Vorige week was het 30 jaar geleden dat de Berlijnse muur viel. Ik herinner mij nog dat ik met een vriend de tv-beelden bekeek van de Oost-Duitsers die in grote drommen de grens overstaken en die op 9 november, in een spontane, massale actie, de muur begonnen af te breken. 

Mijn vriend, overigens een zeer intelligent man, was sceptisch: hij was overtuigd dat het communistische regime een sluw spelletje speelde met de Westerse publieke opinie en de orde spoedig op bloedige wijze zou herstellen.

Zwarte zwanen

Er zit blijkbaar iets in onze psyche dat ons moeilijk toelaat om grote omwentelingen voor waar aan te nemen, zelfs wanneer ze zich al voor onze ogen aan het voltrekken zijn. Over dat gegeven schreef Nassim Nicholas Taleb in 2008 het invloedrijke boek “De zwarte zwaan”. Zijn stelling is dat de mensheid er slecht in slaagt om gebeurtenissen met enorm belangrijke impact te voorzien. Als voorbeelden verwijst hij onder andere naar de Eerste Wereldoorlog, de aanslagen van 9/11 en de opkomst van het internet. Het laatste voorbeeld toont aan dat ‘zwarte zwanen’ niet noodzakelijk negatief zijn.

De val van de Berlijnse muur, gevolgd door de val van het Oost-Europese communisme in zijn geheel, was een van die ‘zwarte zwanen’. Niemand, ook niet haviken als Ronald Reagan, die nochtans overtuigd waren van de intrinsieke gebreken van het communistisch systeem, hadden dit zien aankomen.

Van het ene jaar op het andere

Ik vermoed dat ook het einde van België zich onverwacht zal voordoen. Wie had een jaar geleden kunnen voorzien dat we vandaag in een systeemcrisis zouden beland zijn, die zelfs commentatoren in het zuiden van het land de vraag doet stellen of België nog wel zin heeft? Zoals Mathieu Colleyn vorige week in l’Echo schreef: “Als geen enkele consensus mogelijk is, moeten we durven spreken van een regimecrisis. De Franstaligen zullen dan verplicht worden om deel te nemen aan een debat van een totaal andere orde: wat kunnen we, de mensen uit het noorden en het zuiden van het land, nog samen doen?” Tiens, is dat niet wat de Vlaams-nationalisten nog maar enkele jaren geleden eisten?

Een jaar geleden waren de vooruitzichten nochtans allesbehalve goed. De communautaire windstilte was compleet. In de Vlaamse Beweging klaagde men steen en been over het gebrek aan opvolging en verjonging; zelfs de meest overtuigden begonnen zich existentiële vragen te stellen over de toekomst van de Beweging. De N-VA had van een staatshervorming geen voorwaarde gemaakt voor regeringsdeelname en klonk weinig overtuigend in haar vermeende intentie om dat in de toekomst nog ooit te gaan doen.

Andere Vlaamse partijen reageerden geïrriteerd als er zelfs maar gesproken werd over verdere defederalisering. De Vlaamse lethargie was zodanig dat MR en cdH in het najaar al durfden overgaan tot een Belgisch offensief via een openlijke pleidooi voor een heroverheveling van gezondheid, mobiliteit en energie naar het federale niveau.

De kwadratuur van de circel

Een jaar later verkeert de Belgische structuur in een diepere crisis dan tijdens de lange regeringsvorming van 2010-2011. In tegenstelling tot Mathieu Colleyn kaderen Vlaamse commentatoren de onmogelijkheid om zelfs maar de besprekingen over een federale regering aan te vatten liefst niet als een fundamenteel probleem van België, maar als een voorlopige crisis van de politique politicienne, als een speling van het lot dat ons opgezadeld heeft met een generatie onredelijke en onbekwame politici.

“De preformateurs verdienen een schop onder de kont”, tiert Bart Brinckman in De Standaard. Peter Mijlemans van Het Nieuwsblad zoekt de schuldigen in dezelfde richting: “Schaamte staat niet in het woordenboek van de politici, zoveel is ondertussen duidelijk. De rekening van dit schimmenspel zal fors zijn.” Zelfs de meestal nuchtere Jan Segers van Het Laatste Nieuws haalt uit: “Politici die er niet in slagen om een puzzel te vormen met de stukken zoals de kiezer die gelegd heeft, bewijzen stilaan vooral hun eigen onbekwaamheid en ongeschiktheid, meer dan de zogenaamde onbestuurbaarheid van dit lastige land.”

