In principe zouden de Democraten Trump gemakkelijk moeten kunnen verslaan. Zijn populariteitscijfers blijven lager dan Amerikaanse presidenten normaal genieten tijdens hun ambtstermijn. Trump is er tot nu toe wel in geslaagd om alle aanvallen en hetzes te overleven, maar er zijn ook tekenen dat de Amerikanen de onophoudelijke controverses beu zijn. Ze willen rust in de hoogste politieke regionen.

Het enige wat de Democraten nu moeten doen is een redelijke kandidaat aanleveren die ook de doorsnee Amerikaan kan aanspreken. Dat lijkt echter niet zo gemakkelijk te zijn. De voorverkiezingen hebben zo hun eigen logica en die levert niet noodzakelijk de meest kansrijke kandidaat op.

In een vorige bijdrage had ik reeds gewezen op de obsessieve pogingen van de Democratische kandidaten om elkaar langs links voorbij te steken. Iedereen wil de volmaakte anti-Trump zijn en dat leidt tot stellingnames die ver van het politieke centrum verwijderd zijn, zowel inzake economie en klimaat als betreffende immigratie. Die dynamiek wordt nog versterkt door de radicalisering van links in Amerika en de toenemende invloed van militanten en radicalen op de Democratische partij.

De pragmatici in de partij zien de evolutie met lede ogen aan. Zij vrezen – terecht – dat een té linkse tegenkandidaat Trump alsnog aan een zege kan helpen. Deze week moeide ook Obama zich: hij waarschuwde de Democratische kandidaten voor te extreme posities die de kansen voor Trump ten goede komen. Obama heeft zelf nog geen steun uitgesproken voor een bepaalde kandidaat.

Deze week meldde Deval Patrick, één van zijn vertrouwelingen, zich aan voor de Democratische race. In dit overzicht is hij nog niet opgenomen, omdat hij nog aan geen enkel debat heeft deelgenomen en ook nog niet in de polls voorkomt. Maar mogelijk worden Deval Patrick, Michael Bloomberg en zelfs Hillary Clinton overwogen als kandidaten van het Democratische bestel om de kwakkelende Biden te vervangen en een alternatief te bieden voor het rariteitenkabinet dat nu de race domineert.

Hieronder de top 10 van de huidige kandidaten, in omgekeerde volgorde van winstkans, zoals ingeschat door de Amerikaanse gokkantoren (die, met hun eigen geld op het spel, waarschijnlijk betere voorspellers zijn dan de professionele opiniepeilers).

  1. Beto O’Rourke: de VRT-kandidaat

Beto (zijn echte voornaam is “Robert”, maar hij denkt dat zijn bijnaam beter ligt bij de Hispanics) O’Rourke hoort eigenlijk niet meer in deze lijst, want hij trok zich twee weken geleden terug uit de race. Trouw aan het slechte karakter van dit blad vermeld ik hem toch omdat hij de topfavoriet van de VRT-redactie was.

“Hij maakt indruk” (Ludwig De Wolf), “hij is de rijzende ster van de Democraten” (Jos De Greef) en is “het nieuwe talent bij de Democraten” (Björn Soenens). Soenens was voldoende overtuigd van het potentieel van Beto om een deel van zijn reisbudget van de VRT te gebruiken om in Texas de lancering van diens campagne te verslaan. O’Rourke nam een vliegende start… en stortte onmiddellijk neer, wegens veel te zwak.

O’Rourke is wat de Amerikanen een “leeg kostuum” noemen: veel uiterlijke schijn, maar weinig inhoud. Hij verwierf zijn kortstondige reputatie op grond van zijn fysieke gelijkenis met JFK en de moeilijkheden die hij de rechtse Ted Cruz had bezorgd bij diens herverkiezing als senator van Texas. Wie toen goed had opgelet, wist dat O’Rourke enkel scoorde door de massale toestroom van sponsorgeld, vooral van buiten Texas. Jammer voor de VRT, dat wel.

  1. Kamala Harris: de antiracistische kandidaat

De zwarte Kamala Harris kwam in beeld na haar succesvolle (en onverwachte) aanval op topkandidaat Joe Biden tijdens het eerste Democratische debat. Ze beschuldigde hem, nochtans vicepresident onder Obama, zowaar van racisme. Harris steeg snel in de peilingen, hoewel uitlekte dat ze zelf afstamde van een familie van slavenbezitters.

Daarna kwam er nog weinig inhoud vanwege Harris. Haar debatoptredens waren zwak. Nu ze wegzakt in de peilingen, beschuldigt ze de kiezers dan ook maar van racisme. Harris kreeg onlangs nog de steun van een belangenorganisatie van boeren, maar de meeste commentatoren zien haar niet meer als ernstige kanshebber.

