “regeringskwestie” maken van de zaak. De veel toegeeflijker mededeling van zijn tegenstander Mahdi werd snel van de webstek van de CD&V-jongeren gehaald.

Het Vlaams Belang, dat zich nog weinig profileert in ethische dossiers, en eigenlijk liefst niet te veel praat over abortus, reageerde ook moedig. Marijke Dillen toonde wiens dochter ze is en haalde, in een filmpje dat de partij op haar Facebookpagina plaatste, scherp uit.

Volgens De Morgen kan het wetsvoorstel rekenen op “een ruime meerderheid, ondanks verzet”. De krant vergist zich. Er is bij de Vlaamse partijen een ruime meerderheid tégen. Die wordt echter meer dan gecompenseerd door een bijna-unanimiteit langs Franstalige kant. Net als in het migratiedossier wordt de Vlaamse meerderheid ongedaan gemaakt door de ‘pensée unique’, de troosteloze staat van het politieke debat in Wallonië. Abortus dient door de Vlaamse partijen dus ook als een communautair dossier behandeld te worden.

De haast om het debat te vermijden

Het waren niet de partijpolitieke reacties (die altijd besmet kunnen zijn door opportunisme) die mij het meest verrasten, maar wat ik buiten die kringen hoorde. Van een vrije tribune van een liberale politica in een linkse krant mag je geen moedige standpunten verwachten over abortus. Dat is nochtans precies wat we kregen van filosofe Alicja Gescinska (bij de laatste Europese verkiezingen kandidaat voor Open Vld) in De Morgen. Zij geeft toe dat sommige van haar progressieve vrienden ook twijfelen over de ethische aspecten van abortus, maar niet durven spreken door de groepsdruk langs linkse kant.

In de haast van de voorstanders om de nieuwe abortuswet door het parlement te jagen, herkent Gescinska een weigerachtigheid om het ethische debat echt te voeren. Ze heeft gelijk. De voorstanders wijzen vooral op het feit dat vrouwen na 12 weken naar Nederland kunnen/moeten gaan om daar een abortus te krijgen. Die praktische overweging gaat helemaal voorbij aan de kern van de zaak (inclusief, uiteraard, de vraag of de Nederlandse wet zelf wel ethisch te verantwoorden is).

Het gebrek aan sterke, inhoudelijk argumenten langs de kant van de voorstanders van verdere liberalisering van abortus is opvallend. Ik hoor in mijn eigen omgeving, zelfs uit de mond van intelligente mensen met een ethische reflex, veel overwegingen die weinig met de zaak te maken hebben.

Ik merk het ook bij professionele woordvoerders van de abortuslobby, die toch zouden mogen geacht worden geschoold te zijn in de beste argumentatietechnieken om hun zaak te behartigen. Zo verklaart Nausikaä Martens, coördinatrice van het abortuscentrum Dilemma aan De Tijd: “Ik kan begrip opbrengen voor mensen die abortus moreel onaanvaardbaar vinden. Maar dan is de oplossing simpel. Wie vindt dat het niet kan, moet het niet doen. Klaar.” Je wordt stil van zoveel domheid, want deze argumentatie is uiteraard geldig voor de depenalisering van alle misdrijven: “Als je vindt dat moord, diefstal of verkrachting niet kunnen, doe het dan niet.”

Een verdwenen breuklijn

Niet alleen Gescinska twijfelt. De toon in een aantal krantenredactionelen was opvallend voorzichtig. Het Laatste Nieuws, een krant met liberale inslag en met doorgaans weinig begrip voor ethisch conservatisme, “vindt het goed dat het parlement niet snel-snel tot een stemming overging. Laat dit debat nog maar een tijdje woeden.” Ze voegde er aan toe: “In kwesties van leven en dood wil je niet de snelste, wel de best mogelijke wetgeving.” Nog opvallender waren de lezersbrieven in die krant, die het wetsvoorstel unaniem veroordeelden.

Deze zwaluwen maken de lente niet, maar het is niet uitgesloten dat in het debat over abortus een keerpunt is bereikt. Ik zie daar twee redenen voor. De eerste is dat de ene ideologische pijler van vrije abortus, het discours over vrouwenrechten, wel nog steeds even sterk is als voorheen, maar dat de tweede, het antiklerikalisme, aan belang aan het afnemen is door de zwakte van de katholieke kerk. Zonder de vrees geassocieerd te worden met het andere kamp, durven ook vrijzinnigen nu al gemakkelijker en genuanceerd over abortus spreken.

Technologie versus abortus

De tweede reden heeft te maken met technologische vooruitgang. De verregaande liberalisering van abortus dankt veel aan de vroegere onzichtbaarheid van de foetus en de onherkenbaarheid van het mensje erin.

Het oude argument van de foetus als een ‘klompje cellen’ duikt nog wel af en toe op, maar het snijdt nog weinig hout bij ouders die, dankzij de vooruitgang in de echografie, al na 6 weken rechtstreekse beelden van hun baby kunnen zien. Het internet en moderne beeldtechnologie leveren hun eigen bijdrage: iedereen kan gemakkelijk een afbeelding van “foetus 15 weken” googelen en zich meteen afvragen of hij de beslissing zou kunnen nemen om te doden wat hij daar ziet. Onwetendheid is geen excuus meer.

Er komt trouwens nog een andere technologische revolutie aan: ectogenese. Het duurt niet lang meer voor de foetus van begin tot einde in een artificiële omgeving zal kunnen groeien. Niet alleen wordt daarmee het argument verpulverd dat abortus moet kunnen tot ‘het begin van de levensvatbaarheid’ (de levensvatbaarheid vat dan immers aan op dag 1), er zal bovendien geen onderscheid meer zijn tussen het geboren en ongeboren leven.

Ik ben het eens met wat de voormalige Belgische diplomaat Mark Geleyn vorige maand schreef: “Ooit zal het tij keren. Een beschaving die zo intens de cultuur van de dood huldigt als nu in het Westen, kan niet blijven voortbestaan. En er zal een tijd komen dat een nieuwe generatie over ons zal oordelen. Dat oordeel zal niet mild zijn.” Misschien is het tij nu aan het keren.

Ik wil de tegenstanders van abortus wel nog een goede raad geven: hou de kwestie gescheiden van euthanasie. Het verhaal van het “voltooid leven” van Gwendolyn Rutten verdient ook een kordate afwijzing, maar voor de rest zijn de gelijkenissen tussen de twee dossiers oppervlakkig. Het ethische vraagstuk in beide is verschillend en ook het draagvlak van tegenstand bij de bevolking overlapt slechts gedeeltelijk. Beschadig de ene zaak niet door ze aan de andere te koppelen.