Niemand hoeft mij te overtuigen van de zelfzucht en ongeschiktheid van sommige politici, maar, het spijt mij, in dit geval wordt hen gevraagd om de kwadratuur van de cirkel te maken. Hun opdracht is onmogelijk. De culturele verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië vertalen zich steeds duidelijker – op structurele wijze, en niet op basis van eenmaligheid of toevalligheid – in diepe politieke tegenstellingen. Een compromis daartussen kan enkel nog mits een verraad van de eigen achterban, wat op politieke zelfmoord zou neerkomen.

Belgicisme als desinteresse

Het zijn dus niet de partijen of onwillige politici die voor de patstelling hebben gezorgd. De kiezers hebben dat zelf gedaan, in Vlaanderen door rechtser te kiezen dan ooit voorheen en in Wallonië door linkser te kiezen dan ooit voorheen. En het lijkt er op dat de Vlaamse kiezers ook bereid zijn om de gevolgen van hun keuze ook te aanvaarden. Volgens een opiniepeiling van VTM en Het Laatste Nieuws van vorige week vinden drie derden van de Vlamingen dat “het huidig Belgische model niet meer werkt”. Bijna 50 procent van de Vlamingen schaart zich zelfs achter het idee van”confederalisme” (een begrip dat nochtans slechts recent is gaan deel uitmaken van het politieke discours), tegen 15 procent onverschilligen en 37 procent tegenstanders.

Wat dan met de opiniepeilingen waarmee we steeds om de oren worden geslagen en die zeggen dat een grote meerderheid van de Vlamingen tegen een splitsing van het land is? Wat met die onderzoeken die zeggen dat zelfs de kiezers van N-VA en Vlaams Belang niet bezig zijn met meer Vlaamse autonomie? Ik denk dat die onderzoeken kloppen, maar heel slecht begrepen worden.

Een grote meerderheid van de Vlamingen is bijzonder weinig bezig met het autonomievraagstuk. En dat uit zich, wanneer de opiniepeiler moeilijke vragen begint te stellen of gedurfd klinkende alternatieven als mogelijkheid aanbiedt, in een keuze voor de status quo. Onafhankelijkheid is noodzakelijk een bewuste keuze. De huidige Belgische werkelijkheid is de restkeuze voor degenen die het allemaal maar weinig boeit.

Het klopt dat de overtuigde Vlaamse autonomisten een minderheid vormen, maar het is wel een gemotiveerde minderheid. Wie is nog gemotiveerd belgicist? Als je naar de verkiezingsuitslagen van partijen als de BUB kijkt: niemand. Ook in deze tijden, waarin de kiezer smeekt om alternatieven voor de traditionele partijen en je zelfs met een Partij voor de Dieren al succes kan hebben, is er blijkbaar geen enkele electorale vraag naar een Partij voor de Belgen.

Het belgicisme is eigenlijk het monopolie geworden van artiesten en progressieve intellectuelen wier ideologische afkeer voor identiteit zich uit in de voorliefde van een land zonder identiteit. Bij het volk leeft het niet, tenzij als een vage voorkeur om niets te veranderen dat geen verandering behoeft. Tussen dat soort ongeïnteresseerde behoudsgezindheid en een autonomistische reflex staat slechts één mobiliserend voorval.

Vermolmd

De Vlaamse politici zijn niet de domme knoeiers waarvoor de journalisten hen verslijten en zij begrijpen – met uitzondering van Matthias De Clercq – dat het op de been brengen van een centrumlinkse regering, manifest tegen het signaal van de Vlaamse kiezer in en zonder Vlaamse meerderheid, tot een mobilisatie kan leiden die de ondergang van hun partij en zelfs België kan inleiden.

Ik denk dat de Belgische constructie even vermolmd is als de socialistische staten van het Oostblok dat in de jaren ’80 waren, ook al zagen we het toen niet en zien weinigen het nu. Er zijn gewoonweg veel te sterke dynamieken aan het werk die het bouwwerk ondermijnen, in het bijzonder het cultureel compleet naast elkaar leven van Walen en Vlamingen en de groeiende ideologische verwijdering tussen de twee landsdelen. Ondertussen zijn er nog weinig factoren die in haar voordeel spelen: er is geen Belgisch politiek gevoel meer en de invloed van anti-identitaire, progressieve opiniemakers is tanend. Voor België rest alleen het voordeel van status quo en onverschilligheid.

Er is weinig nodig om daar verandering in te brengen. Een kleine duw kan volstaan om het vermolmde bouwwerk te laten instorten. Het einde van België kan dan ook onverhoeds komen, als een ‘zwarte zwaan’ van Taleb.