  1. Tulsi Gabbard: de kleurrijke majoor

Tulsi Gabbard is de meest kleurrijke kandidaat. Ze is Hawaïaans, van gedeeltelijk Samoaanse afstamming, majoor in het leger, vocht in de Irakoorlog, sympathiseert met de socialistische opvattingen van Bernie Sanders, hangt het Hindoeïsme aan en is een uitzonderlijk knappe verschijning. Gabbard kwam in het nieuws toen ze een ontmoeting had met de Syrische leider Assad, wat haar zware kritiek van Hillary Clinton opleverde. Clinton suggereerde zelfs dat ze een agente van de Russen is.

In het Amerika van vandaag is kritiek vanwege Hillary echter meer waard dan een Nobelprijs: Gabbard werd onmiddellijk populair genoeg om een gooi te doen naar de Democratische nominatie. De politica verandert helaas regelmatig van opinie (zoals over Assad of de rechten van homo’s en lesbiennes) en dat kan haar parten spelen. Eén zaak die voor haar pleit: ze is het beu dat de media en politiek het woord “islamitisch” steeds weglaten wanneer ze het over islamitisch terrorisme hebben.

Gabbard overweegt aan de presidentsverkiezingen deel te nemen als onafhankelijk kandidaat als ze het niet zou halen als nominatie van de Democratische Partij.

  1. Michael Bloomberg: de multimiljardair

De voormalige burgemeester van New-York zegt al lang dat hij niet zal meedingen naar de Democratische nominatie. Maar sommigen denken dat hij alsnog van idee zal veranderen. Twee dingen spelen in zijn voordeel. Ten eerste heeft de steenrijke Bloomberg een potentieel veel groter campagnebudget dan zijn tegenkandidaten. Hij is ook een stuk gematigder, zeker op economisch vlak, dan de steeds verder naar links afdrijvende kandidaten die nu de race domineren. Het verzwakkend elan van Joe Biden kan de weg vrijmaken voor een andere centrist.

Bloomberg heeft ook nadelen. Hij heeft goede connecties in Wall Street, wat hem niet populair maakt bij de radicale progressieven die zich steeds meer in de Democratische partij laten gelden. Dat hij beschuldigd wordt van seksueel grensoverschrijdend gedrag zal hem in die middens ook niet veel fans opleveren.

  1. Andrew Yang: de politicus die er geen is

Andrew Yang was tot voor kort een nobele onbekende. Hij is een “selfmade” zakenman zonder politieke ervaring. Yang beantwoordt heel goed aan het stereotiepe beeld van een Amerikaan van Aziatische afkomst: werkt hard, is succesvol en zaagt niet over racisme. Om dat beeld compleet te maken heeft hij een bijzondere voorliefde voor wiskunde.

Zijn amateuristische campagne om de Democratische nominatie binnen te halen is onverwacht succesvol gebleken. Yang behoort (nog) niet tot de topkandidaten, maar leidt nu wel het achtervolgend peloton.

In tegenstelling tot de andere Democratische kandidaten komt Yang in de debatten als redelijk, vriendelijk en zelfs zachtaardig over. Centraal in zijn boodschap staat de technologische revolutie die ons aller leven compleet dreigt om te gooien. Veel beroepen zouden verdwijnen omdat de betreffende taken worden overgenomen door robots. Eén van de manieren waarmee Yang die dreiging wil pareren, is het invoeren van een minimuminkomen van 1000 euro per maand voor elke Amerikaan, tewerkgesteld of niet.

Zijn beloften kunnen ongeloofwaardig en, erger, socialistisch voorkomen, maar Yang is een overtuigd kapitalist. Ondanks een aantal progressieve opvattingen geeft hij ook geen blijk van de ideologische haat die links meestal koestert jegens de rechtse, conservatieve en blanke medemens.

  1. Hillary Clinton: tuk op revanche

Hoezo? Doet Hillary Clinton weer mee aan de verkiezingen? Nog niet. Tot voor kort had ze een nieuwe gooi naar het presidentschap uitgesloten. Maar het zwakke deelnemersveld langs Democratische kant doet haar klaarblijkelijk twijfelen. “Never say never”, antwoordde ze toen de BBC haar onlangs de hamvraag stelde. Ze beweert dat heel veel mensen haar vragen om zich opnieuw kandidaat te stellen. De satirische, conservatieve webstek Babylon Bee vermoedt dat Clinton die stemmen vooral in haar eigen hoofd hoort.

Hoe dan ook, Hillary Clinton voelt nog steeds de smart van haar onverwachte en smadelijke nederlaag tegen Trump. Als ze ooit een redelijke kans op wraak krijgt, zal ze die niet laten liggen. Het zegt natuurlijk veel over de twijfel in het Democratische kamp dat men overweegt iemand die al een keer knock-out werd geslagen weer in de ring te sturen.

  1. Bernie Sanders: de oude socialist

Bij de vorige presidentscampagne was Bernie Sanders dé verrassing ter linkerzijde. In een land dat grotendeels ontsnapt is aan de vernielingen die in Europa aangericht werden door socialistische ideeën, bleek socialist (oude stijl) Sanders plots populair bij jonge kiezers met weinig historische kennis. Dat hij er in slaagde om het Hillary Clinton moeilijk te maken langs Democratische zijde, was al een teken aan de wand van hoe slecht zij eigenlijk lag bij het Amerikaanse publiek.

Sanders geniet nog steeds zijn populariteit van 3 jaar geleden, maar is er niet in geslaagd zijn basis verder uit te breiden. De 78-jarige sukkelt ook met hartproblemen en moest zijn campagne al een keer onderbreken om gezondheidsredenen. Zijn monopolie op socialistische recepten voor de economie wordt bovendien bedreigt door de links uitzwenkende Elizabeth Warren.

  1. Pete Buttigieg: té homo voor zwart Amerika

Pete Buttigieg is met zijn 34 jaar de jongste van de topkandidaten. Aan het grote aantal 70-plussers in die club (Biden, Warren, Trump, Sanders, …) kan je merken dat jeugd een nadeel is als je president van de VS wil worden. De burgemeester van South Bend in Indiana is welbespraakt, intelligent en charismatisch maar heeft een voor de Democraten zeer belangrijke electorale groep tegen: de zwarte Amerikanen.

Niet omdat hij blank of te gematigd is. Als het aankomt op politiek correctheid en het fervent verdedigen van “minderheden”, is Buttugieg even fanatiek progressief als de andere Democratische topkandidaten. Maar de ene minderheid is blijkbaar de andere niet. Buttigieg is openlijk homo en dat ligt moeilijk bij de zwarte kiezers, een gênant gegeven waar de progressieve Amerikaanse pers liefst niet over schrijft.

Buttigieg stijgt niettemin verder in de opiniepeilingen. Hij kan de derde hond worden in de strijd tussen Warren en Biden.

  1. Joe Biden: slaperige Joe

De meeste Democraten zijn het er over eens dat Joe Biden de kandidaat is die het meest kans maakt om Trump te verslaan. Hij is gematigd genoeg om de twijfelende Amerikanen langs zijn kant te krijgen.

Maar de kandidaat van het establishment krijgt het steeds lastiger. In debatten kan hij niet overtuigen. Zijn leeftijd (77) laat zich gelden en hij klinkt soms verward. Trump is slechts 4 jaar jonger maar heeft hem al de bijnaam “sleepy Joe” gegeven. Biden heeft geen enkele aanhang bij jongere Amerikanen. Zijn handtastelijke reputatie maakt hem ook niet populair bij de feministische Democraten.

Het Democratische establishment vreest nu dat Biden te sloom is om het te kunnen halen van de agressieve, extreemlinkse kandidaten. Enkele dagen geleden werd de kandidatuur van Deval Patrick, voormalig gouverneur van Masschusetts, bekend gemaakt. Patrick geldt als een vertrouweling van Obama en is dus mogelijk uitgestuurd om de zwalpende Biden te vervangen.

  1. Elizabeth Warren: Pocahontas

Dat Elizabeth Warren, de senator die loog over haar Cherokee-afstamming om een benoeming als professor te krijgen (en populariteit te verwerven in linkse kringen), momenteel favoriet is om de Democratische nominatie binnen te halen, zegt veel over de zwakte van de andere kandidaten, maar ook over het extreemlinkse militantisme dat die partij teistert. Haar standpunten over een radicale ommezwaai van het Amerikaanse economische beleid zijn nauwelijks te onderscheiden van die van socialist Bernie Sanders. Hetzelfde geldt voor haar plan om tot een algemene zorgverzekering te komen. Het verschil is dat Sanders tenminste toegeeft dat dit een zeer duur plan is.

Ook haar opvattingen inzake immigratie, terugbetaling van abortussen, energiebeleid en klimaatbeleid zijn radicaal en liggen een heel eind verwijderd van wat de gemiddelde Amerikaan denkt. Maar in het opbod naar links was Warren steeds de meest overtuigende. Dat leverde haar een militante achterban en veel vriendschap bij de progressieve pers op.

Of ze het ook effectief tegen Trump zal kunnen opnemen is nog verre zeker. Het Democratische bestel vreest dat de nijdige, boze, fanatieke Warren die ook de last torst van haar verzonnen Indianenverleden, niet de beste keuze is als uitdager van Trump.” Zij kunnen alsnog hun gewicht gooien achter de kandidatuur van een pragmatischer kandidaat. Of dat zal helpen is een andere vraag. De ideologische waanzin heeft de Democratische partij immers stevig in haar greep.